Briefgeheimen uit de vouwen

Roosanne Goudbeek, webcoördinator

Grensverleggend onderzoek naar brieven van Haagse postmeester

Felle lampen verlichten een uitgevouwen, handgeschreven brief in het verder donkere fotoatelier van Art in Print in het Zeeuws Archief in Middelburg. Zacht zoemend beweegt de scanner over de 17e-eeuwse brief, waarvan de inhoud even daarvoor nog verborgen ging in een ingenieuze vouwwijze. Behalve de fotografen zijn een conservator van het Nederlandse Museum voor Communicatie en een conservator van het Amerikaanse Massachusetts Institute of Technology (MIT) Libraries aanwezig, evenals een restaurator van het Zeeuws Archief. Zij zijn bezig de grenzen te verleggen…

De brief maakt deel uit van een grote verzameling van circa 2600 poststukken, die eeuwenlang in een 17e-eeuwse, met zeehondenvel beklede kist bewaard werd. In 2014 werd het internationale projectteam ‘Signed Sealed & Undelivered’ (SSU) opgericht, dat dankzij subsidie van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en steun van het Museum voor Communicatie in Den Haag – de huidige eigenaar van de brieven – in 2015 begon aan een nooit eerder vertoonde klus: het toegankelijk maken van de circa 2600 poststukken, waarvan 600 stukken ongeopend.

Fotoatelier Art in Print in het Zeeuws Archief te Middelburg. V.l.n.r. Ivo Wennekes, fotograaf, Koos Havelaar, conservator Museum voor Communicatie, Mark van der Graaff, fotograaf, Sylvia Rietbergen, restaurator Zeeuws Archief, Jana Dambrogio, ‘Thomas F. Peterson (1957) Conservator’ MIT Libraries.
Postkist met de circa 2600 uit het bezit van Simon de Brienne en zijn vrouw, nu in de collectie van het Museum voor Communicatie in Den Haag. Foto: Museum voor Communicatie.

Het Museum voor Communicatie in Den Haag is blij dat de brieven nu de aandacht krijgen die ze verdienen, want de poststukken herbergen een schat aan historische informatie. Overigens kan het totale aantal brieven gemakkelijk groeien tot circa 3000 stukken, want binnenin de brieven bevinden zich soms weer nieuwe brieven.

Na digitalisering kunnen de onderzoekers aan de slag met de inhoud van de brieven. In het projectteam zitten Rebekah Ahrendt, universitair docent muziekwetenschap aan Yale University, Nadine Akkerman, universitair docent vroegmoderne Engelse letterkunde aan de Universiteit Leiden, Jana Dambrogio, als ‘Thomas F. Peterson (1957) Conservator’ verbonden aan MIT Libraries, Koos Havelaar, conservator posthistorie van het Museum voor Communicatie in Den Haag, David van der Linden, postdoconderzoeker en docent vroegmoderne geschiedenis aan de Universiteit Groningen, en Daniel Starza Smith, postdoconderzoeker vroegmoderne cultuurgeschiedenis aan Lincoln College, University of Oxford.

Waardevolle poststukken

De kist met onbestelde post komt uit het eigendom van een postmeester die bekend was onder de naam Simon de Brienne. Geboren in Frankrijk als Simon Veillaume, noemde hij zichzelf Heer van Brienne. In Londen diende hij eerst prins Rupert van de Palts, een zoon van de Winterkoningin, maar omstreeks 1669 kwam hij naar Den Haag. Hij verwierf er een invloedrijke positie aan het hof van stadhouder Willem III en sleepte in 1676 het lucratieve ambt van postmeester op Brabant, België, Frankrijk en Spanje in de wacht.
Opmerkelijk is dat hij het postmeesterschap vanaf 1686 deelde met zijn vrouw, Maria Germain (overleden in 1703), waarmee dit ambt een van de weinige is dat in de 17e eeuw officieel door vrouwen bekleed werd.

Vroeger betaalde de ontvanger de ‘portokosten’ van een brief. Onbezorgde brieven vertegenwoordigden dus een waarde. Het echtpaar De Brienne bewaarde daarom de onbestelbare post in een kist, die nu onderdeel uitmaakt van de collectie van het Museum voor Communicatie in Den Haag. De brieven zijn geschreven in het Frans, Spaans, Latijn, Italiaans, Engels en Nederlands.

