Archivaris Peter Blom begon in 1986 bij het ministerie van Algemene Zaken in Den Haag en werd een paar jaar later de gemeentearchivaris van Veere. Hij verhuisde mee naar het Van de Perrehuis in het jaar tweeduizend en zit nu veertig jaar in het vak. Hij vertelt over de vele veranderingen en ontwikkelingen die hij meemaakte als klassiek geschoolde archivaris, “als antiek meubelstuk”.

“In 1989 begon ik als gemeentearchivaris van Veere. Een geweldig mooi archief in een mooi historisch pand. Ik voelde me daar als een vis in het water. Het was klein en overzichtelijk, met een museum erbij. Er was geen personeel, wel veel vrijwilligers, af en toe een stagiair. Ik deed alles en elke dag was een verrassing: restauraties, tentoonstellingen maken, studiezaaldienst. En schreef ook af en toe een speech voor de burgemeester. Het was veel werk en veel heen en weer rennen. Onvoorspelbaar als een raar toneelstuk, maar machtig interessant. Ik hielp studiezaalbezoekers met hun vragen en dat was soms best emotioneel. Dan vonden mensen voorouders terug die in de gevangenis hadden gezeten, of lazen ineens in kerknotulen de ware naam van een overgrootvader, vaak een soldaat die een Veers meisje zwanger had gemaakt. Dan moeten mensen dat een plek gaan geven in hun familiegeschiedenis. Als je je collectie goed kent, kun je mensen ook snel helpen. Dan belde iemand die op zoek was naar een jeugdvriendin die vijfentwintig jaar geleden op een boerderij woonde. Ik kende toevallig de buren van die boerderij, belde ze op en kreeg dan zo het telefoonnummer van die uit het oog verloren vriendin.”
Van vonnis naar toneelstuk
“Eigenlijk had ik een snoepwinkeltje. Was er toevallig een verloren uurtje, dan was er meer dan genoeg te lezen en te schrijven. En van de mooiste vondsten maakten we ook echt iets. Dat was altijd mijn uitgangspunt: hoe kun je de Veerse geschiedenis zo goed mogelijk naar de mensen brengen? Een boeiend vonnis uit de zeventiende eeuw had maar een paar aanpassingen nodig om een spannend toneelstuk te worden. En dat hebben we echt gedaan, die rechtszaak naspelen, het werd een succesvolle voorstelling. Het vertalen van geschiedenis naar pakkende verhalen, dat vind ik het allermooiste.”

DOZA en de champagnefles
“De andere kant van het werk waren de overlegstructuren. Je had het DOZA, het Diensthoofden Overleg Zeeuwse Archivarissen. We spraken elkaar vier keer per jaar, altijd over ruimtegebrek, dat samenwerken toch echt wel prettig zou zijn. Er waren even plannen voor een Streekarchief Walcheren. Ook de Grote Kerk van Veere was even in beeld voor een gezamenlijk archief. En toen kwam in 1996 de herindeling naar Veere. Ik was de enige gemeentearchivaris van al die kernen en had dan mee moeten verhuizen naar een nieuw gemeentehuis in Domburg. Toen is op de veerpont Vlissingen-Breskens, naar weer een DOZA-overleg, het plan gesmeed om samen op te gaan trekken. Middelburg, Veere en het rijksarchief Zeeland.”
“Dat was voor mij best een taaie tijd, die overstap. Je gaat van een prachtige kleine collectie in een historisch pand naar verandermanagementteams en nieuwbouw van de architecten die ook Schiphol ontwierpen. Met ergens de vage vrees dat je nieuwe werkplek constant zou aanvoelen alsof je ergens in de rij voor een vliegtuig stond. Er waren allerlei werkgroepen en dan moest je ineens naar Ede of Dordrecht om nieuwe stoelen uit te zoeken. In Veere zat ik op een oude stoel die toevallig over was, dat ging gewoon prima.”
Begin 2000 werd de fusie definitief. “Tijdens het openingsfeest stond er een opblaasbare champagnefles in de achtertuin. Ze wilden graag Bløf, want Peter Slager had hier nog gewerkt. Uiteindelijk werd het een optreden van de vrij onbekende band Racoon, die moest concurreren met die reuzenchampagnefles en Pieter van Vollenhoven. Je kon toen al horen dat het een succesvolle band zou worden.”
