De Vlissingse admiraliteitswerf

De admiraliteitswerf van Vlissingen dateert uit 1609 en bleef ook na de komst van de Fransen in 1795 een belangrijke werf.

De stad Vlissingen liet in 1609 de Ooster- of Dokhaven graven, in opdracht van prins Maurits. Via de oude stadsgracht en een sas of sluis stond de haven in verbinding met de Schelde. In 1614 waren de werkzaamheden gereed zodat de haven op 9 juli in gebruik kon worden genomen.

De voormalige toegang tot de marinehaven gezien vanaf de dijk richting de Schelde. Links en rechts zijn nog paalhoofden zichtbaar. Foto: Ron van Maanen, 30 juni 2013.

Vandaag is de havenmond niet meer zichtbaar in het landschap. De dijk is doorgetrokken. Direct hierachter is een glooiend grasveld met daarop het monument voor de landing van de Britse, Franse en Nederlandse commando’s op 1 november 1944. Hier moet ongeveer de havenmonding of voorhaven worden gesitueerd.

De gracht die deze voorhaven verbond met de Dokhaven is inmiddels ook nagenoeg geheel gedempt. Er resteert nog een klein stukje doorlopend water, waar ook de hoofden van de voormalige marinesluis nog zichtbaar zijn.

Vanaf de dijk richting het commandomonument. Hier bevond zich de marinehaven of voorhaven. Waar rechts op de de foto gebouwen staan, moet de admiraliteitswerf worden gesitueerd. Foto: Ron van Maanen, 30 juni 2013.

In 1869-1873 werd het Kanaal door Walcheren aangelegd. De Dokhaven werd hierop aangesloten waardoor een nieuwe verbinding met de Schelde ontstond. Nog steeds kan zo van en naar de Schelde worden gevaren. Wel moet dan eerst de brug in de Koningsweg worden opengezet en moet er geschut worden in het sluizencomplex nabij het station

Werf van de admiraliteit

Aan het eind van de Dokhaven bevond zich onder meer de werf van de Zeeuwse Admiraliteit. Door de vergroting van de Dokhaven uitgevoerd tussen 1688 en 1693 verhuisde deze werf noodgedwongen. Vanaf dan is zij gelegen aan de oostzijde van de voorhaven die toegang gaf tot de Schelde.

Vanaf het commandomonument richting de dijk. Op deze plaats was de marinehaven gelegen, via de marinesluis toegang gevende tot de Dokhaven. Foto: Ron van Maanen, 30 juni 2013.

De Zeeuwse admiraliteit had meerdere werven, die van Vlissingen was de grootste. De Vlissingse werf was een combinatie van constructie- en equipagewerf oftewel nieuwbouw en uitrusting.

Van de nieuwbouw moet men geen hoge verwachtingen hebben. Vanwege geldgebrek werden in de 18e eeuw nauwelijks nog schepen gebouwd of uitgerust.

Het reilen en zeilen van de werf was de verantwoordelijkheid van de equipagemeester. Deze hield alle inkomsten en uitgaven in een rekening bij en legde later hiervoor verantwoording af. Als we de rekening over 1793-1794 van Johannes Pruijst er op na slaan, krijgen we een idee welke oorlogsschepen Vlissingen als thuishaven hadden.

In de jaren 1793-1794 waren dat de Zuid-Beveland (gebouwd in 1746), Walcheren (1767), Goes (1781), Zeeland (1782), Tholen (1782) en de Wilhelmina (1787) alle gebouwd te Vlissingen. Verder waren er nog de aangekochte schoener Dolfijn (1781), kotter Zeemeeuw (1781) en brik Meermin (1785).

Admiraliteitswerf in Vlissingen in 1779. Zeeuws Archief, Historische Topografische Atlas Vlissingen inv.nr 354.

Op de werf waren meerdere scheepshellingen aanwezig. Rond 1781 werd opnieuw een helling aangelegd. De Gecommitteerde Raaden van de Zeeuwse Admiraliteit maakten in de Middelburgsche Courant d.d. 10 mei 1781 bekend dat zij op maandag de 21e om 11.00 uur de aanleg van een scheepshelling op de Vlissingse admiraliteitswerf aan de laagst biedende wilden aanbesteden. De bedoeling was op deze helling een schip van 50 kanons te bouwen. De voorwaarden konden bij de griffie worden ingezien of bij equipagemeester Haringman.

