Familie De Jonge & Steengracht in Zierikzee en Noordgouwe

Sander den Haan

Op zaterdag 21 september 2013 heeft een groot gezelschap van leden van de vroegere Zierikzeese familie De Jonge Zierikzee en Noordgouwe (Schuddebeurs) bezocht. De aanwezige verwanten waren lid van de ruim 35-jarige ‘Vereniging Familie De Jonge’. De reden voor de reünie op Schouwen was de 200ste verjaardag van een spannende gebeurtenis met goede afloop aan het einde van de Franse Tijd.

Een van de voorzaten, de latere Zierikzeese burgemeester mr. Willem Adriaan de Jonge (1763-1835), was december 1813 bijna door de vertrekkende Franse militairen als gijzelaar meegenomen. Dit plan had dankzij de inzet van de familie en plaatselijke bevolking kunnen worden verijdeld.

Op het verenigingsprogramma van die zaterdag stonden activiteiten in het Stadhuismuseum te Zierikzee en op buitenplaatsen in Schuddebeurs. In Zierikzee was het loco-burgemeester A.M. Verseput, die de bezoekers heeft verwelkomd.

Het Gemeentearchief Schouwen-Duiveland en het Zeeuws Archief, beheerders van archiefstukken De Jonge en Steengracht, hebben voor de ‘documentaire aankleding’ gezorgd: Er waren een kleine tentoonstelling, twee voordrachten van gemeentearchivaris Huib Uil en onderzoeker buitenplaatsengeschiedenis mr. Martin van den Broeke.

Genoemde archiefinstellingen stelden voor de gelegenheid dit webartikel en een boekwerkje over de Zierikzeese woonhuizen en de buitenplaatsen van de familie samen. Het Zeeuws Archief ondersteunde verder een rondleiding over de tegenwoordig permanent bewoonde buitens Welgelegen, Heesterlust en Mon Plaisir.

Noordgouws buiten verblijven

Vier eeuwen recreatie op landsteden en buitenplaatsen door een oude familie uit Zierikzee. De ontspanning werd gezocht in het gebied van de ambachtsheerlijkheid Noordgouwe, ten noorden van deze stad. Betreffende familie is de groep bloedverwanten onder de vaak verlengde familienamen De Jonge en Steengracht. De stamboom van dit geslacht heeft zijn wortels in de historische Oosterscheldestad, wortels die daar tot in de Late Middeleeuwen teruggaan. In Zierikzee bekleedden leden belangrijke ambten als schepen of burgemeester en maakten er mee dat ze door de koning met het predikaat ‘jonkheer’ in de nieuwe Nederlandse adelstand werden opgenomen.

Detail Visscher-Romankaart van Zeeland uit 1655, met de landsteden en buitenplaatsen in de Noordgouwepolder toentertijd. Onder deze objecten bevindt zich de landstede van Job de Jonge (1594-1673) aan de Donkereweg (‘burgemeester Jonge’ nr. 5), de latere buitenplaats Den Haan. Boven de ‘dijck van Noortgouwe’ is de landstede van Jobs jongere broer Anthony de Jonge aangegeven. Deze zou in de 18de eeuw in de buitenplaats Mon Plaisir opgaan (Zeeuws Archief, coll. Zelandia Illustrata van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen cat.nr. ZI-I-95)

Het aantal hofsteden voor zomers verblijf in Noordgouwe kan niet op één hand worden geteld. Zo maken de bronnen melding van Den Haan, Landlust, Mon Plaisir, Welgelegen en verschillende landsteden (semi-buitenplaatsen) in de Noordgouwepolder. De hofstede vooraan in het rijtje, het buiten Den Haan in Noordgouwe Bewesten Steene, was begonnen als de landstede waarop stadsbestuurder en raad ter admiraliteit Job de Jonge, echtgenoot van Dana Mogge, in de tweede helft van de 17de eeuw een door hem ontworpen tuin met visvijvers had. Hierop stond een duifhuis.

