Emigranten uit Zeeland

Eeuwenlang vertrokken er Zeeuwen om elders kolonies, nederzettingen, steden of leefgemeenschappen te stichten. Zeeuwen emigreerden onder andere naar Zuid-Afrika, Indonesië, Suriname, Noord-Amerika en Brazilië.

Een belangrijke drijfveer voor emigratie was handel: vooral landen waar de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) of de West-Indische-Compagnie (WIC) handel dreven, waren in trek bij de Zeeuwen. Militairen, kooplieden, landeigenaren en bestuurders trokken met hun gezinnen naar diverse handelsgebieden om zich daar, al dan niet permanent, te vestigen. In de 19e en 20e eeuw trokken Zeeuwen voornamelijk naar het Noord-Amerikaanse continent.

Zuid-Afrika

Vanaf het eind van de 16e eeuw voeren de schepen van de VOC richting de Oost langs Kaap de Goede Hoop in het zuiden van Afrika (nu Zuid-Afrika). Het was een lange en uitputtende reis, en halverwege was de bemanning dringend toe aan vers etenswaar en medische hulp. In 1651 besloot de VOC een verversingspost en ziekenboeg op de Kaap in te richten. Dit hield in dat er graan, groente en fruit verbouwd werd, vee gehouden werd en zieken werden verpleegd. Boerengezinnen uit de Nederlanden vestigden zich om plantages op te zetten. Als goedkope arbeidskrachten werden tot slaaf gemaakte Afrikanen en Aziaten uit respectievelijk West-Afrika en Oost-Azië ingezet.

Gezicht op Kaap de Goede Hoop. Aquarel door Jan Arends (1738-1805) naar een ontwerp van Kinderman. Zeeuws Archief, HTAM-354.

Boeren of Afrikaners

Aan het einde van de 18e eeuw woonden er op de Kaap ongeveer 6000 Hollanders, 5600 Duitsers en 2400 Fransen, die ook wel Boeren of Afrikaners genoemde werden. In 1795 werd de kaap bezet door de Britten, echter de Boeren verzetten zich hevig tegen de Britse overheersing; ze hadden grote bezwaren tegen het uitroepen van het Engels als enige officiële taak en de afschaffing van de slavernij. Tussen 1835 en 1840 verlieten daarom rond de 5000 Afrikaners de Kaapkolonie met hun ossenwagens, om ver weg in het binnenland eigen onafhankelijke Boerenrepublieken te stichten. Dit gebeurde echter niet zonder problemen. Uiteindelijk kwamen de gewonnen gebieden in handen van de Britten, en in 1910 vormden Transvaal, de Kaapkolonie, Oranje Vrijstaat en Natal samen de ‘Unie van Zuid-Afrika’.

Voorvaderen De Klerk waren Zeeuwen

De voorouders van de voormalige Zuid-Afrikaanse president Frederik Willem de Klerk kwamen uit Serooskerke (Walcheren). Ze hadden daar een smidse. Na het overlijden van Pieter de Clerck, vertrok zijn weduwe Sara Couchet in 1688 met haar kinderen Abraham, Jannetje en Joos met het VOC-schip Oosterlandt naar de Kaapkolonie.

DAVOS/SWITZERLAND, JAN 1992 - South African President F. W. de Klerk shakes hands with Nelson Mandela, South African anti-apartheid leader and head of the ANC at the Annual Meeting of the World Economic Forum in Davos in 1992. Copyright World Economic Forum (http://www.weforum.org)
President van Zuid-Afrika, F. W. de Klerk, en leider van de anti-apartheidbeweging van Zuid-Afrika, Nelson Mandela, in 1992 tijdens het Wereld Economisch Forum in Davos. Foto: World Economic Forum in Davos.

Zoon Abraham, die op dit schip aanmonsterde als matroos, is de verre voorvader van oud-president Frederik Willem de Klerk.

In 1989 werd Frederik Willem president van Zuid-Afrika. Na zijn benoeming raakte het hervormingsproces in een stroomversnelling. Hij besloot in 1990 tot de vrijlating van Nelson Mandela en schafte de meeste apartheidswetten af. Samen met Mandela kreeg hij in 1993 de Nobelprijs voor de Vrede.

