Levende lading voor Zeeuwse rekening

De Middelburgse Commercie Compagnie (MCC) verhandelde ruim 31.000 tot slaaf gemaakte Afrikanen. Sinds mei 2011 prijkt het archief van de Middelburgse Commercie Compagnie op de UNESCO-werelderfgoedlijst voor documentaire werken.

Het archief staat daar samen met vele andere, vaak wereldberoemde werken, zoals het dagboek van Anne Frank, het tapijt van Bayeux en de negende symfonie van Beethoven.

Archief MCC Memory of the World

De MCC werd opgericht in 1720 en bleef tot 1889 bestaan. Het bedrijf richtte zich in oorsprong op handel tussen havens aan de Oostzee, Frankrijk, het Iberisch schiereiland, de Middellandse Zee, West-Indië en Afrika. Zelfs walvisvaart behoorde kortstondig tot de activiteiten.

Driehoekshandel

Na 1730 reedde de MCC schepen uit voor de driehoekshandel Afrika – West-Indië – Europa. Het fregat ‘Hof van Zeeland’ vertrok in 1732 voor de eerste trans-Atlantische slavenreis. Geladen met allerhande koopwaren, waaronder veel textiel, geweren en buskruit, voer het fregat naar de kust van Angola. Daar werden de goederen geruild voor een levende lading, bestaande uit mannen, vrouwen, jongens en meisjes. In groepjes werden de tot slaaf gemaakte Afrikanen aan boord gebracht.

Slaaf nr 318 was een vrouw

Een ‘manslaaf’ betrad 9 december 1732 als eerste het dek van het ‘Hof van Zeeland’. Hij was letterlijk ‘nummer 1’, een naam werd niet genoteerd. Hij was geruild tegen textiel, een geweer en een blauwe kleurstof met een gezamenlijke waarde van 19,5 pees (rekeneenheid). Bijna vier maanden later (!) werd de laatste slaaf, een vrouw, aan boord gebracht. Zij was geruild voor 22 pees aan goederen, waaronder zestien dozijn messen, en was nummer 318.

Dodelijke haai

Die eerste reis werden 186 mannen, 41 vrouwen, 65 jongens en 26 meisjes aan boord genomen, wat niet betekende dat zij allen de overkant levend bereikten. De eersten, een man en een vrouw, overleden voor het schip had kunnen vertrekken. De vrouw was met vier andere vrouwen in een vluchtpoging overboord gesprongen; de bemanning had vier vrouwen weer gevangen kunnen nemen, een haai beet de vijfde haar been ter hoogte van haar dij af.

‘Lijste van de doode negers Ao. 1733’. Dit document is ingestoken voorin het ‘klad(negotie)boeck’, dat aan boord van het fregat ‘Hof van Zeeland’ werd bijgehouden. Zeeuws Archief, Archief MCC, toegang 20, inv.nr 575.

Oversteek over de Atlantische Oceaan

Eindelijk begon 1 april 1733 de oversteek over de Atlantische Oceaan. Gedurende de reis naar Curaçao overleden nog eens 48 Afrikanen. Het dodental betrof in totaal 41 mannen, een vrouw, 6 jongens en twee meisjes. De chirurgijn aan boord had de levens, en daarmee de koopwaar, niet weten te redden. Netjes verantwoordde hij het verlies in zijn journaal.

Financiële verantwoording

De gebeurtenissen zijn in de archiefstukken van de MCC minutieus te volgen – ging het om geld dan werd alles tot in de details verantwoord. Reis na reis en schip na schip.

Brandewijn voor de koning van Cabinda

Uitzonderlijk is dat alle administratie vrijwel volledig en intact bewaard is gebleven. Van de bouw van de schepen, de inkoop van de goederen in Zeeland, van de slaven aan de kust van Afrika, de verkoop in West-Indië en de inkoop van retourgoederen terug naar Zeeland. Maar ook de monsterrollen van de bemanningen, de scheepsverslagen van de kapiteins, zelfs een aantal journaals van de chirurgijns, de verkoop van afgedankte schepen – het is er allemaal nog. Ook de geschenken die het fregat ‘Hof van Zeeland’ meenam om de lokale machthebbers gunstig te stemmen – zij waren immers de leveranciers van de levende lading – zijn in de boeken terug te vinden. Zo stelde de koning van Cabinda prijs op brandewijn

114 Driehoeksreizen

De MCC ging zich gaandeweg steeds meer toeleggen op de handel in slaven. Van 114 slavenreizen zijn archiefstukken bewaard gebleven. Het merendeel werd gemaakt tussen de jaren 1756 en 1780. Het Zeeuwse bedrijf verscheepte in totaal ruim 31.000 tot slaaf gemaakte Afrikanen, 27.345 van hen overleefden de reis.

Slavenhandel belemmerd door oorlogen

In 1802 werd de laatste slavenreis uitgereed, maar deze zou – net als vele andere – onvoltooid blijven. Door de Vierde Engelse Oorlog en de Napoleontische oorlogen werd de handel eerst zwaar belemmerd en tenslotte onmogelijk gemaakt. Veel MCC-schepen werden veroverd door Engelsen. De onderneming richtte zich voortaan op de bouw van schepen voor derden. In 1889 werd de werf en daarmee de MCC opgeheven.

Snauwschepen Painting depicting ships of the Middelburgse Commercie Compagnie by artist Engel Hoogerheyden from Middelburg (1740-1807). Oil on canvas, 111×245,5 cm. Stadhuiscollectie Middelburg, inv.nr 65.van de Middelburgsche Commercie Compagnie - Engel Hoogerheyden
Schilderij van schepen van de Middelburgse Commercie Compagnie door de Middelburgse kunstenaar Engel Hoogerheyden (1740-1807). Olieverf op doek, 111×245,5 cm. Stadhuiscollectie Middelburg, inv.nr 65.

Inventaris van het archief

Na de Tweede Wereldoorlog heeft de rijksarchivaris van Zeeland, dr Willem Unger (1889-1963), een inventaris van het archief gemaakt. Sinds de voltooiing ervan in 1951 hebben onderzoekers, nationaal en internationaal, gebruik gemaakt van de gegevens. Het archief is geprezen om de excellente staat waarin de archiefstukken verkeren. De inventaris van het archief van de MCC is online in te zien.

Archief MCC online

Het archief van de MCC is volledig gedigitaliseerd en online te raadplegen. Open de inventaris.

www.zeeuwsarchief.nl