Duivenhouderij was een voorrecht van de bezitter van de ambachtsheerlijkheid. De 18de-eeuwse kopie van een tussen de Noordgouwse archiefstukken bewaard gebleven ambachtsreglement, laat geen misverstand bestaan over het alleenrecht van de Zeeuwse ambachtsheer tot het houden van duiven. Dat Jobs dochter Maria de Jonge, echtgenote van Jacob Leendertsz. de Cocq, op de hofstede een jachthond had gehouden hoort wederom bij het beeld van de familie met een ambachtsheerlijke status in het gebied. Hierbij moet worden opgemerkt dat Job de Jonge vanaf 1622 leenman der Grafelijkheid van Zeeland Beoostenschelde was geweest. Echter, de documenten in het archief van de ambachtsheerlijkheid Noordgouwe en het deel ‘Zeeland’ (1753) van de Tegenwoordige staat der Vereenigde Nederlanden vermelden hem niet als Noordgouws ambachtsheer.

Jobs vader Jan (Jan) Anthonisz. de Jonge bezat al vroeg land in het bevang van de landstede waaruit Den Haan zou groeien (blok De Geere). In 1661 had de boerenwoning van de toenmalige landstede een ‘groote camer’ en een tuin met buxushaagjes, visvijvers en een duifhuis. De hofstede aan de Noordgouwse Donkereweg was in laatstgenoemd jaar eigendom van Job de Jonge, resp. raad, schepen, burgemeester etc. te Zierikzee, een van de zonen van Jan Anthonisz. de Jonge. In 1655 werd deze aangegeven op de Visscher-Romankaart als de hofstede van ‘burgemeester Jonge’.

Nadat de hofstede in 1749 uit de familie was geraakt, kwam deze bijna zeventig jaar later weer in handen van de De Jonges. Blijkens de ‘Lijst van schattingen en tellingen’ uit 1833, in het archief van de Gemeente Noordgouwe, telden het haaks op de weg gelegen landhuis, de ten noorden hiervan staande koepel en het koetshuis, samen 42 vensters en deuren en 3 stookplaatsen. In de 18de eeuw behoorde een overtuin tot de buitenplaats, die was gelegen in de zuidelijke hoek Donkereweg/Hanenweg.

Op 26 juli 1891 kochten Willem Lemsom en Coert Hordijk te Kerkwerve het ‘heerenhuis genaamt De Haan met hare bouwschuur en ander getimmerte’ met om en nabij 33 are grond en het daarop geplante houtgewas voor 1450 gulden van jonkheer mr. Marinus Jan Schuurbeque Boeye, oud-president van de Zierikzeese arrondissementsrechtbank. Het was de ambachtsbazen te doen om bouwmaterialen, dus het landhuis en de zuidelijk daarvan gelegen schuur moesten ten prooi vallen aan de slopershamer. Particulieren uit de omgeving werden op vermelde datum eigenaar van de tuinmanswoning en enkele grondpercelen.

De huidige Hanenweg, in 1838 ‘zijnde eene goed gezande dreef toebehoorende aan de buitenplaats Den Haan’, verbindt ook tegenwoordig nog de Kloosterweg en Donkereweg met elkaar. De weg werd in de 18de eeuw aangelegd door de bezitter van Den Haan en behoorde in laatstgenoemd jaar nog tot het grondgebied van het buiten. De allure die de lange met iepen beplante dreef aan het buiten Den Haan verschafte, werd opgemerkt door de anonieme maker van de omstreeks 1750 geschreven ‘route op rijm’ getiteld Noord-Gouwens Lof:

… ‘k Spoede voort en kwam fluks aan

Vet Pot, en zoo aan den Haan,

daar een fraaij beplante wegt

lijn-regt tegens over legt …

Ambachtsheerlijke aspiratie

Wat was er aan de hand? Geen van de uitgegeven genealogieën De Jonge of Steengracht vermeldt enig lid van de familie als Noordgouws ambachtsheer. Ook waren de bezitters van de heerlijkheid Noordgouwe geen leden van de familie. Natuurlijk, Job en dochter Maria kunnen voor de uitoefening van duivenhouderij, visserij en jacht hebben betaald, maar wellicht is er een andere verklaring die in het familieverleden moet worden gezocht:

Notitie in de rekening van domeinen over 1565 (archief Rekenkamer van Zeeland inv.nr. 1008 fol. 37vo. Vermeld zijn verkoper Nicolaes van Zandijck, koper Jan Thonisz. de oude (hier ‘Jan Thoniss. Laekeman’ (rechtermarge) en naaster mr. Roelant de Pottre

De Zierikzeese lakenkoopman Jan Thonisz. de oude (1520-1588), Jobs grootvader, was heel kort ambachtsheer in (niet van) Noordgouwe Beoosten Steene geweest (= Noordgouwe aan de kant van aangrenzend Dreischor). De rekening van domeinen van 1565 (zie hierbij afgebeeld detail) vermeldt hem als eigenaar van een part van de ambachtsheerlijkheid Noordgouwe.

