Kadaster

Het kadaster is 1 oktober 1832 in Nederland ingevoerd met als doel een eerlijke heffing van de grondbelasting. Na verloop van tijd verschoof het accent echter van belastingheffing naar de functie die het kadaster nog steeds heeft: het bevorderen van de zekerheid in het rechtsverkeer met betrekking tot onroerend goed.

Het kadaster registreert enkele belangrijke gegevens, zoals:

  • de eigenaar van een bepaald stuk onroerend goed, gewoonlijk een perceel genaamd, of dat nu een huis, een boerderij, een schuur, bouwland of een stuk bos is
  • de afmetingen van dat perceel
  • het gebruik van de grond

Deze gegevens worden vastgelegd in registers en op kaarten. Daarmee kun je het bezit aan onroerend goed van uw voorouders kunt reconstrueren.

Het kadaster geeft alleen de namen van de eigenaren, niet die van de gebruikers van een onroerend goed (huurder of pachter). Als er een zakelijk recht is gevestigd, bijvoorbeeld een recht van opstal of vruchtgebruik, wordt dat vermeld. Namen van huurders zul je dus niet aantreffen.

Lange tijd werkte het kadaster niet met adressen. In de leggers vanaf omstreeks 1950 worden ze wel vermeld, maar er is geen index op adres.

De kadastrale gegevens zijn in beginsel per kadastrale gemeente geordend. Dit betekent dat je moet weten in welke gemeente je voorouder(s) grondbezit had(den), voordat je verdere gegevens kunt verzamelen.

Uit nader onderzoek blijkt met enige regelmaat dat de kadastrale gegevens uit 1832 niet altijd correct zijn.

Beschikbaarheid

Oorspronkelijk had het kadaster in Zeeland drie kantoren met eigen werkgebieden:

  • Middelburg: Walcheren en West‑Zeeuws‑Vlaanderen
  • Goes: Noord‑ en Zuid‑Beveland en Oost‑Zeeuws‑Vlaanderen
  • Zierikzee: Schouwen‑Duiveland, Tholen en Sint Philipsland

Helaas zijn de registers van het kantoor Middelburg tijdens de beschieting van Middelburg in mei 1940 door brand verloren gegaan.

[huidige situatie kadaster?]

[kadasterviewer]

Kadastrale gegevens in gemeente- en waterschapsarchieven

Niet alle diensten van het kadaster zijn gratis. Een alternatief vormen de kadastrale gegevens in gemeente‑ en waterschapsarchieven. Het raadplegen hiervan is kosteloos.

Het kadaster hield exemplaren van de kadastrale leggers bij voor gemeenten, polders en waterschappen. Vooral voor Walcheren en West‑Zeeuws‑Vlaanderen vormen deze series een belangrijk alternatief. Helaas niet voor Middelburg, waar ook de gemeentelijke exemplaren verloren zijn gegaan. Omdat de bewoners van deze stad geen polderbelasting hoefden te betalen zijn de kadastrale gegevens van Middelburg niet opgenomen in de leggers van de toenmalige Polder Walcheren.

Het kadastrale kaartmateriaal vanaf 1812 tot 1996 is te raadplegen bij het Zeeuws Archief.

Alternatieve bronnen in het Zeeuws Archief voor onderzoek naar onroerend goed in Middelburg:

  • de notariële archieven
  • de domeinarchieven
  • wijkregisters
  • volkstellingregisters
  • bevolkingsregisters
  • adresboeken uit het einde van de 19e en een groot deel van de 20e eeuw
  • bouwtekeningen van huizen; doorgaans vanaf het begin van de 20e eeuw bewaard gebleven, een gevolg van de totstandkoming van de Woningwet in 1901. Op grond van deze wet was elke gemeente verplicht een bouwverordening vast te stellen, waarin ook de goedkeuring van nieuw‑ of verbouw van huizen geregeld was. Dit houdt onder meer in dat bij elke bouwaanvraag twee exemplaren van een bouwtekening moeten worden ingeleverd. Eén van die exemplaren belandt uiteindelijk in het gemeentearchief.
  • in de binnenstad van Middelburg: Huisnamenproject Middelburg,  een kaartsysteem met gegevens over huizen, bewoners en eigenaren van circa 1600-1900. Zoeken kan op huisnaam, op wijkletter en -nummer, op straat en op persoon. Bij het kaartsysteem horen enkele boeken en lijsten, waaronder overzichten van oude huisnamen, monumenten en wijkindelingen. Omdat de kadastrale gegevens van de Middelburgse binnenstad ontbreken, biedt het huisnamenproject een goed alternatief voor de gegevens van de 19e eeuw.