Omdat indertijd nog geen enveloppen bestonden, moest een brief zo worden opgevouwen dat deze een eigen envelop vormde. De ene zijde van het papier bevatte de brieftekst, terwijl de andere zijde, na een meestal ingewikkelde wijze van opvouwen, ruimte bood aan adres en zegels. Naast de inhoud van de brief bevat het briefpapier een rijkdom aan informatie, denk aan stempels, zegels, postmerken en wijze van vouwen. Verder vertelt het watermerk in het papier, het merk van de papiermaker, meer over de herkomst van het papier.

Digitalisering allesbehalve doorsnee

De digitalisering van de poststukken in ‘Signed, Sealed & Undelivered’ is in geen enkel opzicht doorsnee. Om te beginnen blijven de 600 ongeopende brieven verzegeld, al worden er testen uitgevoerd aan Queen Mary, University of Londen om de inhoud zichtbaar te maken dankzij speciale röntgentechnieken en software.

Voor de digitalisering van de circa 2000 geopende poststukken en de buitenzijde van de 600 gesloten brieven heeft het projectteam de hulp ingeroepen van fotoatelier Art in Print, gevestigd in het Zeeuws Archief in Middelburg. Met reden, want ook de digitalisering van de geopende brieven is niet doorsnee. Dat heeft alles te maken met het onderzoek van Jana Dambrogio van MIT Libraries. Zij heeft zich gespecialiseerd in letterlocking: de techniek van het vouwen en beveiligen van een brief zodat deze als eigen envelop kon fungeren.

Jana Dambrogio, ‘Thomas F. Peterson (1957) Conservator’ van MIT Libraries, toont een opgevouwen brief, uitgevouwen vertoont het papier een diamantvorm. Brief uit de collectie van het Museum voor Communicatie.

Brief in diamantvorm

Jana Dambrogio pakt een klein opgevouwen briefje en houdt het lachend omhoog. “Verbazingwekkend toch hoe klein”, zegt ze, terwijl ze een tweede, op het oog identiek briefje oppakt. “Deze lijkt op dezelfde manier te zijn gevouwen, maar toch is de binnenkant geheel anders.” Ze legt uit dat er zo’n 14 verschillende basissluitvormen voor brieven zijn. In de postkist uit Den Haag zitten maar liefst 6 van de 14 vormen. “En binnen één sluitvorm kunnen wel 25 variaties voor het binnenwerk bestaan”, zegt ze opgetogen.

De conservator specialiseert zich in sluit- en vouwvormen van laat-middeleeuwse en vroegmoderne brieven. Ze hoopt in het onderzoek naar de brieven uit Den Haag een relatie te vinden tussen vouwwijze en inhoud. “Neem deze brief met zwart zegel”, zegt ze. “Dit is een rouwbrief. En deze brief, gevouwen in diamantvorm, een liefdesbrief. In hoeverre zegt de vouwvorm iets over de persoon die de brief schreef? Het lijkt erop dat hoe geheimer de inhoud, des te meer moeite werd genomen om het papier te manipuleren om de inhoud te beveiligen.”

De vouwwijze is in haar onderzoek dus essentieel, maar hoe leg je die digitaal vast?

Zichtbaar van inkt tot vouw

Mark van der Graaff en Ivo Wennekes, fotografen van Art in Print, met flatbedscanner Cruse, in hun atelier in het Zeeuws Archief.

Ivo Wennekes en Mark van der Graaff zijn de fotografen van fotoatelier Art in Print. Zij scanden van maart tot en met mei 2016 de circa 2000 brieven met verbroken zegel en de buitenkant van de 600 verzegelde brieven. De digitalisering werd gefinancierd door Metamorfoze, het nationale programma voor behoud van papieren erfgoed van het ministerie van OCW, gehuisvest in de Koninklijke Bibliotheek. De fotografen werken sinds de start van het programma ‘Metamorfoze voor archieven’ in 2005 mee aan digitaliseringsprojecten van het Zeeuws Archief en tal van andere erfgoedinstellingen.

Wennekes is opgeleid als vakfotograaf en bekwaamde zich oorspronkelijk in de fotografie van kunstwerken. “Het gaat daarbij om de juiste weergave van kleur, textuur en materiaal”, vertelt hij. Van der Graaff is zelf kunstenaar: “Controle over de opnamen is heel belangrijk, niet alleen bij kunstwerken, maar ook bij archiefstukken. We houden de controle over reflectie en textuur in onze scans”.

Dichtgevouwen brief uit de collectie van het Museum voor Communicatie.