Dat Jan Thonisz. dit had kunnen verwerven, kan duiden op verwantschap met de oude ambachtsheren, de afstammelingen van de stichter van de Polder Noordgouwe, de 14de-eeuwse burgemeester van Zierikzee Willem Wittelenzn. de Hont. Zo was de verkoper van het ambachtspart, Nicolaes van Zandijck, voormalig baljuw van Brielle en het Land van Voorne, inderdaad een nazaat van het geslacht De Hont (Van Noortgouwe) geweest.

De leden van de familie van de stichter van de Polder Noordgouwe kwamen voor onder de familienamen De Hont en Van Noortgouwe en alleen onder de patronymica Wittellenz. of Wittellendr. Volgens de bijdrage ‘Iets over Noordgouwe, zijn kerk en zijn geslacht’ van P.D. de Vos (De Nederlandsche Leeuw 1892)(pag. 74-76) waren in de 14de, 15de en 16de eeuw de volgende leden van de familie in leven:

Willem Wittellenz. de Hont, burgemeester van Zierikzee in de jaren 1368, 1370 en 1377, diens zoon Philips de Hont, burgemeester van Zierikzee periode 1393-1420, Elizabeth de Hont (Philipsdochter), echtgenote Floris van Borssele, heer van Souburg, Jacob de Hont gezegd Van Noortgouwe, burgemeester van Zierikzee periode 1422-1449, Jan Jacobsz. van Noortgouwe, burgemeester van Zierikzee 1470, Jacob, ambachtsheer van Noortgouwe, en diens zoon Jan van Noortgouwe, mr. Lieven Jansz. van Noortgouwe (overl. 1532), mr. Jan Jansz. van Noortgouwe (overl. 1544), geestelijke, Antonia van Noortgouwe (Jansdr.) (overl. vóór 1551), Anthonie van Noortgouwe (overl. 1561), Wittelle de Hont, burgemeester van Zierikzee 1396, N.N. Wittellendr., echtgenote Wolfert Simonsz., Wittelle Wittellenzn. de Hont, schout van Noordgouwe 1462, Lieven Wittellenz. (overl. 1535), schepen van Zierikzee 1510, echtgenote jonkvrouwe Cornelie Yeman Cornelis Philipsdr. (overl. 1547), Wittelle Lieven Wittellenzn., schepen en pensionaris van Zierikzee 1543, echtgenoot jonkvrouwe Anna van Zandijck, N.N. de Hont, echtgenote Wolfert Simonsz. (uit welk huwelijk: Simon Wolfertsz., Wittelle Wolfertsz., Claes Wolfertsz. (1464 poorter Zierikzee), grootvader van de hiervoor vermelde baljuw Nicolaes van Zandijck – verkoper van het Noordgouwse ambachtspart in 1565 – en Gilles Wolfertsz.)

Het is waarschijnlijk dat de officiële vroegste voorvader Jan Lievensz. minstens drie broers – Pieter, Cornelis en Heyn Lievensz. – heeft gehad (zie hierna), en dat toenmaals in zijn familie het schoenmakers- en vleeshouwersambacht werd beoefend.

