Karos-, wagen- en paardengeld

Bezitters van allerlei soorten koetsen, wagens en paarden waren in het gewest Zeeland belastingplichtig. Anders dan de naam doet vermoeden was het karos-, wagen- en paardegeld in feite één belasting.

Aanvankelijk was het karos-, wagen- en paardengeld een weeldebelasting. Bedrijven en landbouwers waren vrijgesteld. In 1694 en 1742 vonden verhogingen plaats van de tarieven. Daarbij werd onderscheid gemaakt in soorten koetsen en wagens, zoals karossen, berlines en sjezen (‘chaisen’).

Het karos-, wagen- en paardengeld was aanvankelijk een incidentele belasting die in Zeeland geheven werd in 1665 en in de jaren 1694-1698. Vanaf 1701 werd de belasting structureel. Zij werd geheven tot en met 1805.

Het archief van de Rekenkamer bevat van vrijwel alle ressorten de rekeningen en bijlagen over de periode 1701-1805 (inv.nrs D 4727-5859). Over de periode 1694-1698 zijn er rekeningen en bijlagen van de ressorten Vlissingen, Veere, Brouwershaven, Tholen en Sint Philipsland en Noord-Beveland.

Karos-, wagen- en paardengeld

Bekijk de inventaris met het karos-, wagen- en paardengeld in Rekenkamer D van het archief Rekenkamer van Zeeland.

www.archieven.nl