Memories van successie

De memorie van successie is een prachtige bron om inzicht te krijgen in de vermogenspositie van jouw voorouders in de 19e eeuw. Het gaat hier om de belasting op het ontvangen van een erfenis.

De 19e eeuw is te verdelen in de periode 1806-1817 en de periode vanaf 1818.

Memories van successie in 1806-1817

De inning van het successierecht gebeurde volgens een landelijke ordonnantie uit 1805. De belasting werd geïnd door ontvangers die verantwoording schuldig waren aan nationale instanties.

Deze werkwijze werd tijdelijk onderbroken tussen 1810 en 1814 toen Nederland deel uitmaakte van de Franse Republiek. Na de Franse Tijd gold vanaf 1814 de ordonnantie uit 1805 weer.

De ontvangers van de successiebelasting werden in 1807-1810 ‘gequalificeerden tot de directie der invordering van de belasting op het recht van successie’ genoemd. In 1814-1817 heetten ze ‘regulateurs’.

Memories van successie & Lijsten van overledenen

De archieven uit deze periode bestaan grotendeels uit rekeningen waarin de belasting op de in aanmerking komende boedels wordt verantwoord. In de bijlagen bevinden zich lijsten van overledenen, net als bij de collaterale successie in de 18e eeuw. Vooral voor de periode 1806-1810 kunnen deze lijsten als alternatief dienen voor verloren gegane begraafregisters. In een enkel geval zijn ook de memories van successie bewaard gebleven.

De memories uit deze periode worden bewaard in het Zeeuws Archief. De stukken zijn niet, zoals in de periode vanaf 1818, via indexen op naam toegankelijk.

Memories van successie vanaf 1818

In 1818 trad een nieuwe wet op de successiebelasting in werking en daarmee begon een regelmatige administratie. Erfgenamen waren bij elk sterfgeval verplicht om binnen een termijn van zes maanden na het overlijden van de erflater schriftelijk aangifte te doen van wat de overledene had nagelaten. Vervolgens taxeerde de ontvanger van het successierecht de waarde van de bezittingen, stelde het overzicht van baten en lasten samen en bepaalde de hoogte van de belasting.

Memories bevatten in het algemeen:

  • de naam van de overledene
  • de plaats en datum van overlijden
  • de burgerlijke staat
  • de namen van alle erfgenamen en legatarissen
  • een overzicht van het bezit aan onroerend goed, met kadastrale gegevens

Daarnaast wordt er melding gemaakt van een testament of huwelijkscontract, – als dit is opgemaakt. Deze melding bevat dan de datum van de akte, de naam van de notaris en zijn vestigingsplaats. Indirect vormen de memories van successie dus een toegang op het notarieel archief.

Gedetailleerde gegevens over andere bezittingen zoals de inboedel, handelswaren, contanten, banksaldi, erfpachten, grondrenten, lijfrenten, effecten, belangen in andere ondernemingen en inkomsten als loon, pacht, huur en renten tref je alleen aan als er successierecht moest worden betaald.

Je krijgt dus via de memories van successie niet alleen een overzicht van de bezittingen van de overledene, maar ook kun je familieleden achterhalen evenals de naam van de notaris.

Zoeken naar memories van successie

Het Zeeuws Archief beschikt over vrijwel alle memories uit de periode 1818-1927. De serie memories van het kantoor Hulst begint zelfs al in 1795. De memories van het kantoor Oostburg zijn verloren gegaan, behalve over de jaren 1882, 1900-1905 en 1908-1927.

De index op persoonsnaam is digitaal te raadplegen via Zeeuwen Gezocht, de personendatabase van het Zeeuws Archief. Aan de hand van het vermelde inventaris  en cassettenummer kun je vervolgens in de studiezaal van het Zeeuws Archief de gevonden memorie op microfilm bekijken.

deze versie voor verwijzing naar Zeeuwen Gezocht

Memories van successie, jaren 1795, 1818-1900

Zoek direct naar overledenen waarvan een memorie van successie bewaard is gebleven in Zeeuwsen Gezocht, de personendatabase van het Zeeuws Archief.

www.zeeuwengezocht.nl

Memories van successie, jaren 1795, 1818-1900

Bekijk de inventaris van de Memories van successie over de periode 1818-1900.

www.archieven.nl

Bijzonderheden

Er werd geen memorie van successie opgemaakt als:

  • iemand geen onroerend goed in bezit had. Dan werd er een certificaat of verklaring van onvermogen opgemaakt. Wees er op bedacht dat in de memories van vóór 1900 ook certificaten van onvermogen zijn opgenomen en dat deze ook zijn geïndexeerd.
  • de erfenis minder dan 300 gulden waard was. Wees er op bedacht dat in de memories van vóór 1900 ook ‘negatieve memories’ (erfenis minder dan 300 gulden) en dat deze ook zijn geïndexeerd.
  • er alleen erfgenamen in de rechte lijn waren. Dus als de kinderen van een overledene erfden, was er geen sprake van successierecht.

Belasting moest worden betaald:

  • vóór 1878: alleen als de boedel overging in de zijlinie, dus op broers en zusters, neven of nichten, enzovoorts, of als er bijzondere testamentaire beschikkingen waren gemaakt.
  • vanaf 1878: erfgenamen in de rechte lijn waren wel belasting verschuldigd maar alleen in die gevallen waarin de erfenis na aftrek van schulden meer dan 1.000 gulden bedroeg.

Literatuur

  • N. Bos, ‘De memories van successie. Een veelbelovende bron voor veelsoortig onderzoek’, in: Spiegel Historiael 24 (1989) 120-126.
  • Een uitvoerige inleiding op de administratieve werkwijze voor de wettelijke regelingen van het successierecht geeft R.C. Hol in de Inventaris van de memories van aangifte der nalatenschap en de bijbehorende ingangen afkomstig van de ontvanger der successierechten en de tafels IV en VI van de dienst der registratie (Arnhem 1980). Deze is opgenomen in de inleiding van de inventaris van het archief Ontvangers der Successierechten.