Bepaalde namencombinaties, waarbinnen de niet algemene voornamen ‘Lieven’ en ‘Wittelle’ opvallen, werden bij het onderzoek van 2009 op basis van de in 2008 opgestelde fragmentgenealogieën geselecteerd. Een vroeg in Zierikzee levende drager van de voornaam ‘Wittelle’ zal de vader zijn geweest van de 14de-eeuwse stichter van de Noordgouwepolder, Willem Wittellenz. de Hont, burgemeester van Zierikzee omstreeks 1375. Voornamencombinaties en volgorde van vermelding van landbezitters in de Polder Schouwen, tezamen met de kortstondige eigendom van Noordgouwse ambachtsheerlijke rechten door Jan Lievenszoons achterkleinzoon lakenkoper Jan Thonisz. de oude, alsook het vroege gebruik van de voornaam ‘Lieven’ in de kring van de nazaten (De) Hont, geven ogenschijnlijk aanleiding om afstamming ván, dan wel een andere vorm van verwantschap mét Willem Wittellenz. de Hont bepaald niet voor onmogelijk te houden.

Pendantportretten van mr. Roelant de Pottre, in 1565 naaster van het ambachtspart Noordgouwe, en zijn eerste echtgenote Isabeau van der Veere, door een onbekende meester omstreeks 1550 geschilderd (uit: ‘Geschiedenis van Zeeland’ I pag. 222)

Ambachtsheerlijke zeepbel

De periode als eigenaar van het ambachtspart was evenwel maar van korte duur geweest. Een voorname Veerenaar, mr. Roelant de Pottre, raad en prelaat van edelen van Zeeland, zag kans het bezit in het jaar van de aankoop door naasting van Jan Thonisz. de oude over te nemen. Daarbij vertegenwoordigde Roelant zijn echtgenote de geboren Brabantse Cornelie van Bruheze, die langs moederlijke lijn ook een bloedverwante van de vroegste Noordgouwse ambachtsheren zal zijn geweest.

Wellicht een minder prettig intermezzo in de familiegeschiedenis De Jonge/Steengracht, want het bezit van ambachtsheerlijke rechten werd in Zeeland in de hogere kringen vurig begeerd. Toenmaals had het bezit van ambachtsheerlijke rechten immers nog sterk een adellijk imago. Nog in de voorgaande eeuw waren de Zeeuwse ambachtsheren en -vrouwen tot de adel van Zeeland gerekend; verkoper van het Noordgouwse ambachtspart Nicolaes van Zandijck had in 1565 bij het Verbond der Edelen kunnen aansluiten.

Het zou een kwart eeuw duren voordat Jans zoon, de eerste naamdrager De Jonge, zijn eerste heerlijkheid kon verwerven (Haamstede 1591). Er zouden er nóg twee volgen. Terugkijkend lijken de nakomelingen van de lakenkoper Jan (Jan) Anthonisz. de Jonge en zijn broer mr. Hubrecht Jan Anthonisz. Steengracht (1565-1618) (let op diens afwijkende familienaam) gedurende drie eeuwen in heerlijkheden te hebben gegrossierd.

Alleen al in Zeeland bezaten deze verwanten de ambachtsheerlijke rechten in bijna twintig plaatsen: Bommenede, Botland, Bruinisse, Buttinge, Dalem, Kamperland (Campensnieuwland), Elkerzee, Ellemeet, Kloetinge, Oost- en West-Souburg, Oosterland, Oosterstein, Oostkapelle, Oud-Vossemeer, Poortvliet, Sirjansland en Vrijberghe. De familienaam werd niet zonder trots met dit bezit verlengd en werkt ook thans nog aldus – in archiefstukken, op zilverwerk, grafmonumenten en andersoortig erfgoed – als de ooit bedoelde blikvanger.

Portret van Jan (Jan) Anthonisz. de Jonge (1546-1617), sinds 1591 heer van Haamstede, wiens vader het Noordgouwse ambachtspart had gekocht (olieverf op paneel, particulier bezit) (uit: ‘Nederland’s Adelsboek’ deel I-K, 86 (Centraal Bureau voor Genealogie 1997) pag. 184)

Maar welke relatie heeft de Zierikzeese lakenkoper Jan Thonisz. zelf gehad met de oude bezitters van de ambachtsheerlijkheid Noordgouwe? Jan Thonisz. heeft als eigenaar van een ambachtspart toch maar even Noordgouws ambachtsheer kunnen zijn … De levensstijl van de kinderen en kleinkinderen van Jan Thonisz. de oude bevestigt de band met Noordgouwe: de keuze van zoon mr. Hubrecht Jan Anthonisz. voor de Noordgouwse perceelsnaam ‘Steengracht’ (omsingeld grondperceel in het Steenblok) als familienaam en de duivenhouderij en visserij op de Noordgouwse landstede van kleinzoon Job de Jonge.

