Cornelis Goliath aan de Staten van Zeeland, 18 oktober 1656

Transcriptie brief Staten van Zeeland 18 oktober 1656

 

[folio 1r]

Edele Grootmogende Heeren, Mijn Heeren

De Staten van Zeelant

 

Naer behoorlijcke saluatie ende eerbiedinge dient desen

In mijne groote droefheijt ende tot groot leetwesen, dat

Uwe Edele Grootmogende moet adverteren het droevigh succes

Mij op donderdagh den 28en september des avonts geschiet,

’t is sodanigh dat komende uijt Middelburgh tot Serooskercke

Aldaer occazie hebbe genomen om met Lowijs

Michielsz eens te spreken nopende het hooren van predicanten

Ende proponenten in discours sijnde daer oock is

Gekomen Jacobs Joosz van Wingen, soo dat met malckanderen

Daer over hebben gediscoureert, ondertusschen wiert

Mijn paert geleijt voor de deure door een jongetje, off

Dit nu de occazie is geweest dat Flores Willemsz daer

Door komende ende mijn paert siende mij op den wegh heeft

Verwacht, ofte dat hij met een boos opseth uijt stadt tot

Sodanigen eijnde is gekomen, is mij onbekent, altoos ’t is kennelijck

Dat die te voet naer Domburgh begeert te gaen

Wel bij na een halff uijr korter wegh heeft, komende onderweegh

Ende geen achterdencken hebbende van quaet ofte

Oock geen quaet opset ofte wil hebbende waer over ick

Godt de heere tot getuijge ben aenroepende, hebbe

Mij gevonden nevens Flores Willemsz voornoemt soo altoos

Niet beter wiste, want door de Alteratie ende de duijsterheijt

Hebbe hem niet recht gekent, geaccompangneert

Met noch een ander persoon welcke verklare niet geweten

Te hebben wie het was voor sulx uijt schrijvens van

Mijne vrinden en hebbe verstaen, ende heeft doen Flores Willemsz

Sijn stock die in sijn handt hadde seer furieuselijck

Met beijde sijne handen genomen om mij de cop in de slaen

Daer Godt de heere (daer over ick hem love ende dancke)

Heeft verhoet, want den slagh op mijn schouder vallende, is

De stock midden deur gebroken, is doen vorder op mij

Aengevallen meijnende mij van ’t paert te werpen, soo dat

Met groote moeijte ende steken van sporen uijt sijne handen

Poochden te geraecken ende kunnende ick mij niet

Defenderen alsoo mijn mantel naer gewoonte voor toegeknoopt

Was, hebbe mijn mantel genootdruckt wesende

 

[Folio 1vo]

Opgeruckt ende mijn degen getrocken hebbende, is

Daer opgebeurt dat Flores Willemsz voornoemt riept schiet

Toe, schiet toe, waer op ick hem een steeck bracht ende

Alsoo hij doen mij weder bij mijn been ende stegelreep greep

Soeckende mij als voren van ’t paert te werpen ofte wel

Op te houden tot sijn compagnon mede mochte aen sijn

Gekomen hebbe soo veel mij doenlijck mijn paert geforseert

Ende hebbe om uijt sijne handen te geraecken mijn

Vorders met mijn rapier getracht te defenderen, sonder dat

Ick (alvorens advijs van mijn lieve huijsvrou) geweten

Hebbe off hij levendigh off doot was, doch kan niet seggen

Dat sijn compagnon eenige hostiliteijt aen mij heeft betoont,

Verklare dit tusschen Godt ende mijn oprechte conscientie

Alles soo warachtelijck te sijn geschiet, waer uijt uwe

Edele Grootmogende konnen oordelen off met groote redenen

Tot droefheijt ben hebbende dat om een moetwillige straetschender

Mij moet absenteren van mijn lieve huijsvrouw

Ende soete kinderkens, doch vertrouwe in Godt almachtigh

Die mijne oprechticheijt in dese saecke is kennende ende op de

Wijsheijt van uwe Edele Grootmogende welcke meerendeel

Kennelijcke sijn dat ick noyt wraeckgierigh herte hebbe

Betoont, geen vechter nochte quaetdoender, niet tegenstaende

Soo vele calummien ende injurien inde laetste revolte der

Lantsaten hebbe moeten verdragen, dat ick gescholden

Ben voor een lantdieff, dat ick was om soldaten te

Halen tot hare ruijne, waer door gevolght is datment

Gedreijght heeft mijn huijs te plonderen ende te verbranden

Soo dat in ongerustheijt ende perijckel buijten hebbe gewoont

Hebbe sulx alles vergetende selve ter begeerte van eenige

Der lantsaten met requeste aen uwe Edele Grootmogende

Gesocht te helpen intercideren tot een Generale Ammistia

Ende remis, als uwe Edele Grootmogende wel is bekent ten

Sal oock uwe Edele Grootmogende niet onbekent sijn wat

Quaet door den genoemde Flores Willemsz inde selve revolte

Soo door aenradinge ende opstoockinge soo gesecht wert is

Gewracht dat oock op den dijck quam als de Heer Moens

Geslagen wiert ende de andere heeren moesten vluchten,

Niet als een mensch maer als een besetene soo dat ick

Van eenige, onder andere vande schout van Serooskercke

Hebbe hoorten seggen dat het goet was dat hij namentlijck

Flores Willemsz soo laet quam dat apparentelijcke anders

 

[Folio 2r]

Noch slimmer soude hebben afgeloopen, dat oock genoemde Flores

Willemsz een persoon was, trots, boos, genegen tot

Seditie ende nieuwicheden, dat oock geseght wert ten tijde

Als tegen Antonij Sijmons procedeerde met geladen

Pistolen in sijn sack ginck, soude die van Domburgh als

Haer geliefde wel kunnen betuijgen, gemerckt ende gehoort

Te hebben alle het welcke bij uwe Edele Grootmogende wel

Geconsidereert sijnde vertrouwe mijne oprechtigheijt ende

Onnooselheijt daer uijt sult bevinden ende daer door

Genegen sijn mij in uwe Edele Grootmogende sauvegarde te

Nemen, verleenende mij de gunstige hant om uijt dese

Mijne droefheijt wederomme in gerusticheijt bij mijne lieve

Huijsvrou ende kinderkens te mogen komen, ende woonen,

Uwe Edele Grootmogende ende ons lieve vaderlant (waer

Mij doenlijcke is) dienst te bewijzen verhope Godt de

Heere uwe Edele Grootmogende herten alsoo sal bewegen dat int

Korte in mijne droefheijt sal werden getroost, waer in

Mij vertrouwende.

 

Edele Grootmogende Heeren, sal uwe Edele Grootmogende inde genadige

Protexie der Alderhoochste bevelen ende toewenschen

Een geluckige ende vreetsame regieringe altoos blijvende.

 

U Edele Grootmogende

Ootmoedigen ende bedroefden dienaer

Cornelis Golijath

 

Dato den 18en octobrij

Anno 1656

Meer lezen

Bovenstaande transcriptie maakt deel uit van het achtergrondverhaal over Cornelis Goliath, wereldberoemd kaartmaker in Zeeland en Zuid-Amerika

/zeeuwse-verhalen/cornelis-goliath-1617-1660-wereldberoemd-kaartmaker-in-zeeland-en-zuid-amerika