Werkwijze kadaster

Het kadaster is een mooie, maar ook een ingewikkelde bron, zeker op het eerste gezicht. Dat komt vooral doordat er zoveel verschillende registers en kaarten zijn, die ook nog eens op allerlei manieren naar elkaar verwijzen en van elkaar afhankelijk zijn. De belangrijkste kadastrale en hypothecaire bronnen voor de genealoog zijn:

1. De kadastrale legger

Het meest geraadpleegde register is de kadastrale legger, die sinds het begin van de vastlegging op 1 oktober 1832 de ruggengraat vormt van de kadastrale administratie.

Heb je hierin gegevens gevonden over je voorouders of over een woning of boerderij, dan kun je van daaruit verder werken, zowel vooruit als terug in de tijd.

Leggerartikel: percelen per eigenaar

De kadastrale legger is per kadastrale gemeente op naam van de eigenaar ingericht. Per eigenaar worden onder een leggerartikel alle percelen genoemd die hij of zij in die ene gemeente bezit. Daarbij worden ook de namen van eventuele mede‑eigenaren en vruchtgebruikers genoteerd. Per perceel worden de oppervlakte, het gebruik, de klassering en de belastbare opbrengst vermeld. Van de eigenaar zijn in elk geval naam, woonplaats en beroep genoteerd. In latere leggers wordt soms ook zijn adres vermeld.

Wanneer een perceel van eigenaar verandert, worden alle gegevens van dat ene perceel doorgestreept en onder het leggerartikel van de nieuwe eigenaar opnieuw opgeschreven. Via verwijzingen wordt in de legger steeds duidelijk aangegeven naar welk artikelnummer de gegevens zijn overgebracht, respectievelijk uit welk artikelnummer ze afkomstig zijn, dus de nieuwe en de vorige eigenaar.

Bij de verdeling van een stuk grond, de splitsing van een perceel, worden de gegevens eveneens in hun geheel doorgehaald, ook als een deel van het perceel in handen van dezelfde eigenaar blijft. Die laatste gegevens worden onder een nieuw volgnummer opnieuw genoteerd.

Wanneer veel artikelen in een bepaald deel van de legger vervallen zijn, wordt het betreffende deel van de legger ‘vernieuwd’. Deze vernieuwing houdt in dat alleen de nog niet vervallen artikelen van de legger in een nieuw deel worden overgeschreven.

Zakelijke rechten percelen in openbare registers

De leggers verwijzen naar de openbare registers voor wat betreft de zakelijke rechten die met het perceel verbonden zijn, bijvoorbeeld het recht van eigendom of van hypotheek.

Tot 1 januari 1929 verwijst de legger naar het Algemeen Register en vanaf deze datum naar het register van overschrijving (Register Hypotheken no. 4) (zie verderop).

Voor de gebruiker is van belang te weten dat die verwijzing naar de openbare registers uitsluitend voorkomt in de leggers die bij het kadaster zelf in gebruik zijn. In de dubbelen die zich bij de gemeenten en waterschappen bevinden, is deze verwijzing helaas niet opgenomen

2. Oorspronkelijk Aanwijzende Tafels (OAT’s)

De eerste kadastrale leggers zijn samengesteld uit gegevens die verzameld zijn in de Oorspronkelijk Aanwijzende Tafels of OAT’s. De OAT vormt samen met de minuutplans het uitgangspunt voor de kadastrale administratie, die begon op  1 oktober 1832.

De OAT van een kadastrale gemeente vermeldt in volgorde van secties en daarbinnen van perceelsnummers bij elk perceel de naam van de eigenaar of een andere rechthebbende. Vastgelegd werden:

  • woonplaats en beroep van de eigenaar
  • oppervlakte en gebruik van het perceel
  • klassering en belastbare opbrengst van het perceel, met het oog op de belastingheffing

De OAT mocht niet gewijzigd worden. Wijzigingen werden verwerkt in de kadastrale legger.

De gegevens van de OAT’s van 105 (voormalige) Zeeuwse gemeenten zijn te raadplegen via Zeeuwen Gezocht. Behalve de data zijn ook de scans van de registers beschikbaar.

deze versie voor verwijzing naar Zeeuwen Gezocht

Kadastrale eigenaren

Zoek direct naar eigenaren van percelen in Zeeuwen Gezocht, de personendatabase van het Zeeuws Archief.

www.zeeuwengezocht.nl

3. De minuutplans

Het kaartmateriaal is een belangrijk onderdeel van het kadaster. De minuutplans zijn de bronnen die de toestand van 1 oktober 1832 op kaart weergeven. Deze plans zijn het resultaat van de opmetingen die tussen 1811 en 1832 plaatsvonden.

