Sommige studiezaalbezoekers doen al vele jaren onderzoek. Zoals Wietse Veenstra, historicus en wiskundige. Hij studeerde maritieme geschiedenis aan de Universiteit Leiden en promoveerde aan de VU. Hij komt al vele jaren met zijn vriend Arjan naar het Zeeuws Archief om de geschiedenis van de Admiraliteit van Zeeland uit te pluizen.

“Medewerkers en trouwe studiezaalbezoekers herkennen ons wel. We komen op vrijdagochtend, nemen altijd gevulde koeken mee en doen eerst koffie en een koek voordat we de studiezaal in gaan. Tegenwoordig vragen we veel minder materiaal op, maar in de tijd van onze eerste inventarisatie zaten we echt te rekenen wat het maximum was om op te vragen. De rekeningen van de Admiraliteit zaten met vier stuks in een grote doos en dan kwamen ze met karretjes naar ons toe. We vroegen soms wel dertig, veertig dozen op en maakten dan grapjes over tijgerbalsem, voor al het sjouwwerk dat medewerkers voor ons moesten doen. Maar dat is het mooie van het Zeeuws Archief: ook als je idioot veel stukken opvraagt, wordt er nooit een probleem van gemaakt. We voelen ons helemaal thuis en altijd welkom, mensen vragen elke keer nog steeds wat we die dag gaan onderzoeken. Toen ik nog in Leiden woonde was het Nationaal Archief dichtbij, een fietsritje plus een kwartiertje met de trein. Maar dan reisde ik toch liever twee uur verder naar Zeeland. Dus complimenten aan alle medewerkers die ons al die jaren zo goed hebben geholpen. En ik weet niet of het aan ons ligt, maar de dikke rekeningen zitten inmiddels niet meer met vier in een doos, maar hooguit met twee. Dat scheelt wel in gewicht en gedoe.”
Blauwe Sterrenkamer
“Ik ben in 2001 begonnen met dit werk. En gisteren was ik er weer. Ik ben een beetje een atypische bezoeker, omdat ik ook ruim 2,5 jaar gastmedewerker was. Begin 2002 leverde ik voor mijn studie het eerste werkstuk in, waarvoor ik veel onderzoek heb gedaan in het Zeeuws Archief in de archieven van de Rekenkamer. In januari 2007 ben ik begonnen als gastonderzoeker en gastmedewerker. Ik werkte toen voor het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis in Den Haag. Een tijdlang mocht ik in de blauwe Sterrenkamer verblijven en toen dat project voorbij was, heb ik nog een half jaar meegewerkt aan het Metamorfozeproject ‘Staten van Zeeland en Suriname’. Dat was toen een relatief klein clubje medewerkers. Nu telt het archief zoveel meer mensen: als ik de nieuwsbrieven lees, sta ik soms versteld van alle vacatures die er vroeger nog niet waren.”
Onderzoek, ontspoord
“Ons onderzoek naar de financiën van de Admiraliteit van Zeeland is ietwat uit de klauwen gelopen, om maar eens een uitdrukking te gebruiken. Een vriend van me, Arjan Otte, had voor zijn afstudeeronderzoek ook onderzoek gedaan in die archieven. Wij zaten daar in een vakantie over te praten en vroegen ons af wat er nog meer zou zijn, qua materiaal. Dus we namen op een vrijdagochtend de trein van 06.30 uur uit Leiden naar Middelburg. We vroegen de inventaris op en kwamen erachter dat bijna alles is bewaard. Toen besloten we tot een steekproef: we gingen van elk vijfde jaar de inkomsten en uitgaven in kaart brengen. Toen dat klaar was, vonden we elk vijfde jaar te weinig en deden ook de tussenliggende jaren. En daarna zijn we nog dieper in het materiaal gedoken, wat een beetje is ontspoord. Ik ben er inmiddels op gepromoveerd en Arjan heeft ook nog steeds plannen, als hij ooit tijd over heeft. Samen hebben we er drie artikelen over geschreven, ik ook nog eentje solo. We zijn nu druk bezig met een onderzoek dat zich aanvankelijk zou beperken tot de Spaanse Successieoorlog (1702-1713). Maar ja, je voelt hem al aankomen, dat is ons niet helemaal gelukt. We pakken nu ook de Negenjarige Oorlog erbij. En elke keer vinden we wel iets nieuws en fascinerends om hierna uit te zoeken.”
