Hondjes in Oosterland

Er wordt weleens beweerd dat de hond de beste vriend van de mens is. Ze worden al eeuwen gebruikt voor de jacht maar de trouwe viervoeters zijn vooral vermaard voor het prettige gezelschap dat ze bieden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Adriaantje Booterhoek ontstemd was toen in 1737 te Oosterland haar hondje werd doodgeschoten.

Een man met snaphaan.
Militair Museum, inv.nr.00112053/011

Op 13 mei 1737 kuierde Lieven de Grave, baljuw van Oosterland en zodoende belast met de ordehandhaving, door het gemoedelijke dorpje. Op de ‘Heerenweg’ stuitte hij op het hondje van Gerard Cooman dat ‘sonder block losliep’. Hij aarzelde geen moment, greep zijn snaphaan en schoot pardoes het hondje dood. Lieven wilde nietsvermoedend doorlopen maar had al snel in de gaten dat Adriaantje Booterhoek, de vrouw van Gerard en niet voor een kleintje vervaard, ‘niet alleen misnoegd ende t’onvreede getoond heeft, maar oock een (hooi)vork uijt de schuijre heeft gehaald’.

Ik sal je om ver steecken als een hond’. Gemeentearchief Schouwen-Duiveland, RAZE, inv.nr.4133

Tot tweemaal toe probeerde ze de baljuw van Oosterland te steken terwijl ze grove scheldwoorden in de mond nam zoals ‘mordieuse hond’. Tijdens de aanval riep ze: ‘ik sal je om ver steecken als een hond’, maar zover kwam het echter niet. Lieven de Grave slaagde erin met zijn snaphaan de aanval te pareren en uiteindelijk de hooivork uit haar handen te slaan. De aanval bleef niet zonder gevolgen voor Adriaantje. De baljuw klaagde haar aan en eiste dat ze zou worden opgesloten zittende ‘te water en te brood’. Een verblijf in de gevangenis bleef haar bespaard maar ze was wel verplicht een boete van tien gulden te betalen.

Zicht op Oosterland met jachthonden op de voorgrond. Gemeentearchief Schouwen-Duiveland, Beeldbank, THA-684

Een paar jaar later liep het opvallend genoeg weer fout af voor een hondje in Oosterland. Ene Marinus Koster besloot op zondag 24 mei 1744 ‘het hondje van een voorbijgaend arm mensch over hoop te schieten’. Een daad die ‘volstrekt strijdigh’ was tegen de samenleving. Hij gaf zijn daad ruiterlijk toe en verzocht andermaal, hij was al eerder veroordeeld, om vergeving waarbij hij beloofde zich te onthouden van iedere vorm van ‘insolentien’ (brutaliteiten) en zich nooit meer aan criminele zaken schuldig te maken.

Gelukkig zijn de tijden veranderd en kunnen de honden van Oosterland tegenwoordig onbevreesd door het dorp paraderen.