 

Zierikzeese oorsprong

Door onderzoek in het archief van de Rekenkamer van Zeeland door het Zeeuws Archief, enkele jaren geleden, is er enig zicht op de kring van de overgrootvader van de kortstondige ambachtsheer Jan Thonisz. de oude ontstaan. Voorvader Jan Lievensz., schepen en burgemeester van Zierikzee in de tweede helft van de 15de eeuw, blijkt een toentertijd niet algemeen patronymicum te hebben gebruikt. Voor 1500 was namelijk de voornaam ‘Lieven’ in de jaarrekeningen – althans onder de landbezitters – nog niet algemeen geworden. Terwijl Sint Lieven toch de patroonheilige in de Oosterscheldestad was.

Door de zeldzaamheid kon een hypothese worden geopperd met successievelijk drie broers, een Zierikzees schepen als vader (1470/1471) en een vroege inwoner van Zierikzee (1418) als grootvader van de erkend oudste voorvader Jan Lievensz. Echter, zoals in het middeleeuwse deel van een genealogie niet ongebruikelijk, nog een hypothese. Weliswaar een interessante veronderstelling, omdat deze vijf eeuwen Zeeuws bestuur bekrachtigt. Behalve de Zierikzeese familie De Jonge/Steengracht kan naar alle waarschijnlijkheid geen ander Zeeuws regentengeslacht prat gaan op zo’n ruime bestuursperiode in een en dezelfde Zeeuwse stad.

Het valt bijgevolg niet uit te sluiten dat groepen verwante naamdragers in de 15de en 16de eeuw ook onder verschillende andere familienamen hebben geleefd. Directe voorouders van oudste voorvader Jan Lievensz. zouden, omstreeks 1450 de ‘cultuurnaam’ Van Torne (Van Toirn) kunnen hebben gebruikt. Betreffende Lievyn Pietersz. (van Toirn) en zijn vermoedelijke vader Pieter van Torne kunnen afkomstig zijn geweest uit een clan die – vóór de voltooiing van de Sint-Lievensmonstertoren (start bouw 1454) – enige tijd bij een grote Zierikzeese (wal)toren had gewoond. Door de ligging van een woonhuis bij een opvallend bouwwerk zullen ook de vroege Zierikzeeënaars (Van) Mole en (Van der) P(o)ort(e) aan hun familienaam zijn gekomen.

Deels hypothetische stamreeks van de middeleeuwse generaties De Jonge/Steengracht c.a.

I Pieter van Torne (overl. in of na 1418), genoemd in 1418

II Lievyn Pietersz. (van Toirn) (overl. in of na 1471), schepen van Zierikzee in 1471

III

  1. Jan Lievensz.(ca. 1430-in of na 1479), schepen en burgemeester van Zierikzee in resp. 1474 en 1479 (nageslacht De Jonge/Steengracht)
  2. Pieter Lievensz. (nageslacht)
  3. Cornelis Lievensz.(nageslacht)
  4. Heyn Lievensz.(nageslacht)

IV Pieter Jan Lievensz. (overl. 1529), resp. schepen en burgemeester van Zierikzee 1479-1514, tr. (1) Cornelia Jansdr. Boeye, tr. (2) Margriete N.N.

V

  1. heer/mr. Cornelis Pieter Jan Lievensz. (1478-1542)
  2. Janne Pieter Jan Lievensdr. (1480-na 1530)
  3. Jan Pieter Jan Lievensz. (1482-1515/1516), tr. Maria Kempe Boensdr.
  4. Lysbeth Pieter Jan Lievensdr. (1485-na 1530)
  5. Maria Pieter Jan Lievensdr. (ca. 1487-na 1530)
  6. Anthonis Pieter Jan Lievensz. (ca. 1489-1560), tr. (1) Janneken Ockers, tr. (2) Heilwig N.N. (overgrootvader van vermelde Zierikzeese burgemeester Job de Jonge)
  7. Cornelie Pieter Jan Lievensdr. (ca. 1491-1559), tr. (1) Jacob Claes Jan Willemsz., tr. (2) Cornelis Simon Imansz.
De oudst bekende gedetailleerde afbeelding van het laatmiddeleeuwse stenen huis van Noordgouwe, later genaamd Huis de Pottere, uit 1745 (Zeeuws Archief, gravure van Hendrik Spilman (1721-1784) naar een tekening van Cornelis Pronk, coll. Zelandia Illustrata van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen cat.nr. ZI-II-1828)