Suriname: Zeeuwse kolonie

Al sinds 1600 waren er Zeeuwen te vinden in Suriname. Ze hadden lange tochten gemaakt om handel te drijven aan de kust van Zuid-Amerika. Ze hadden echter wel concurrentie; ook Engelsen, Portugezen en Fransen hadden in Suriname een handelspost gevestigd. De eerste succesvolle kolonisatiepoging van Suriname was dan ook een Engels initiatief. Tijdens de Tweede Engelse Oorlog (1665-1667) werden de Engelsen daarentegen weer verjaagd door een Zeeuwse vloot. Het Engelse fort bij het stadje Paramaribo werd omgedoopt tot Fort Zeelandia, en Paramaribo zelf kreeg tijdelijk de naam Nieuw Middelburg.

Verkocht aan de WIC

Omdat Suriname een dure kolonie in onderhoud bleek te zijn besloten de Zeeuwen in 1682 de rechten op het gebied te verkopen aan de WIC, voor niet meer dan 260.000 gulden. Er werd een gouverneur aangesteld die ervoor moest zorgen dat de zaken voorspoedig zouden verlopen. Deze man was van Zeeuwse oorsprong: Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck. Vanaf 1683 werkte hij aan een versterking van de defensie en vrede met de Indianen. De kolonisten breidden hun plantages steeds verder uit en kochten tot slaaf gemaakte Afrikanen van handelaren, waaronder de WIC en de Middelburgse Commercie Compagnie (MCC). Deze handelaren kochten tot slaaf gemaakte Afrikanen in West-Afrika. De plantages leverden producten zoals koffie en suiker, die onder andere op de Nederlandse markt werden verkocht.

Tekort aan arbeidskrachten

Toen rond 1850 het eind van de slavernij in zicht kwam, ontstond op de plantages een groot tekort aan arbeidskrachten. Er was behoefte aan een grote hoeveelheid arbeiders die niet teveel loon eisten en gewend waren aan zwaar lichamelijk werk in een warm en vochtig klimaat. Eind 19e, begin 20e eeuw kwam een grote stroom Aziatische contractarbeiders naar Suriname om op de plantages te werken. Enkele duizenden Chinezen (1858-1870), enkele tienduizenden Brits-Indiërs (1873-1916) en Javanen (1890-1939). Vele contractarbeiders bleven in Suriname en bouwden een nieuw bestaan op. Zo vormen de Hindoestanen, nakomelingen van de Brits-Indiërs, met 40% de grootste bevolkingsgroep in Suriname.

Parbo-bier: Een uitvinding van Zeeuwse broers

De brouwerij Parbo uit Paramaribo, die zo’n 90% van de Surinaamse biermarkt bedient, heeft zijn wortels in Zeeuws-Vlaanderen. De twee broers Arthur en Piet Dumoleijn waren eigenaar van een bierbrouwerij in Kloosterzande (Groenendijk). Na de Tweede Wereldoorlog gingen de zaken echter steeds slechter. De broers waagden de grote stap in de tropen een bierbrouwerij op te zetten.

Bierbrouwerij Amstel reageerde enthousiast op het plan van de broers Dumoleijn en steunden hen financieel. Het contract werd in 1954 gesloten en korte tijd daarna had Parbo al 75% van de Surinaamse biermarkt in zijn bezit.

Noord-Amerika

Het aandeel Zeeuwen dat naar het beloofde land Amerika vertrok was groot. Van alle Nederlanders die tussen 1831 en 1877 naar Amerika vertrokken, kwamen er circa 13.000 (21%) uit Zeeland, met name uit Duiveland, West Zeeuws-Vlaanderen en Zuid-Beveland. Oorzaak waren de economische, sociale en religieuze omstandigheden in Nederland rond 1845: deze waren voor vooral landbouwers alles behalve rooskleurig. Aardappelziektes, dalende prijzen voor landbouwproducten en daarnaast hoge kindersterfte, slechte hygiënische omstandigheden, hoge belastingen en weinig hoop op een betere levensstandaard vormden een reden voor emigratie. De godsdienstige achterstelling van de Afgescheidenen, die zich in 1834 hadden afgescheiden van de Hervormde Kerk vormden nog een drijfveer om te emigreren.

Rijke boer uit Borssele sticht het stadje Zeeland, Michigan

‘Nederland gaat te gronde aan zedelijk verval’. Dat was de boodschap die de rijke boer Jannes van de Luijster onder zijn dorpsbewoners verkondigde. Het werd tijd om een nieuwe plek te zoeken. Samen met dominee Cornelis van der Meulen (ook wel d’Apostel van Zeeland genoemd) werd een goed doordacht plan bedacht om met een grote groep Afgescheidenen naar Amerika te vertrekken en daar een eigen gemeenschap te stichten.