Declaraties van officieren: loodsgelden, brandstof en een zijden kamerjas
“In het archief van de Rekenkamer zitten de rekeningen van de Admiraliteit. De jaarrekeningen, volledig bewaard, een periode die loopt van 1586 tot 1795. De Rekenkamer had altijd voldoende ruimte om al die papieren op te bergen. Ze verdwenen naar de zolders van de Abdij en daar was blijkbaar plek zat. Behalve de jaarrekeningen zijn ook vrijwel alle bijlagen bewaard gebleven, de acquitten. De belastinginkomsten staan keurig geregistreerd, maar wij richten ons vooral op de uitgaven. Zoals declaraties van officieren van de marine. Er zijn loodsgelden en de kapitein kreeg ook een vergoeding voor het branden van vuur aan boord – de brandstof moest hij zelf kopen. Voor het verbinden van gewonden werden oude lakens gebruikt. Die werden ook gedeclareerd. Een prachtig voorbeeld is een vergoeding aan luitenant-admiraal Cornelis Evertsen de Jongste, bijgenaamd Keesje den Duivel. Die voer aan boord van de Walcheren in 1689 en dat schip is vergaan voor de kust van Vlissingen. Misschien door een fout van een loods of van hemzelf. We weten wat daar verloren is gegaan: hij declareerde pistolen, een Turkse houwer of kromzwaard. En een Japanse nachtrok, een zijden kamerjas. Maar waarom heeft de hoogste officier van de Nederlandse marine in vredesnaam zo’n jas aan boord van zijn schip? Hij was ook verantwoordelijk voor het verschaffen van drank aan boord en tijdens krijgsraden. Dat zijn bijeenkomsten met alle hoge officieren van de vloot en dan kun je dus geen evenementenbier schenken. Die aankoopbonnen van de wijn, de kurken, alles is bewaard gebleven. Tot op het kleinste niveau kun je zaken reconstrueren.”
“Die acquitten kun je vergelijken met een prikker van een winkel, waar je bonnetjes op prikt. Al die papieren werden bijeen gebonden en dan krijg je pakken die soms anderhalve meter breed zijn. Zo zijn ze eeuwenlang opgeslagen, totaal onhandelbaar natuurlijk. Pas in de jaren negentig zijn die herverpakt en weer toegankelijk gemaakt. Een hoogleraar zeegeschiedenis wilde in de jaren ’70 onderzoek doen naar de financiering van de Admiraliteiten. Die kreeg te horen dat de Zeeuwse stukken waren verbrand in 1940. Maar die rijksarchivaris wist waarschijnlijk hoe onhandig het was opgeslagen. Zeshonderd meter lang pakketten. Die man had waarschijnlijk gewoon geen zin in moeilijke vragen en sjouwwerk.”
De gesneuvelde kapitein: bonnetjes en offertes
“We deden ook een onderzoekje naar de oorlogvoering in 1673, een jaar waarin drie keer een grote zeeslag is uitgevochten. Kapiteins waren zelf verantwoordelijk voor het verschaffen van eten en drinken aan hun bemanning. In dat jaar sneuvelde een kapitein die veel van zijn leveranciers nog niet had betaald. Die zijn naar de Admiraliteit gestapt met hun bonnetjes en offertes en zo konden wij precies reconstrueren hoe de kapitein zijn voorraden regelde. Hij kwam zelf uit Veere en je ziet dat zijn leveranciers ook voornamelijk uit Veere kwamen: drie bakkers die brood leverden, eentje deed ook scheepsbeschuit. Er was bier en boter uit Middelburg, water uit Vlissingen. Een breed Zeeuws netwerk.”
“Mooi zijn ook de betalingen aan bemanningsleden, die aan boord gewond zijn geraakt. Gisteren kwamen we er weer eentje tegen, een man die uit de fokkenmast was gevallen. Zijn schouders waren zwaar beschadigd en hij kreeg daar een vergoeding voor. Raakte je een arm of een been kwijt, dan waren er vaste bedragen ter compensatie. Invalide-uitkeringen. De marine betaalde niet heel goed, maar op het moment dat je gewond raakte werd je wel op kosten van het land verzorgd. Soms bleef je dan op papier deel uitmaken van de bemanning zodat je toch betaald kreeg.”