Fruin, Muller en Feith
“In veertig jaar kwamen er veel digitale ontwikkelingen voorbij. Ik begon in Den Haag met een moderne typemachine, met een typ-ex lint waarmee je een hele regel overnieuw kon overtikken. Na drie maanden kreeg ik voor het eerst een computer. In Veere kreeg ik weer een typemachine zonder correctielint. En daarna kwam de definitieve opmars van de computers en de digitalisering. De studiezaal werd leger en leger, genealogen kunnen nu tot ver in Amerika kranten lezen en stukken opvragen. We scannen ook op verzoek en dat is wel een uitdaging voor de archivarissen. Ik ben nog klassiek geschoold: inventarissen maken, ordenen en beschrijven volgens de methodes van Fruin, Muller en Feith. Een leidraad voor archieven die honderd jaar lang werd gebruikt. Ook handig voor het samenwerken met buitenlandse archivarissen, want je sprak dezelfde taal. Maar nu zetten we stukken los online met talloze zoekingangen. Vergeleken met vijfentwintig jaar terug is het vinden van stukken vele malen makkelijker geworden. Maar het werk is ook vluchtiger geworden. Bij papieren archieven heb je veel extra informatie beschikbaar: een handschrift laat zien of iemand vroeg of laat aan het schrijven is begonnen, op de achterkant staan soms aantekeningen. Je weet hoe een archief tot stand is gekomen, de stukken zijn dan ook een soort museumobjecten. Bij digitale stukken moet je eigenlijk maar hopen dat het authentiek is. Hoewel er ook al nepnieuws was in de 17e en 18e eeuw. Maar dat kun je wel nog uitzoeken en verifiëren.”
Antiek meubelstuk
“De huidige generatie leeft door algoritmes in totaal verschillende werelden, waarin de normale wereld soms naadloos overgaat in digitale sferen. Maar papier blijft bestaan. We hebben een geweldig depot vol prachtige stukken. In de cloud zweven dan weer totaal andere archieven rond. En de uitdaging van deze tijd is om organische verbanden tussen al die werelden te leggen. Voor het e-Depot werken nu zo’n vijftien mensen. En wij, klassieke archivarissen, hobbelen daar een beetje achteraan. Dat gevoel krijg ik ook als ik de vaardigheden zie van mijn drie kinderen: ze schrijven moeilijke scripties en zetten daar afbeeldingen en filmpjes in. Het is flitsflatsflots en ze hebben het in elkaar gedraaid. Ik voel me dan een antiek meubelstuk als ik prevel hoe het vroeger ging – de bespiegelingen van een geront. Maar ik troost me met de wens en vloek die vaak aan Confucius wordt toegeschreven: moge je leven in interessante tijden. De afgelopen vijfentwintig jaar waren dat zeer zeker.”
We hebben een geweldig depot vol prachtige stukken.
Terug naar de bronnen
“Ik had in 1986 niet gedacht dat ik hele dagen achter schermen zou zitten, dat e-mails beantwoorden een dagtaak zou zijn. Vaak mails van twee regels, ‘kun je even dit voor me opzoeken?’ We hebben dan ook een zee van tijd, dat staat als motto onder alle mails van medewerkers van het Zeeuws Archief. En dan mis ik een simpel ‘geachte heer of mevrouw’ en het beleefde verzoek, met daarbij welke bronnen de onderzoeker zelf al heeft geraadpleegd. We hebben een tijdschriftenbank, een krantenbank, meerdere mensen hebben vast al over jouw vraag nagedacht – welke bronnen hebben zij gebruikt? Mensen denken soms dat ik als archivaris op een knop kan drukken en dat er dan een stamboom uitrolt die teruggaat naar Adam en Eva. Maar het is geen geautomatiseerd proces, het blijft een puzzel. Ga terug naar de bronnen, naar de originele stukken, het speurwerk zelf is al heel leuk. Daarom staat misschien ook het complete reisverslag van Jacob Roggeveen hier op de muren, van de nok tot aan de wc’s: archiefonderzoek is een reis, een avontuur.”
Anna van Borsele en Wikipedia
“Wat ik nog mis zijn mooie biografieën van Zeeuwse historische figuren, zoals van de vele adellijke dames die Zeeland vooruit hebben geholpen. Zoals Anna van Borsele, die brieven schreef met Erasmus. Dat je de mensen achter de data en de feitjes echt leert kennen, door een goed geschreven biografie die heel dichtbij durft te komen. In Engeland heeft zowat iedere Tudorbastaard een mooie biografie, hier gaat het soms niet verder dan een paar zinnen op een verder lege Wikipedia pagina. Dat heb ik wel altijd sympathiek gevonden, die Wikipedia-manier van werken. Met teams één onderwerp steeds beter en nauwkeuriger vangen. Over zes jaar ben ik gepensioneerd en dan kan ik in allerlei interessante digitale onderzoeksgroepjes stappen. De levens van tot nu toe onderbelichte figuren beschrijven. Of vertellen hoe het leven was op het verdwenen kasteel Zandenburg in Veere. Wie iets van een onderwerp weet en zin heeft mag aansluiten. Allerlei vakgebieden samen, digitaal verbonden om iets moois te maken. Gelukkig leven we in interessante tijden.”
25 jaar Zeeuws Archief
Het Zeeuws Archief bestaat vijfentwintig jaar. We blikken terug met verschillende betrokkenen.
/over-ons/25-jaar-zeeuws-archief/