Werf in de Franse Tijd

In 1795 viel Frankrijk de Republiek binnen. De eeuwenoude admiraliteiten in de Republiek werden opgeheven. Dat betekent echter niet het einde voor de werf in Vlissingen. In ieder geval in 1803-1804 was de werf nog volop in bedrijf.

De Franse keizer Napoleon beoogde een invasie in Engeland en een deel van de benodigde schepen werd gebouwd of uitgerust in Vlissingen. Onder het commando van de voormalige Nederlandse marineofficier Christiaan Antonie Verhuell, nu in Franse dienst, voer het Vlissingse flottielje in twee gedeelten naar Boulogne en Ambleteuse. Van de beoogde invasie kwam echter niets terecht.

Was in 1795 nog tussen Frankrijk en de Bataafse Republiek afgesproken gezamenlijk de stad Vlissingen te besturen, in 1807 veranderde dit. Als gevolg van het verdrag van Fontainebleau van 11 november 1807 werd de stad afgestaan aan Frankrijk. Op 21 januari 1808 werd dit geformaliseerd en maakte Vlissingen deel uit van het arrondissement Eeklo, departement Schelde.

De Dokhaven van de marine in Vlissingen in 1807. Zeeuws Archief, Historisch Topografische Atlas Vlissingen inv.nr 449.

Dat hiermee geen einde kwam aan het gebruik van de werf toont bijgaande plattegrond uit augustus 1807 aan. Er bestaan op dat moment naast de mastloods vier scheepshellingen waaronder een sleephelling. Op stapel stonden drie schepen, de le Vautour, de la Fidelle en de le Royal de Hollandais.

Engelse invasie in 1809

Het eerste schip was een in 1806 op stapel gezette korvet-brik, die na te zijn afgebouwd in 1813 is vergaan. Het tweede schip was het in 1807 op stapel gezette fregat la Fidèle, dat in 1809 door de Engelsen is veroverd en meegenomen naar Engeland. In 1812 is het in Engelse dienst als de HMS Laurel vergaan.

Het derde schip tenslotte is het in 1806 op stapel gezette linieschip le Royale (Engelse bronnen claimen Royal-Hollandais) dat op 17 juli 1809 onafgebouwd door de Engelsen is veroverd, gedemonteerd en meegenomen naar Engeland. Het werd in juni 1810 op de Woolwich Dockyard opnieuw op stapel gezet en als de HMS Chatham op 14 februari 1812 te water gelaten en op 25 april in dienst gesteld. Haar loopbaan was van korte duur. Het gebruikte hout voor haar bouw was van slechte kwaliteit en binnen enkele jaren werd het schip opgelegd en na vijf jaar al verkocht. De linieschepen die na 1814 werden overgenomen door de Koninklijke Marine en die tijdens de Franse tijd met slechte kwaliteit hout gebouwd waren, kampten met hetzelfde probleem.

Overigens claimen Engelse bronnen dat zij op 17 augustus 1809 naast de le Royal Hollandais en de la Fidèle verder een op stapel staande brik en fregat hebben vernietigd. Bij het terugtrekken werd de Dokhaven onbruikbaar gemaakt en gebouwen als het Arsenaal in brand gezet. Nadat de Engelse troepen waren vertrokken, begonnen de Fransen met de wederopbouw.

Marinewerf in 1814-1868

Na 1814 veranderde de bestemming van de voormalige admiraliteitswerf van constructiewerf in uitrustingswerf. Als gevolg van een internationaal verdrag werd de nieuwe marinewerf in Antwerpen gesloten en afgebroken. De nieuwe marine-constructiewerf werd gevestigd aan het einde van de Dokhaven. Hier werden vijf nieuwe hellingen (waaronder een sleephelling) aangelegd.

Na de opheffing van de marinewerf in 1868 werden deze hellingen in 1875 door de Mij. De Schelde in gebruik genomen voor nieuwbouw. De uitrustingswerf werd ook overgenomen door De Schelde en behield haar taak. Inmiddels zijn op dit terrein Damen Schelde Naval Shipbuilding en Amels Vlissingen jachtbouw gevestigd. De voormalige marinehaven inclusief de sluis toegang gevende tot de Dokhaven zijn onder het asfalt verdwenen.

Video

De Koninklijke Marine bestaat in 2013 525 jaar. Over de rol van Vlissingen maakte de Koninklijke Marine, met medewerking van het Gemeentearchief Vlissingen, de volgende video.