Soms helpt het toeval een handje, of een vriendin van vroeger: Daniël Obbink kwam via een stage bij het archief van het waterschap terecht. En toen de stukken naar het Zeeuws Archief verhuisden, reisde hij mee. Als informatiebeheerder.

“Ik was aanwezig bij de opening van het Zeeuws Archief, maar werkte nog niet hier. Eind jaren negentig ben ik begonnen bij het waterschap. Ik kwam in een werkloosheidsituatie terecht en wist niet zo goed wat en hoe, wat ik wilde gaan doen. Een goede vriendin van de middelbare school werkte bij het Rijksarchief en dacht dat dit werk ook goed bij mij zou passen. Ze belde later terug, dat er een nieuwe archivaris in Goes was benoemd bij het waterschap en dat die wel hulp kon gebruiken. Het arbeidsbureau vond dat goed en zo ging ik een paar dagen per week daar stage lopen, als ondersteunende kracht. Later mocht ik ook een opleiding doen, in modern en dynamisch archiefwerk. Ik vond het meteen heel leuk en mooi werk, het sprak me erg aan. Goed zorgen voor al die oude stukken. Je moet precies werken, zorgvuldig, gedegen, consistent. Eigenschappen die je niet in elk soort werk kwijt kan”.
Verhuizing naar Middelburg
“Het waterschap in Goes moest gaan verhuizen, er kwamen fusies en uitbreidingen. En het gebouw bij het station was te krap. In 2004 begon de verhuizing en toen heb ik een verhuisplan gemaakt voor het statische archief, dat was zo’n 1200 meter. Dat ging allemaal naar de nieuwe ondergrondse archieven in Middelburg, het was heel indrukwekkend om die voor het eerst te zien. In 2004 zijn de archieven overgegaan en kwam ik hier ook twee dagen in de week te werken. Ik had twee halve banen en mocht het overnemen toen mijn baas Fop met pensioen ging. Je bent hier altijd omringd door kennis en boeiende thema’s. Ik ken de waterschapsarchieven van boven de Westerschelde goed. En ik ben contentbeheerder voor Zeeuwen Gezocht: zorgen dat er nieuwe bronnen toegankelijk worden gemaakt, vooral inhoudelijk, op persoonsnamen. Ik heb veel met de bevolkingsregisters gedaan, digitaliseren en invoeren, soms gekoppeld met scans van bronnen. Ontsloten via een groot online platform, VeleHanden, nu doorzoekbaar via Zeeuwen Gezocht”.
Vele handen maken licht werk
Dankzij vrijwilligers staan er razendsnel 450.000 nieuwe persoonsgegevens online
/dankzij-vrijwilligers-razendsnel-450-000-nieuwe-persoonsgegevens-online/Fijnmazig netwerk
“De waterschapsarchieven gaan over waterkeringen, de binnenwateren, wegen. En over waterzuivering, sinds de jaren zeventig. Dat is zo typisch Nederlands en al zo oud, dat enorm fijnmazige netwerk met al die overlegstructuren. Het is de grondslag van onze democratie, van het poldermodel. Soms krijgen we een vraag of we ook stukken hebben over de oprichting en het ontstaan van een waterschap. We overleggen al over water sinds de middeleeuwen, maar archiefstukken zijn er pas sinds de 16e en 17e eeuw.
Soms krijg je hele bijzondere vragen en verzoeken, zoals iemand die een dissertatie wil schrijven over de beleving van de bedreiging van het water. Van de middeleeuwen tot na de Watersnoodramp, en of daar ontwikkelingen en veranderingen in zijn. Dan ga je meedenken, maar dat is best lastig. We hebben het archief van de Deltadienst. En stukken over Johan van Veen, de ingenieur die al heel vroeg voorspelde dat het in 1953 mis zou gaan. Maar het staat allemaal niet zo gelabeld, ‘angst voor water’. Dus dan moet je een vertaalslag maken. Van een onderzoeksvraag naar wat wij kunnen bieden”.
Historische sensatie
“Ik heb het werk erg zien veranderen in vijfentwintig jaar. De nadruk komt steeds meer op het digitale, steeds meer dingen online aanbieden. Nog lang niet alles natuurlijk, maar we werken er hard aan. Mensen hoeven ook steeds minder langs te komen. Maar de historische sensatie blijft: een oud stuk in je handen hebben is toch iets heel anders dan een document op je scherm zien. Maar het zoeken is wel geweldig verbeterd. Ook via landelijke platforms. Ik probeer dat toegankelijk te maken en zo goed mogelijk te stroomlijnen. Zodat onderzoekers kunnen vinden wat ze zoeken, dat ze goed kunnen interpreteren wat ze voor ogen krijgen via onze ingangen. En dat het ook fysiek gevonden kan worden”.
Een oud stuk in je handen hebben is toch iets heel anders dan een document op je scherm zien
Los van de drager
“Zelf ben ik niet echt een onderzoeker. Ik hou van structuur en orde, jezelf vastbijten in iets. En het idee dat je alles door je handen hebt gehad en weet wat er staat, wat de conditie is. Alles keurig opgeslagen in dozen. Toch kom je soms de meest onmogelijke dingen tegen. Vooral uit de jaren zeventig, van financiële afdelingen. Toen kwam de computer en gingen ze van alles printen, dat vervolgens in dozen is gestopt en zo is overgedragen. Sinds een jaar of tien proberen organisaties paperless te zijn. Digitaal is leidend, documenten veranderen van gedaante. Wat moet je dan bewaren, vasthouden? Het raakt los van de drager. En duurzaamheid is dan ook heel belangrijk, hoe lang werkt een bepaald format? Een boek kan ook vergaan, al hebben we hier documenten van rond de duizend jaar oud. We hebben nog geen idee of digitaal dat gaat halen”.
Schermen en verslaving
“Ik zit nu vijfentwintig jaar in het vak. Schermen zijn overal en altijd aanwezig, we moeten moeite doen om de telefoon in een andere ruimte te laten omdat het zo verslavend is. En AI gaat heel snel. Als je die ontwikkelingen doortrekt heb je misschien geen archivarissen meer nodig om iets toegankelijk te maken, straks kun je misschien alles zelf onderzoeken en verbanden leggen. Als onderzoeker heb je daar nu nog vaak een intermediair voor nodig. Misschien zijn archivarissen wel nog nodig voor de samenhang en context. Hoe een archief gevormd is, dat was altijd mensenwerk.
Het is boeiend om al die verschillende onderzoeken en onderzoeksvragen te zien. Ik ben geen onderzoeker, ik zou de hele tijd twijfelen – zie ik dat wel goed, mag ik dit zo interpreteren? Aan de andere kant kunnen onderzoekers hun werk doen omdat wij het op orde maken. Zo is het toch een samenwerking, vanuit ieders kwaliteiten. Die van archivarissen zijn geduld, concentratie, consistentie. We hebben ook genoeg vrijwilligers die daar heel goed in zijn. Invoeren kunnen ze als geen ander, maar je moet ze niet teveel in de drukte en het lawaai zetten. Archieven, musea, bibliotheken, daar zie je een bepaald type mens opbloeien. En goed werk doen. De waterschappen hebben daar zo’n mooie slogan bij: soms zichtbaar, altijd noodzakelijk”.
25 jaar Zeeuws Archief
Het Zeeuws Archief bestaat vijfentwintig jaar. We blikken terug met verschillende betrokkenen.
/over-ons/25-jaar-zeeuws-archief/