  • Elke gemeente heeft een verzamelkaart, waarop het gehele kadastrale grondgebied staat afgebeeld met de indeling in secties en kaartbladen.
  • Gedetailleerde kaarten per sectie, eveneens minuutplans genoemd, geven alle percelen weer met hun begrenzingen en hun bebouwing.
  • Wanneer de bebouwing, bijvoorbeeld een huis of een boerderij met schuur, geen eigen perceelsnummer heeft, staat er een gestippeld lijntje van dit huis naar het bijbehorende perceel.

De minuutplans mochten niet gewijzigd worden. De perceelsnummers op de oorspronkelijke minuutplans corresponderen dus met die in de OAT’s. Later gewijzigde perceelsnummers zijn op de minuutplans met rood onderstreept.

Er werden geregeld nieuwe minuutplans vervaardigd. Dit was het geval wanneer bijvoorbeeld een bepaald gebied en soms zelfs een hele gemeente in verband met stadsuitbreiding of ruilverkaveling opnieuw werd opgemeten. Minuutplans bij hermeting worden ook wel vervolgminuutplans genoemd. Zowel de oude ’vervallen’ minuutplans als de vervolgminuutplans zijn bewaard gebleven.

Ten behoeve van de herziening van de grondbelasting in 1879 werden in de periode 1880‑1896 zogenaamde netteplans vervaardigd.

De veranderingen in de bestaande toestand werden aanvankelijk op bijbladen, maar vanaf omstreeks 1950 op filmplans bijgehouden.

De hulpkaarten vormen de band tussen het onveranderlijke minuutplan en het steeds bijgewerkte bijblad.

Van elk gewijzigd perceel wordt een hulpkaart gemaakt waarop de oude en de nieuwe toestand staan aangegeven. De hulpkaarten worden per gemeente en daarbinnen per sectie in numerieke volgorde van de perceelsnummers bewaard. Veel plans die hun administratieve functie hadden verloren, zijn in de loop der tijd vernietigd.

De kadastrale kaarten zijn te raadplegen in de studiezaal van het Zeeuws Archief. De eerste minuutplans zijn tevens beschikbaar op microfiche. De inventaris van het kaartmateriaal bevat per kadastrale gemeente de beschrijving van de minuutplans (de oudste serie en de latere exemplaren) én de beschrijving van de vervallen plans. Hieronder wordt verstaan de netteplans, de bijbladen en de voor de gemeenten gekopieerde netteplans.

[kadasterviewer]

De Stichting Kadastrale Atlas Zeeland 1832 heeft zich ten doel gesteld de OAT’s met de bijbehorende minuutplans van alle Zeeuwse gemeenten te digitaliseren en te publiceren, voorzien van een historische inleiding en andere belangrijke informatie. Meer informatie over deze uitgaven kunt u krijgen bij het Zeeuws Archief.

Catalogus van de kadastrale plans

Kijk in de catalogus van de kadastrale plans

www.archieven.nl

Zoeken in het kadaster

Om gegevens in de kadastrale en hypothecaire administratie terug te vinden, werden toegangen op de boekhoudingen gemaakt.

Zoeken op naam

  • Het zoeken op naam gaat het snelst met de oudste kadastrale leggers.
  • Aanvankelijk stonden de leggerartikelen namelijk in alfabetische volgorde van de eigenaren en vruchtgebruikers. Als gevolg van de voortdurende wijzigingen ging deze volgorde al snel verloren.
  • Vanaf 1864 kun je zoeken in de Alfabetische Naamwijzer, die per kadastrale gemeente werd bijgehouden. De naamwijzer verwijst naar het juiste artikel in één van de delen van de kadastrale legger waar de betreffende persoon voorkwam. Voor een persoon of organisatie met bezit in meer dan één gemeente dien je de lijsten van al die verschillende gemeenten na te lopen.
  • Met ingang van 1 januari 1929 kun je zoeken in de Algemene Naamwijzer, een kaartsysteem. Deze is per kantoor georganiseerd en veel overzichtelijker dan de Alfabetische Naamwijzer. Van iedereen die in de kadastrale legger voorkwam werd een kaart gemaakt met daarop verwijzingen naar de kadastrale gemeente(n) waarin zijn goederen lagen en naar het leggerartikel waarin zijn naam voorkwam. Soms werd ook verwezen naar deelnummer en daarbinnen volgnummer van de akte in het register van overschrijving op grond waarvan voor het eerst een leggerartikel werd geopend voor deze persoon.