De poststukken in het project ‘Signed Sealed & Undelivered’ vragen om een specifieke manier van scannen. Dambrogio vertelt: “De vouwen moeten bij het scannen van de brieven zichtbaar blijven. Niet alleen de geschreven inhoud is belangrijk, ook visuele informatie over de drager, in dit geval de vouwlijnen in het papier”.
Wennekes legt uit: “Dat vraagt om het zichtbaar maken van de textuur bij het scannen door uiterste controle over de lichtbalans.” In verband met de strakke richtlijnen die Metamorfoze hanteert is de speelruimte klein. “Binnen die grenzen moeten wij de vouwen zichtbaar weten te maken.”

Opengevouwen brief uit de collectie van het Museum voor Communicatie.

Voor de fotografen vloeit uit dit project een grensoverschrijdende samenwerking voort met het Amerikaanse onderzoeksinstituut MIT. Van der Graaff: “Michael Tarkanian, universitair docent verbonden aan het departement Materials Science and Engineering, en Jana Dambrogio ontwikkelen een methode om documenten zo vlak mogelijk te scannen. Wij hebben dit systeem getest en werken mee aan de verdere ontwikkeling daarvan”.

Vouwlijnen en conservering

De vouwlijnen in het papier zijn een belangrijk uitgangspunt voor documentonderzoek en dus ook voor restauratie. Dat beaamt Sylvia Rietbergen, hoofd van het restauratieatelier van het Zeeuws Archief. “Restauratie draaide van oudsher alleen om de tekst, pas later om het materiaal waar op geschreven was, en de constructie. Je ziet dat papieren documenten heel lang behoorlijk ingrijpend gerestaureerd werden. Een brief oogde na restauratie weer als ‘nieuw’, zelfs de vouwen werden soms onzichtbaar. Nu zijn we daar veel meer terughoudend in.”

Scan van hierboven afgebeelde brief. Scan door Art in Print. Brief uit de collectie van het Museum voor Communicatie. Bekijk de scan van dichtbij.

Het Brienne project benadrukt hoe belangrijk het is de drager zoveel mogelijk in zijn originele vorm te behouden. Alle achtergelaten sporen blijven behouden. Zowel de vermelding van de portokosten door de postmeester als de vouwwijze van de brief, aangebracht door de schrijver. Wanneer de brieven zodanig zijn aangetast dat ze niet goed gescand kunnen worden, voert Rietbergen een kleine restauratie uit. Uiteindelijk werden er nauwelijks reparaties op de Brienne brieven uitgevoerd.

Vaste plek in het museum

In het leven van conservator posthistorie Koos Havelaar van het Museum voor Communicatie in Den Haag nemen de kist en de brieven inmiddels een bijzondere plaats in. Sinds 2010 is hij met het object bezig. Hij assisteerde allereerst bij het promotieonderzoek van promovenda Simone Felten, die helaas overleed in de zomer van 2013. Hij hielp vervolgens de twee wetenschappers die nu deel uitmaken van het SSU projectteam, Rebekah Ahrendt, en David van der Linden.

Voor het Museum voor Communicatie heeft de kist met poststukken aan inhoudelijke betekenis gewonnen. In de toekomst, na de heropening van het museum in 2017, krijgen de postmeesters, de kist, de brieven en het project een vaste plek, zowel in de opstelling in het museum als online op de website.
En er staat nog meer op stapel. Havelaar: “Er volgt nog een transcriptieproject via crowdsourcing”. Het publiek kan in de toekomst dus zelf een steentje gaan bijdragen, door thuis via de computer de inhoud van de brieven te transcriberen; om te zetten in hedendaags Nederlands. “Ik hoop dat dat gaat lukken, want het merendeel is in een vreemde taal geschreven”, lacht Havelaar.

Dankzij de kist krijgt ook het beroep van postmeester meer diepte. “Behalve de brieven bleef ook een deel van de administratie bewaard”, vertelt Havelaar. “Overigens was Simon de Brienne zelf niet erg nauw betrokken bij het werk van postmeester: hij bezat weliswaar het ambt, maar de uitvoering liet hij aan anderen over. Vaak was hij niet eens in Den Haag aanwezig.”

Het echtpaar was in dienst van stadhouder-koning Willem III en verbleef na diens machtsovername van Engeland, Schotland en Ierland – bekend geworden als de Glorious Revolution – ruim tien jaar in Londen, meestal in Kensington Palace. Over het rijke hofleven van het postmeesters-echtpaar is mede dankzij archiefstukken meer bekend. “Alleen de gezichten van Simon de Brienne en Maria Germain ontbreken nog”, vertelt Havelaar. “We hebben nog geen portretten van het paar kunnen ontdekken.”

Meer lezen

English translation of the article