De hellingen in de Dokhaven van Vlissingen
De Dokhaven in Vlissingen kreeg vijf scheepshellingen. Jacob van Lennep schreef in 1823 over een boegbeeld: “Ik liep tusschen deszelfs beenen door, hoewel het beeld voorovergebogen stond”.
De Dokhaven in Vlissingen kreeg vijf scheepshellingen. Jacob van Lennep schreef in 1823 over een boegbeeld: “Ik liep tusschen deszelfs beenen door, hoewel het beeld voorovergebogen stond”.
Vlissingen kreeg in 1780 een kielkade of kielplaats. Dat is opvallend omdat de stad al een droogdok had, het Dokje van Perry.
Het bordeel aan de Franse Kerkstraat was niet het enige in negentiende-eeuws Vlissingen.
De kappen op de marinewerf, de latere werf van de Koninklijke Maatschappij De Schelde, kennen een lange geschiedenis.
Op de Houtkade in Vlissingen, tussen het Droogdok en de Oostkerk verrees in de 18e eeuw een heus stadspaleis, het Van Dishoeckhuis.
Van kerk tot magazijn tot een muur bij een parkeerplaats. De Oostkerk in Vlissingen bestaat al heel lang niet meer.
Johan Westerwijk liet de voorgevel van het Beeldenhuis in Vlissingen plaatsen in 1730, voor een al bestaand pand aan de Dokkade (nu Jan Weugkade).
De geschiedenis van de voormalige marinesluis in Vlissingen begint met de vergroting van de Dokhaven.
De admiraliteitswerf van Vlissingen dateert uit 1609 en bleef ook na de komst van de Fransen in 1795 een belangrijke werf.
Het Dokje van Perry in de haven van Vlissingen is het oudste bewaard gebleven droogdok van Nederland.