De 40e penning op de transporten van onroerend goed

De 40e penning was de voorloper van de moderne overdrachtsbelasting. De naam van de belasting is voluit: de 40e penning op de transporten van onroerend goed.

De belasting werd door de Staten van Zeeland ingesteld vanwege de hoge kosten van de oorlog tegen Spanje. In 1598 werd het besluit hiertoe genomen, in 1599 werd met het innen begonnen. De 40e penning werd geheven bij de verkoop van:

  • in Zeeland gelegen onroerende goederen
  • leengoederen, zoals ambachten
  • jaarpenning- of paaibrieven (hypotheekakten) op onroerende goederen
  • los- en lijfrenten. Een losrente is een rente die tegen een bepaalde som kan worden afgekocht. Een lijfrente is een rente op het leven van één persoon.

De ene helft van de belasting (de 80e penning) kwam ten laste van de koper, de andere helft ten laste van de verkoper. Als de verkoop bij executie van het hof of een ander gerecht plaatsvond, betaalde alleen de koper zijn 1,25%. Wanneer zo’n gedwongen veiling veel dan werd de verkoper alsnog verplicht zijn aandeel te betalen.

Van belasting vrijgesteld waren:

  • De Staten van Zeeland en de Zeeuwse steden bij de verkoop van paaibrieven en los- en lijfrenten
  • Noord-Beveland was de eerste tien jaar vrijgesteld van alle heffingen
  • De godshuizen en de bedeelden (armen), vanaf 1637 alleen bij verkoop van onroerende goederen

Koper en verkoper moesten binnen zes weken de verkoop laten registreren oftewel transporteren bij het gerecht en vanaf 1637 voor de magistraat van een dorp of stad. Als de belasting niet was voldaan, dan waren koper en verkoper een dubbele heffing verschuldigd aan het gewest én beiden een boete van 200 gulden. Deze boete kwam voor gelijke delen ten goede aan de gerechtsofficier (baljuw of schout), de armen van de plaats waar de goederen verkocht waren en de aangever. De secretarissen in de steden en dorpen mochten het transport dan ook pas registreren nadat een verklaring van de collecteur getoond was, waaruit bleek dat de belasting was betaald.

Zowel de koper als de verkoper moesten hun aandeel in de transportbelasting betalen aan de secretaris of de griffier of de vendumeester van de plaats waarin de goederen waren gelegen. Op hun beurt moesten deze functionarissen de ontvangsten overdragen aan de oppercollecteur of rentmeesters der gemene middelen.

De 40e penning wordt ook wel ‘de 40e, 50e en 80e penning’ genoemd. Dat is een gevolg van het toepassen van verschillende percentages wanneer een belasting in termijnen werd betaald.

Tussen 1599 en 1625 werd deze belasting gecollecteerd. In 1625 hoopte men door de belasting te verpachten ontduiking te voorkomen. Van 1757 tot 1805 werd de belasting opnieuw gecollecteerd.

Archief Rekenkamer Zeeland

De administratie van deze belasting over de periodes 1599-1625 en 1757-1805 is terug te vinden in het archief van de Rekenkamer van Zeeland. In de uitgebreidste vorm bevatten zowel de rekeningen als de acquitten de namen van kopers, verkopers en verhandelde goederen met hun locatie en de prijs. Soms wordt de naam van het huis vermeld. Dat is vooral in de rekeningen over Middelburg het geval.

In de bijlagen (acquitten) staan vermeld de namen van de personen (koper en verkoper), het onroerend goed en het bedrag dat hiervoor werd betaald. De bedragen werden genoteerd in ponden Vlaams, schellingen en penningen (of groten). Een pond was 20 schellingen en een schelling was 12 penningen.

De verschillende onroerende goederen betreffen gebouwen zoals huizen, pakhuizen, boerderijen, buitenplaatsen, speelhoven, stallen én landerijen zoals weiland, zaailand, vroonland (land vrij van tiendheffing), boomgaarden en bossen. Ook over paaibrieven (hypotheekakten) moest overdrachtsbelasting worden betaald. In de Middelburgse en Vlissingse kohieren zijn ook de straatnamen van de objecten genoemd.

Niet alle rekeningen en bijbehorende acquitten zijn bewaard gebleven. In de serie acquitten over de periode 1599-1625 zijn veel hiaten.

De 40e penning

Bekijk de inventaris van de 40e penning in Rekenkamer D van het archief van de Rekenkamer van Zeeland.

www.archieven.nl

De namen van de kopers en verkopers uit de bijlagen bij de rekeningen van de ontvangers zijn opgenomen in Zeeuwen Gezocht, de personendatabase van het Zeeuws Archief. Het gaat om kopers en verkopers uit de ressorten of ambtsgebieden Walcheren (1757-1805), Noord-Beveland (1757-1805) en Tholen (1772-1805).

Een oude man met hoge hoed kijkt in de camera.

Transporten in 1757-1805

Zoek direct naar transporten waarover in 1757-1805 belasting is betaald in Zeeuwen Gezocht, de personendatabase van het Zeeuws Archief.

www.zeeuwengezocht.nl

Archief RAZE

Aan de hand van de gegevens over een in Zeeuwen Gezocht gevonden transport van een onroerend goed, kunt u in de registers van transporten en plechten, die zich bevinden in de Rechterlijke Archieven Zeeuwse Eilanden (RAZE), de betreffende transportakte opzoeken.

Het bestand is dus een indirecte toegang op de registers van transporten en plechten in RAZE. Let u hierbij wel op het volgende. De registers van transporten en plechten van Middelburg zijn niet meer aanwezig, terwijl die van Vlissingen pas beginnen in 1778. Die van de Walcherse dorpen en van Veere berusten in het Zeeuws Archief. Voor Vlissingen, Oost- en West-Souburg en Ritthem kunt u terecht bij het Gemeentearchief Vlissingen. De registers van transporten en plechten van Noord-Beveland bevinden zich bij het Gemeentearchief Noord-Beveland, die van Tholen bij het Gemeentearchief Tholen.

Rechterlijke Archieven Zeeuwse Eilanden

Bekijk de inventaris van het archief Rechterlijke Archieven Zeeuwse Eilanden (RAZE).

www.archieven.nl