Haardstedengeld

Zowel huiseigenaren als huurders werden in Zeeland aangeslagen voor haardstedengeld. Deze belasting werd ook wel schouwgeld, rookgaten- of schoorsteengeld genoemd.

Haardstedengeld was een incidentele belasting: ze werd in het gewest Zeeland alleen geheven in de jaren 1601, 1606, 1665, 1680-1684 en 1694-1698.

Tot haardsteden werden gerekend alle schouwen en rookgaten, ook die in bedrijfsgebouwen als brouwerijen, mouterijen, taanhuizen, keten, stoven, hoven, ijzer-, goud- en zilversmederijen, alsmede de schouwen van harnas-, wapen-, sloten- en glazenmakers. In 1606 werden brouwketels, bakkersovens, ververijen, zoutpannen, kalk- en steenovens, meestoofovens, zeepziederijen en mouterijen voor twee haardsteden gerekend.

Als de bewoner van een huis niet de eigenaar was, dienden beiden de helft van de belasting voor hun rekening dienden te nemen. Publieke stadsgebouwen, soldatenonderkomens, leprozenhuizen, godshuizen, armhuizen en oude mannen- en vrouwenhuizen waren vrijgesteld.

Rekenkamer Zeeland

De administratie van het haardstedengeld is (deels) bewaard gebleven in het archief van de Rekenkamer van Zeeland. Rekeningen en bijlagen van het haardstedengeld zijn uit de periode 1694-1698 bewaard gebleven van: Vlissingen, Veere, Brouwershaven, Sint Philipsland, Tholen en Noord-Beveland. Van Middelburg zijn de jaren 1601 en 1606 aanwezig.

De namen van zowel eigenaren als huurders zijn te vinden in de bijlagen of acquitten bij de rekeningen. Heel soms worden ook straatnamen genoemd, zoals bij Tholen in de periode 1694-1698, en Middelburg in de jaren 1601 en 1606.

Haardstedengeld

Bekijk de rekeningen van het haardstedengeld in de inventaris van Rekenkamer D van het archief van de Rekenkamer Zeeland.

www.archieven.nl

Middelburg

In Middelburg werd het schouwgeld in 1601 geheven ‘..alzoo de dagelijcksche lasten van de oorloge, zoo te water als te lande, seer vermeerderen, ende sonderlinge door de groote ende sware onkosten desen jare gedaen..’, aldus de ordonnantie van de Staten van Zeeland van 10 augustus 1601.

Ook de heffing op de haarsteden in 1606 was bestemd ‘tot onderstand van der oorloghe in desen jare’, aldus de ordonnantie van de Staten-Generaal van 30 mei 1606 was ook deze opbrengst bestemd. Het ging dat jaar om een generaliteitsbelasting, door alle gewesten van de Republiek te innen.

De rekeningen van het haardstedengeld van Middelburg zijn online te raadplegen.

Haardstedengeld van Middelburg in 1601

Raadpleeg online de rekening van het haardstedengeld dat in Middelburg in 1601 werd geheven.

www.archieven.nl

Haardstedengeld van Middelburg in 1606

Raadpleeg online de rekening van het haardstedengeld dat in Middelburg in 1606 werd geheven.

www.archieven.nl