Zoeken op perceelsnummer

  • Zoeken kan ook met een kadastraal sectienummer en perceelsnummer uit bijvoorbeeld een testament, een memorie van successie of een koopakte. Tevens kun je de kadastrale aanduiding achterhalen door op de kaart te kijken, eerst op het verzamelplan van de kadastrale gemeente om de kadastrale sectie te bepalen en vervolgens op het minuutplan van de betreffende sectie. Het achterhalen van de kadastrale aanduiding met behulp van kaarten kan alleen als je weet waar het huis van je voorouders precies heeft gestaan.
  • Vervolgens raadpleeg je Register 71. Dit register is vanaf 1 oktober 1844 in gebruik genomen en verwijst via het perceelsnummer naar het artikelnummer van de kadastrale legger. Bij veranderingen wordt het oude artikelnummer doorgehaald en het nieuwe wordt erachter ingevuld.

Voorbeeld Leijn Verhage bezat omstreeks 1850 de boerderij Het Paradijs in Meliskerke. De kadastrale aanduiding van de boerderij luidt: Meliskerke sectie A nummer 284. Hoe vind je de inschrijving van het eigendom in de kadastrale administratie?

  • Eerst kijk je voorin de kadastrale legger voor een alfabetische naamlijst. Deze blijkt aanwezig maar is niet ingevuld. Wel is er een afzonderlijke alfabetische naamwijzer der eigenaren aanwezig, aangelegd vanaf 1864. Hierin ontbreekt de naam van Leijn Verhage.

  • Vervolgens zoek je op perceelsnummer met behulp van Register 71. In dit register vind je bij perceel A 284 een verwijzing naar drie artikelen in de perceelsgewijze kadastrale legger. Het eerste artikelnummer is 180. Onder dit nummer vind je in de kadastrale legger de inschrijving van alle kadastrale eigendommen van Leijn Verhage in de gemeente Meliskerke. Volgnummer 8 is het boerderijtje, aangeduid als Huis & erf, groot 3 are en 90 centiare. De kolom geeft nog de oude landmaten b. (bunders) r. (roeden) en e. (ellen) aan, maar bedoeld worden de maten die na de invoering van het metrieke stelsel in 1820 worden gebruikt: hectare, are en centiare.

  • In de kolom ‘Beknopte omschrijving der plaats gehad hebbende veranderingen’ zie je twee jaartallen staan: 1842 en 1872. In de laatste kolommen van het artikel vind je de vorige inschrijving: artikel 55 en de volgende inschrijving: artikel 371. Als je het eerstgenoemde artikel opzoekt, zie je we de vorige eigenaar Josias P. Josiasse die het boerderijtje in 1842 verkocht aan Verhage. Artikel 371 staat op naam van Adriaan Koppejan, landbouwer te Zoutelande. Daar wordt het boerderijtje weer genoemd. De inschrijving van het object, met de drie bijbehorende percelen (283, 285 en 286) is doorgestreept en de omschrijving van de verandering luidt: ‘vereeniging dj 1874’ (dj = dienstjaar). Wat zou er gebeurd zijn? De verwijzing naar een volgend artikelnummer is te vinden op hetzelfde artikelblad, maar dan onder een ander volgnummer. Te zien is dat de vier percelen zijn samengevoegd tot een gezamenlijke grootte van 34 are en 80 centiare met een nieuw nummer: 374. Het perceel betreft een weiland. Hieruit kan maar één conclusie worden getrokken: het boerderijtje is afgebroken. Je kunt dit nog natrekken op het vervallen plan. Op het bijblad van 1878 (cat.nr 4908) zie je dat het nieuwe perceel A 374 is ingetekend en dat het de grootte heeft van de vier percelen.

Deze gegevens zijn afkomstig uit de gemeentelijke exemplaren van de kadastrale registers van Meliskerke, die in het Zeeuws Archief berusten. De exemplaren van het kadaster zelf zijn in mei 1940 verloren gegaan.

Literatuur

  • Uitleg over de kadastrale archieven is ook te lezen in: Gids voor historisch onderzoek in Zeeland (Amsterdam 1991), in het hoofdstuk ‘Onderzoek in notariële archieven, het kadaster en de bevolkingsregisters, 160-162.
  • Over de ontwikkeling van de kadastrale en hypothecaire administratie vanaf 1832 en de methodiek van onderzoek in deze bronnen is alles te vinden in: F. Keverling Buisman en E. Muller, ‘Kadastergids’. Gids voor raadpleging van hypothecaire en kadastrale archieven uit de 19e en de eerste helft van de 20e eeuw (’s Gravenhage 1979) [Zeeuws Archief GIDS 15]
  • Een helder overzicht van de bronnen en hun toepassingsmogelijkheden is ook te vinden in: G.A.M. van Synghel (red.), Bronnen betreffende de registratie van onroerend goed in de negentiende en twintigste eeuw (Broncommentaren 3, Den Haag 1997).