Kon. Mij De Schelde in de Tweede Wereldoorlog

De grootste werkgever in Vlissingen in de oorlogsjaren is de Koninklijke Maatschappij De Schelde geweest. De werf moest schepen bouwen voor de bezetter en daarnaast reparatiewerkzaamheden verrichten. Van het bouwen kwam weinig terecht.

Toen op 10 mei 1940 de Duitse invasie in Nederland van start ging, stond de torpedobootjager Hr. Ms. Philips van Almonde nog op stapel op de Eilandwerf. Noodgedwongen werd zij vernietigd om te voorkomen dat zij in handen van de Duitsers viel. Haar zusterschip Isaac Sweers en de 2 onderzeeboten O21 en O22 wisten ternauwernood naar Engeland te ontsnappen, ondanks dat zij nog niet afgebouwd en uitgerust waren. Op één van de 2 grote hellingen in het centrum van de stad stond het passagierschip Willem Ruys op stapel.

De Poolse onderzeeboot Orzel werd vlak voor de oorlog opgeleverd en zou voor Polen in de oorlog een legendarisch schip worden. In de archiefstukken is veel meer terug te vinden over de Orzel en andere onderzeeboten gebouwd door De Schelde. Zo zijn er bouwtekeningen bewaard gebleven, maar ook het bestek dat gebruikt werd voor de bouw. De Beeldbank bevat foto’s die gemaakt zijn tijdens de bouw en de overdracht.

Meer lezen:

De hele scheepswerf met faciliteiten viel in handen van de Duitse bezetter en werd ingezet voor een intensief bouwprogramma. Dit bestond uit marine- en koopvaardijschepen. Van dat programma kwam niet veel terecht. Aan sommige scheepstypen zoals de blokkadebrekers, werd niet eens begonnen.

Nagenoeg de gehele oorlogsperiode werden reparaties uitgevoerd. In de beginperiode ook aan Nederlandse koopvaardijschepen, maar later in de oorlog voornamelijk aan Duitse (oorlogs)schepen.

Dokregisters

Welke schepen in oorlogstijd werden gerepareerd, is te vinden in de Dokregisters. Sinds haar oprichting in 1875 beperkte de Kon. Mij. De Schelde zich niet tot nieuwbouw van schepen, maar werden ook schepen verbouwd/gemoderniseerd en gerepareerd.

Voor nieuwbouw werden de 2 grote hellingen en tot begin 20e eeuw 2 overdekte kleine hellingen gebruikt. Voor werkzaamheden aan het onderwaterschip beschikte men over een klein gegraven droogdok, het Dok van Perry. Dit dok staat in verbinding met de Dokhaven en in de directe nabijheid van de hellingen. De Schelde richtte zich op de koopvaardij en de marine. In later stadium werden ook hellingen en een droogdok (beschikbaar vanaf 1939) aangelegd op het zogenaamde Eiland.

Meer lezen: blogpost over de dokregisters

Het archiefmateriaal over wat zich tijdens de oorlog op de scheepswerf afspeelde, is niet overvloedig. Toch zijn er over de oorlogsjaren enkele dokregisters beschikbaar. Bijna van dag tot dag is te volgen welke schepen gedokt werden en van wie zij waren.

Duidelijk is de impact van de oorlog te zien. Tussen 14 mei en 14 juni 1940 werd bijvoorbeeld het Dok van Perry niet gebruikt. Aan het eind van 1944 is in de maanden oktober-november het dok slechts in zeer beperkte mate gebruikt, maar vanaf 16 december weer continue. Zeeland werd namelijk eerder bevrijd dan andere delen van Nederland. Bovendien was er grote behoefte aan de faciliteiten die de werf bood.

De registers zijn onderdeel van het archief Stichting Scheepsbouwgeschiedenis Vlissingen en zijn sinds digitalisering online raadpleegbaar.

Dokregisters online

De dokregisters van de Koninklijke Maatschappij De Schelde zijn gedigitaliseerd. Bekijk de registers online.

hdl.handle.net

Bestektekeningen

Bestekken van schepen of machines en ketels vervaardigd door de Koninklijk Maatschappij De Schelde in de periode 1881-1950.

hdl.handle.net

De Schelde

Raadpleeg de inventaris van het archief Koninklijke Maatschappij De Schelde over de periode 1875-1970.

hdl.handle.net