De kruisjes en vlaggetjes van de bemanning
“De jaarrekeningen en acquitten zijn een goudmijn voor onderzoekers. We hebben er veel laten scannen. Eén stuk heb ik gefotografeerd en die gebruik ik elk jaar, bij de start van het schooljaar. Ik werk als docent wiskunde en nieuwe klassen vertel ik iets over mezelf, dat ik graag historisch onderzoek doe. Dan laat ik een brief zien uit 1668, ondertekend door alle opvarenden van een schip dat in Suriname werd veroverd door de Engelsen. Aan het einde van die reis was het vrede, dus werd de bemanning overgezet op een Zeeuws schip. Tijdens die reis van twee weken heeft iedereen te eten en te drinken gehad en de kapitein van dat schip kreeg daar een vergoeding voor. Toen is er een briefje opgemaakt met de gang van zaken en de hele bemanning heeft die ondertekend. En dat is zo’n mooi contrast met de bevoorrechte positie van mijn leerlingen, al ervaren zij dat totaal niet zo. De schipper heeft een keurige handtekening, de bootsman ook. Maar verder zie je krabbeltjes. Ene Hendrik Harmens tekende een kruisje, een ander een vlaggetje. Dat waren dus volwassen mensen die hun eigen naam niet konden schrijven. Er zit ook een tekeningetje bij van een winkelhaak en een naam, Daniel de Druij. Dankzij een andere bron weten we dat hij de scheepstimmerman was, en blijkbaar had hij als handtekening een instrument dat hij dagelijks gebruikte. Verder is er niets van die mensen bewaard gebleven.”
Penneveer
“Ooit trof ik ook een pen aan, in een jaarrekening van het Gewest Zeeland. Ik was dat hele boek aan het doorspitten, sla een bladzijde om en zie tussen twee bladzijden een veer liggen, aangepunt, met een gleufje voor de inkt. Die veer zat al heel lang in het boek, de afdruk was zelfs helemaal in het perkament getrokken. Dus ik vroeg bij de balie wat ik moest doen. Het antwoord was ‘hij ligt daar al vierhonderd jaar prima, dus stop hem maar weer terug’. Later kreeg ik toch nog een mailtje, of ik nog wist welke jaarrekening het was. Want het Belasting- en Douanemuseum wilde die veer wel hebben voor de collectie. Een sensatie die je niet meemaakt als je alleen digitaal te werk gaat.”
Weten wie er nog meer onderzoek doet
“Scannen op verzoek is misschien wel een mooie manier voor het Zeeuws Archief om erachter te komen waar mensen nieuwsgierig naar zijn. Zelf ben ik ook erg nieuwsgierig naar andere onderzoekers. Er zijn niet zo heel veel mensen die onderzoek doen naar de Admiraliteit van Zeeland, misschien zijn er vier of vijf mensen die goed thuis zijn in de archieven van de Rekenkamer en weten wat voor moois je daar allemaal kunt vinden. En mijn maatje Arjan en ik zijn er dan twee van. Als je ziet dat er al stukken op verzoek gescand zijn ben je toch nieuwsgierig wie ze wilde opvragen en waarom. Zijn er mensen met een soortgelijk onderzoek bezig? Het zou mooi zijn als je op de een of andere manier met die mensen in contact zou kunnen komen. Misschien door een klein berichtje onderaan een scan, als een messageboard.”