Geslaagde migratie

Van de Luijster verkocht zijn bloeiend boerenbedrijf in Borssele voor ruim ƒ40.000,- . Met dit fortuin financierde hij de overtocht van de grote groep Borsselse armen, kocht grote lappen land in Michigan en stichtte het dorp Zeeland. Het aangekochte land verkocht hij vervolgens weer voor de aankoopprijs aan zijn medereizigers, leende geld uit in termijnen van 20 jaar en vroeg daar geen rente voor als een weduwe dat niet kon opbrengen. Tevens financierde hij de noodzakelijke voorzieningen: een verharde weg naar de stad Holland, een kerk, een school en het postkantoor. Mede door de zorgvuldige voorbereidingen, het gebruik van eerdere ervaringen, de financiële steun en de daadkrachtige leiders kan deze ‘landverhuizing’ een geslaagde migratie worden genoemd.

Een ander Zeeland

In de stad Zeeland is geen druppel alcohol te vinden. Al ruim 100 jaar is dit een ‘sober’ stadje. In 1905 werd de plaatselijke anti-alcoholwet uitgevaardigd die nog steeds van kracht is. Deze wet is er mede gekomen door het krachtig optreden van een aanzienlijk aantal vrouwen in de stad. Ze waren van mening van drank alleen maar ellende bracht: huisvaders die hun gezin mishandelden, families die stuk gingen. Rond de gemeentegrens van Zeeland is overigens wel een aantal slijterijen gevestigd die goede zaken doen met Zeelanders.

Roosevelt

De voorouders van de Amerikaanse president Roosevelt zijn vermoedelijk uit Tholen afkomstig. Franklin Delano Roosevelt legde in 1933 de eed af op zijn Nederlandstalige familiebijbel. Hijzelf sprak echter geen vloeiend Nederlands. Zijn verre neef Theodore Roosevelt, president van de Verenigde Staten van 1901 tot 1909, sprak in zijn kinderjaren nog wel Nederlands in de kerk.

Een herinnering aan de Zeeuwse afkomst van F.D. Roosevelt is de uitreiking van de Four Freedoms Awards, een jaarlijkse prijs voor personen die zich op een bijzonder wijze hebben ingezet voor het waarborgen van de vier vrijheden zoals die door Roosevelt in zijn zogenaamde “Four freedoms”-toespraak tot het Amerikaans Congres op 6 januari 1941 werden benoemd. De prijzen worden in de oneven jaren uitgereikt in New York door het Franklin and Eleanor Roosevelt Institute en in de even jaren in Middelburg door de Roosevelt Stichting.

Brazilië

Nadat Brazilië in 1500 door de Portugezen ontdekt was, probeerden ook de Fransen, Engelsen en Nederlanders hier ‘voet aan wal’ te krijgen. Een belangrijk exportproduct van Brazilië was zout (setúbal), en dit was zee waardevol voor de Nederlanders voor de conservering van vis. In 1624 slaagde de Nederlandse zeeheld en kaper Piet Hein erin om de hoofdstad Salvador in te nemen, en voor een kwart eeuw werd het bestuurd door de West-Indische Compagnie. De kosten waren echter the hoog om Brazilië verder te koloniseren, en dit was één van de redenen om in 1661 alle Nederlandse rechten voor 8 miljoen gulden aan Portugal te verkopen.

Grote beloftes, geen succes

Tijdens de grote emigratiegolf in het midden van de negentiende eeuw was ook Brazilië één van de landen die aantrekkelijk leek voor een nieuw en beter bestaan. Met beloftes zoals ‘gratis stukken land’ lokte de Braziliaanse regering tussen 1858 en 1862 maar liefst 504 West-Zeeuws-Vlamingen over de grote oceaan. Een deel hiervan vestigde zich in het district Holanda. Hier werkten zij eerst bij grootgrondbezitters waar ze van slaven landbouwtechnieken leerden. Later verbouwden ze ook op hun eigen stuk grond, maar dit was nauwelijks voldoende voor eigen levensonderhoud. Ook hun nakomelingen konden zich slechts moeizaam staande houden in deze nieuwe omgeving.

Een paar generaties later

In 1978 bracht een journalist van het dagblad De Stem een bezoek aan de Zeeuwen in Brazilië en schreef over het moeilijk bestaan van de emigranten. De Zeeuwen reageerden geschokt en er werden allerlei actiecomités opgericht om hen geldelijke steun te bieden. Elf jaar later bekommerde de stichting Zeebra zich om de nazaten van de Zeeuws-Vlamingen, met als gevolg dat steeds meer Zeeuwse afstammelingen wegtrekken uit Brazilië om opnieuw hun geluk elders te gaan beproeven.