Duinen, strand, landschap Walcheren

Gemeente Veere in jaartallen

Het gebied wat nu tot de gemeente Veere behoort, is gevormd door de invloed van de zee.

In de oudste encyclopedie ter wereld — de Naturalis Historia, geschreven door Plinius de Oudere in de eerste eeuw na Christus — wordt het zeewaarts gelegen deel van de Lage Landen beschreven als een overgangszone tussen zee en land.

Ieder etmaal neemt daar de zee bezit van het land. De mensen wonen op hogere delen, omringd door water (bij vloed) of een desolate vlakte (bij eb).

Ook Walcheren heeft er rond het jaar nul grotendeels zo uitgezien.

De zee speelt tot op de dag van vandaag een belangrijke rol in de ontwikkeling van dit gebied — en dat is niet zo vreemd. De gemeente Veere ligt op een Zeeuws schiereiland, dat voor een groot deel wordt omringd door water.

Vormende kreken

Het huidige landschap is grotendeels te danken aan de zee. In de vroege Middeleeuwen veroorzaakten stormvloeden een uitgebreid stelsel van kreken in het veenlandschap. Deze kreken slibden op den duur dicht, terwijl het veen langzaam inklonk.

Zo ontstond het typische Walcherse kreekruggenlandschap, met de hogere ruggen en de lager gelegen poelgronden.

Nederzettingen

Op die hoge kreekruggen vestigden de Zeeuwse voorouders zich. Later werden ook de lagere gebieden ingepolderd. De kerkringdorpen — Serooskerke, Aagtekerke, Gapinge, Grijpskerke, Meliskerke, Biggekerke en Koudekerke — zijn op die manier ontstaan.

Eeuwenlang bleef het unieke kreekruggenlandschap grotendeels intact. Walcheren stond zelfs bekend als de tuin van Zeeland.

Maar dat veranderde ingrijpend na de inundatie van 1944. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog werd Walcheren opzettelijk onder water gezet — de zogenaamde inundatie. De geallieerden bombardeerden de dijk bij Westkapelle om het eiland onder water te zetten.

Reden: het Duitse leger had op Walcheren zware bunkers gebouwd als onderdeel van de Atlantikwall. Zolang die in handen van de Nazi’s waren, konden de geallieerden de haven van Antwerpen niet veilig bereiken.

Akkers op Walcheren. Op de achtergrond duinen.
Resultaat van herverkaveling op Walcheren (tussen Zoutelande en Westkapelle) zoals vastgelegd door de
Zeeuwse Landbouw Maatschappij (ZLM), 1957. Foto: Zeeuws Archief, Fotoarchief ZLM, nr 82-40

Grenzeloos landschap

Na de inundatie en de Bevrijding volgde op Walcheren een enorme ruilverkaveling.

Verwijzingen naar het verleden verdwenen daarbij niet volledig. Zo vind je langs de meeste binnenwegen nog steeds de voor Walcheren karakteristieke heggen en bomenrijen. Ook volgen veel wegen de patronen van oude kreekruggen.

Maar de percelen grond langs die wegen werden strakker en zakelijker ingericht. De beslotenheid van houtwallen en heggen als perceelscheiding verdween op veel plaatsen. De tuin van Zeeland werd ingeruild voor een grenzelozer en vlakker landschap.

Deltawerken

Tijdens de Watersnoodramp van 1953 bleef Walcheren grotendeels droog. Toch zijn ook hier de gevolgen van de Deltawerken goed merkbaar.

De Oosterscheldekering is misschien wel het bekendste onderdeel, maar ook de Veerse Gatdam is van grote betekenis. Die verbindt Walcheren met Noord-Beveland. Dankzij de dam ontstond ook het Veerse Meer, dat tegenwoordig populair is bij watersporters.

Vissersboten in de haven van Veere (1950-1960).

Historisch karakter

De haven van Veere ligt sinds de aanleg van de Deltawerken niet meer aan open zee. Vroeger was dat wel anders. Al voor de Gouden Eeuw was Veere een belangrijke handelsstad — vooral als stapelplaats voor Schotse wol.

Na deze bloeitijd werd Veere in de tijd van de Bataafse Republiek een vissershaven. Tegenwoordig is het een geliefde toeristische bestemming, mede dankzij het historische karakter en de ligging aan het water.

Kustplaatsen met karakter

Ook kustdorpen als Vrouwenpolder, Oostkapelle, Domburg, Westkapelle en Zoutelande trekken jaarlijks veel bezoekers. Die dorpen zijn daar helemaal op ingericht.

Westkapelle werd als dijkwerkersdorp op de noordwestkop van het eiland zwaar getroffen bij de inundatie van 1944 en is daarna volledig herbouwd.

Domburg ademt nog altijd de sfeer van het fin de siècle. Rond 1835 kwamen de eerste badgasten al naar deze levendige plaats, aangetrokken door het zoute zeewater dat als heilzaam en geneeskrachtig werd gezien.

Strand bij Domburg, eerste helft twintigste eeuw. Foto: S.R. Elzinga, Domburg. Zeeuws Archief, Zelandia Illustrata II-2402.

Kuren, kunst en kustlicht

Echt populair werd Domburg vanaf 1885, toen de gerenommeerde arts Johann Georg Mezger zich er vestigde. Bij hem kwamen welgestelde, adellijke en zelfs koninklijke gasten kuren. Veel van de chique villa’s uit die tijd staan er nog steeds.

Behalve badgasten kwamen ook kunstenaars naar Domburg — onder wie Piet Mondriaan en Jan Toorop. Zij lieten zich inspireren door het bijzondere Zeeuwse licht, dat ontstaat door het spel tussen lucht en zee.

Gemeente Veere

Gedurende de negentiende eeuw werd het gebied dat nu onder de gemeente Veere valt, ingedeeld in vijftien gemeenten: Aagtekerke, Biggekerke, Domburg, Gapinge, Grijpskerke, Koudekerke, Meliskerke, Oostkapelle, Serooskerke, Veere zelf, Vrouwenpolder, Westkapelle en Zoutelande.

Gapinge ging al in 1857 op in Vrouwenpolder. In 1966 werd Walcheren bestuurlijk heringedeeld en werd van bovenaf een nieuwe indeling opgelegd. Hierdoor ontstonden de gemeenten Domburg, Mariekerke, Valkenisse, Veere en Westkapelle.

Per 1 januari 1997 werd de lokale overheid opnieuw vergroot en meer op afstand gezet: de in 1966 ontstane gemeenten werden samengevoegd tot de gemeente Veere.