Noordgouwe nu

Over de link met tegenwoordig Noordgouwe: Tastbare herinneringen aan de vroegere aanwezigheid van de naamdragers De Jonge en Steengracht aldaar zijn de landhuizen van Mon Plaisir en Welgelegen en de Hanenweg, de voormalige ‘oprijlaan’ van de verdwenen buitenplaats Den Haan die was voortgekomen uit de landstede met duifhuis en visvijvers van Job de Jonge.

Ook het verband van de familie De Pottre (De Pottere) met Noordgouwe is thans nog zelfs in toeristische folders en op historische websites evident: Er is het restant van het laatmiddeleeuwse stenen huis van de plaats (met duivenzolder), nabij de dorpskern, dat nog altijd de familienaam De Pottere draagt. De naam verwijst naar de familie van de ter sprake gekomen Veerenaar mr. Roelant de Pottre. Volgens een aantekening in een familiebijbel gezien door de zoon uit haar volgende huwelijk, heeft Roelants echtgenote Cornelie van Bruheze zich ambachtsvrouwe van Noordgouwe mogen noemen. Roelants vermeende neef, legerkapitein Hendrik de Pottere, had het gebouw verworven en diens dochter Maria Conyers-de Pottere had door de stichting van de nabijgelegen ‘weduwenhuisjes’ het verband nog versterkt.

Job de Jonge, eigenaar van de landstede aan de Donkereweg (de later naar de familie De Cocq vernoemde lustplaats Den Haan), is de enige persoon van wie we kunnen beweren dat die zijn eigen Noordgouwse tuin had ontworpen. Ook kan van een vrouwelijke tuinontwerper in de familie De Jonge sprake zijn geweest: jonkvrouwe Henriette de Jonge-van Breugel van het buiten Den Haan, die in de 19de eeuw betrokken was bij de aanleg van een stadsplantsoen in haar woonplaats.

Henriette en haar echtgenoot jonkheer Karel Willem de Jonge lieten zich kort voor 1844 door de Duitse kunstschilder Johann Heinrich Richter (1803-1845) portretteren met op de achtergrond een vaas met rozen en andere bloemen. Met de bloemen werd verwezen naar beider liefhebberij. Richter schilderde de nog onbekende camellia uit Japan op de portretten uit deze jaren van dames op twee andere buitenplaatsen aan de Donkereweg: de portretten van Johanna de Crane-Ermerins, van Buitenrust (voormalige Bleykzigt), en Anna Rutteria Schuurbeque Boeye-van der Wolff, van Mon Plaisir.

Voornaamste geraadpleegde literatuur

Sans une seule goutte de sang. Brief over de vreedzame bevrijding van Zierikzee in 1813’, in: Mededelingenblad Stad en Lande 38 (2001) nr. 101 p. 3-12

Bronnenoverzicht buitenplaatsen en landsteden Noordgouwe (1595) 1651-1832’, in: Kadastrale atlas van Zeeland 1832. Brouwershaven (serie Schouwen-Duiveland)(Middelburg 1999) p. 48-88

inleiding en stamreeks gedeelte familie De Jonge, in: Nederland’s Adelsboek deel I-K, 86 (Centraal Bureau voor Genealogie 1997) pag. 181-186

Sander den Haan, ‘Rapport van het onderzoek in rekeningen en lijst en registers van ommegang betreffende de voormalige eilanden Schouwen en Dreischor (1418) 1460-1552 in het archief van de Rekenkamer van Zeeland naar het voorgeslacht van Jan Lievensz. te Zierikzee, oudste voorvader van het geslacht De Jonge c.a.’ (Zeeuws Archief 2009)

P.D. de Vos, De vroedschap van Zierikzee van de tweede helft der 16de eeuw tot 1795 (Middelburg 1931)