Zeeland voer een eigen onafhankelijke koers
“Veel ongemakkelijke zaken uit de zestiende en zeventiende eeuw zijn vandaag de dag nog steeds herkenbaar. Kooplui profiteerden van de bescherming van de marine, maar weigerden daar extra voor te betalen. Ze probeerden er alles aan te doen om de belastingen te ontduiken waarmee hun eigen bescherming werd gefinancierd. Zeeland voer in die tijd een eigen onafhankelijke koers. Zo weigerden ze een afgevaardigde van Friesland, dat werd een vreselijk conflict dat zes jaar voort zou duren. Ook bij het uitbreken van de Vierde Engelse Oorlog doet Zeeland het helemaal anders: de Staten-Generaal wilden Engelse schepen aan de ketting leggen en een handelsverbod instellen, terwijl de Zeeuwen het diplomatiek wilden regelen. Zeeland wordt dan overstemd, de andere gewesten stemmen voor het verbod. Zeeland laat dan in de notulen vastleggen dat ze het recht behouden om alle schade die hieruit voortkomt te verhalen op de andere gewesten.”
Vijfentwintig jaar
“Arjan en ik hebben in vijfentwintig jaar de studiezaal zien veranderen. Vroeger was er een grote plank boven je werktafel waar de stukken op werden gelegd. En je moest ver onder de tafels kruipen voor een stopcontact. Dankzij Zeeuwen Gezocht kunnen genealogen veel werk vanuit huis doen, de mensen die je nu nog in de studiezaal ziet willen meestal ver de diepte in. Onderzoek kan vele interessante zijpaadjes opleveren en het ligt er maar net aan welke vragen je stelt aan het materiaal. Het archief van de Rekenkamer is lekker rechtlijnig, elk jaar de inkomsten, uitgaven en bijlagen. Maar ook daar kun je veel verschillende vragen bij stellen. Ik doe nu bijvoorbeeld een onderzoek naar het scheepspark van de Admiraliteit, alle schepen in kaart brengen die ooit dienst hebben gedaan. Ik duik elke keer in een berg cijfertjes die redelijk overzichtelijk zijn. Maar voor het schrijven van een biografie moet je zoveel meer bronnen interpreteren. Dat is veel complexer werk. Arjan en ik wilden één specifieke functionaris in de Spaanse Successieoorlog verder onderzoeken. We ontdekten dat hij zijn testament heeft laten opmaken bij een notaris in Veere. Wij vroegen dus de bundels op van die notaris en vonden zijn naam terug, maar ook de notitie dat zijn testament in 1723 gelicht is door de stadssecretaris van Veere. Er zitten zestig testamenten in die bundel, maar net die ene ontbrak en zit waarschijnlijk niet meer ergens anders in het stadsarchief van Veere. Dat spoor liep dood. Zo blijft het werk spannend.”
AI en archiefonderzoek
“Ik ben benieuwd wat de toekomst gaat brengen. Laatst hoorde ik van een docent geschiedenis dat hij AI had gevraagd om Amsterdam tijdens de Tachtigjarige Oorlog te beschrijven. Daar kwam een mooie tekst uit vol details, het verhaal werd in geuren en kleuren beschreven en op het eerste gezicht klopte het helemaal. Behalve dan één detail: Amsterdam is nooit belegerd geweest in de Tachtigjarige Oorlog. De resoluties van de Staten-Generaal zijn met AI gedigitaliseerd en getranscribeerd. Daar zitten aardig wat fouten in maar het wordt steeds beter, het gebruiksgemak is enorm vooruit gegaan. Misschien gaat het opvragen, scannen en transcriberen straks wel tegelijkertijd, dat zou fantastisch zijn. Maar je mist dan wel de onverwachtse vragen die opborrelen als je de echte stukken ziet. Zo viel het ons op dat kapiteins lang niet altijd zelf voor betalingen tekenen. Regelmatig is dat een vrouw, ‘zijn huisvrouw’ staat er dan bij, een zwager of heel iemand anders. Op een gegeven moment kwamen we onder stukken van verschillende kapiteins steeds dezelfde namen tegen. En dat maakt ons dan heel nieuwsgierig: in hoeveel procent van de gevallen wordt er door de vrouw van de kapitein ondertekend? Of bijvoorbeeld een zaakwaarnemer? Dat zie ik AI niet zo snel doen, een obsessie ontwikkelen omdat je zoveel handtekeningen onder stukken ziet staan.”
Een gelukswens voor het Zeeuws Archief van Wietse Veenstra: Gefeliciteerd met de 25 jaar en op naar de 50! En daar hoop ik de komende 25 jaar ook deel van uit te maken, met vele bezoekjes en interessante gesprekken.