Bovenaanzicht van een dek, waarop geboeide slaafgemaakten liggen.

Mensen op bestelling

“U vroeg een offerte voor de levering van 250 à 300 slaafgemaakten volgens specificatie, tweemaal per jaar, om de zes maanden.” De directeuren van de Commercie Compagnie van Middelburg (MCC) reageerden 12 augustus 1756 op een verzoek van twee ondernemers op Curaçao.

Een man met rode jas en zwarte steek op zijn hoofd wijst naar tonnen (handel), terwijl achter hem en zwarte jongen een dichte parasol draagt. Op de achtergrond is een rivier met schepen te zien.
Koopman met een slaafgemaakte. Collectie Stichting Het Vrouwenhuis, Zwolle.

Jan van Lennep en Cornelis Stuyling woonden en werkten op Curaçao. Zij handelden op het eiland in producten, goederen, en mensen. Deze mensen waren tot slaaf gemaakte Afrikanen die per schip rechtstreeks uit Afrika waren aangevoerd. Van Lennep en Stuyling verkochten hen door aan andere handelaren en aan eigenaren van plantages. Onder de kopers waren veel kooplieden uit Venezuela.

Slaafgemaakten waren belangrijk voor de economie van het Caribisch gebied. De tot slaaf gemaakte Afrikanen werden gedwongen op plantages te werken. Daar verbouwden zij suikerriet, cacaobonen, tabaks- en koffieplanten. De producten van de plantages leverden veel geld op in Europa.

Curaçao ligt niet ver van de kust van Venezuela. Over en weer werd van oudsher handel gedreven. Naar Venezuela gingen allerlei goederen en slaafgemaakten en naar Curaçao vooral cacao, tabak en dierenhuiden.

Schip de Prins Willem de Vijfde

De vraag naar slaafgemaakten was groot en Jan van Lennep en Cornelis Stuyling zochten naar manieren om méér mensen te kunnen inkopen. In februari 1756 arriveerde een schip van de Middelburgse Commercie Compagnie (MCC) in de haven van Curaçao. Het was de Prins Willem de Vijfde met kapitein Adriaan Jacobsen. Aan boord waren meer dan 300 slaafgemaakten.

De MCC was opgericht in 1720 in Middelburg, Zeeland. Veel handelsreizen gingen in het begin naar bestemmingen in Europa, maar in 1732 vertrok het eerste MCC-schip voor een trans-Atlantische slavenhandelsreis. De compagnie zou in de achttiende eeuw uitgroeien tot een van de grootste mensenhandelaren van Nederland; de onderneming kocht meer dan 31.000 slaafgemaakten aan de kust van West-Afrika.

Bovenaanzicht van een dek, waarop geboeide slaafgemaakten liggen.
Slaafgemaakten op het tussendek van een schip. De MCC had vergelijkbare schepen.
Detail uit een tekening van La Marie-Séraphique uit Nantes, Frankrijk, ca 1770. © Château des ducs de Bretagne – Musée d’histoire de Nantes, Alain Guillard.

Kapitein Jacobsen van de Prins Willem de Vijfde organiseerde op Curaçao een veiling, maar de opbrengst viel tegen. Nadat hij 50 mensen had verkocht, gooide hij het daarom over een andere boeg. Hij sloot een contract af met Jan van Lennep en Cornelis Stuyling. Zij kochten de resterende 290 personen zonder tussenkomst van een notaris (‘uit de hand’) voor een vast bedrag per persoon.

Eerstelijk bekenne ik Adriaan Jacobse uyt de handt verkogt te hebben [...] tweehondert en negentig bosaalse negros of slaafen bestaande in mans, vrouwen, jongens, meijsjes

— Fragment uit het contract, bekijk het contract in de archiefinventaris

Specificaties offerte

Brief van Jan van Lennep en Cornelis Stuyling, 31 mei 1756, gericht aan de directeuren van de MCC. Zeeuws Archief, Archief MCC, inv.nr 56.3.

Voor Van Lennep en Stuyling was het een lucratieve overeenkomst, die ze graag wilden herhalen. Ze besloten de directeuren van de MCC te schrijven. Ze vroegen dringend om een offerte voor:

  • De levering van 250 à 300 personen tweemaal per jaar (om de zes maanden)
  • De Afrikanen dienden afkomstig te zijn regio’s die nu deel uitmaken van Ghana, Benin, Nigeria of Congo. Mensen uit Angola waren niet gewenst.
  • Ze moesten “mooi en zwart” zijn
  • Ze mochten geen of weinig tribale littekens in het gezicht hebben
  • Lengte: minimaal 1 meter en 44 cm
  • Leeftijd: tussen 12 en 20 jaar, maximaal 24 jaar
  • Geslacht: twee derde mannen en jongens en een derde vrouwen en meisjes

De betaling zou worden voldaan in producten, zoals cacao, tabak en dierenhuiden.

Lees de transcriptie van de brief

Reactie van de MCC

De directeuren van de MCC reageerden per brief van 12 augustus 1756. “U vroeg een offerte voor de levering van 250 à 300 slaafgemaakten volgens specificatie, tweemaal per jaar, om de zes maanden.”

In weinig woorden antwoordden zij niet aan de vraag te kunnen voldoen. Het was voor de MCC heel moeilijk om zo’n groot aantal mensen volgens de gegeven specificaties te kopen. Ook was het onmogelijk de prijs per persoon en de hoogte van de betaling in goederen vast te stellen.

Wanneer de gelegenheid zich voordeed, zouden schepen van de MCC het eiland aandoen. De MCC, zo besloten de directeuren hun brief, “navigeerde op het fortuin van negotie [handel]”.

Lees de transcriptie van de brief

Fragment van het antwoord van de directeuren. Kopieboek met uitgaande brieven. Zeeuws Archief, Archief MCC, inv.nr 96 volgnr 230.
Logo in de stijl van het VOC-logo, met de in elkaar grijpende letters V, C en C, en daaronder een grote letter M.

Archief over mensenhandel

Lees meer over trans-Atlantische slavenhandel en de MCC in ons webdossier

/onderzoek-het-zelf/trans-atlantische-slavenhandel/

Reis van de Eenigheid

Volg van dag tot dag de gebeurtenissen aan boord van een slavenschip aan de hand van de authentieke archiefstukken

eenigheid.slavenhandelmcc.nl