Schots ingenieur William Hamilton Martin maakte De Schelde groot

Ron van Maanen, senior informatiebeheerder

Denk je aan de Industriële Revolutie dan denk je aan fabrieken, stoommachines en fabrieksarbeiders. De Schotse ingenieur William Hamilton Martin speelde met zijn durf en ongeëvenaard constructeurstalent een belangrijke rol voor de Nederlandse industrie, en in het bijzonder voor De Schelde in Vlissingen.

Nederland liep in de Industriële Revolutie achter ten opzichte van Engeland (inclusief Schotland) en België. Pas vanaf circa 1850 kwam er goed de gang in. Vlissingen moest nog even wachten. De marinewerf bood weliswaar aan honderden arbeiders werk en er werd geëxperimenteerd met stoom en nieuwe technieken, maar de werf werd in 1867 opgeheven.

In 1875 besloot een aantal mensen een scheepswerf annex machinefabriek-ketelmakerij op te richten. Op dat moment was er geen sprake van grootschalige industrie c.q. nijverheid in de stad. Ja, er was een chocoladefabriek, een sigarenfabriek en een zeepziederij, maar daar hield het wel een beetje mee op. De uitbreiding en verbetering van het spoornetwerk en de havenwerken hadden (nog) niet het gewenste resultaat opgeleverd.

Arie Smit en de andere aandeelhouders van de Koninklijke Maatschappij De Schelde hadden grootse plannen. Maar daarvoor heb je wel gebouwen, gereedschap en niet te vergeten inspirerende en goed opgeleide werknemers nodig. De Schelde nam gelukkig een aantal mensen aan die het bedrijf door de eerste en moeilijke jaren heen sleepten.

Als directeur werd Joseph van Raalte benoemd. Hij bleef dat gedurende 44 jaar. Zijn neef was consul in Glasgow, Schotland en dat zorgde voor belangrijke contacten met de firma John Elder & Co. Deze Schotse firma was bereid haar (technische) kennis te delen waardoor men in Vlissingen elk schip of machine kon bouwen waarnaar vraag was.

Directeur en ingenieurs van de Kon. Mij. de Schelde, omstreeks 1915. V.l.n.r. W.H. Martin, Jos. van Raalte, J. Janszen. Zeeuws Archief (GA Vlissingen 7413.53529)

William Hamilton Martin

In 1875 verscheen nog een Schot op het Vlissingse toneel. William Hamilton Martin was zijn naam. Geboren in 1850 in hetzelfde Glasgow, verhuisde hij in 1862 als wees naar Nederland. Hij werd opgevangen door zijn oom David Christie in Rotterdam en in diens machinefabriek als tekenaar aan het werk gezet. Vijf jaar later overleed zijn oom.

William ging vervolgens aan de slag bij de Rotterdamse firma Burgerhout en Kraak. Hier begon zijn technisch inzicht steeds meer op te vallen. Stoommachines voor sleepboten en stoomketels waren zijn specialiteit.

In dienst van De Schelde

Deze jonge man, slechts 25 jaar oud, werd door de Kon. Mij De Schelde aangetrokken om in Vlissingen de bouw van stoommachines en –ketels van de grond te krijgen. Dat lukte wonderwel.

De door W.H. Martin in 1881 ontworpen machinefabriek annex ketelmakerij. Zeeuws Archief (GA Vlissingen 7413. 22480).

Toen de machinefabriek na slechts enkele jaren afbrandde, ontwierp hij een nieuw gebouw. Met de vele boogramen had het wel wat weg van een kerk.

In de daaropvolgende jaren verbeterde hij diverse bestaande ontwerpen en paste nieuwe technieken toe.

Ook de nieuwste snufjes op het gebied van machines en gereedschap kwamen naar Vlissingen. Een voorbeeld is de eerste hydraulische klinkmachine in Nederland.

Tekening van de door W.H. Martin in 1881 ontworpen machinefabriek annex ketelmakerij. Zeeuws Archief (GA Vlissingen 7214.2000).

Gemeente Vlissingen

Zijn technisch inzicht werd ook door de gemeente Vlissingen opgemerkt. Die vroeg hem in 1883 advies over de vraag waarom de stoomtram tussen Middelburg en Vlissingen steeds uit de rails loopt. In 1886 leek William onverwachts een andere weg in te slaan. Hij diende bij de gemeente Vlissingen een aanvraag in voor de bouw en de exploitatie van een wandelpier annex wandelsteiger gelegen aan het strand. Twee jaar later blijkt echter dat niet hij maar de gemeente de steiger wil gaan exploiteren.

Ontwerp uit 1886 door W.H. Martin van een niet gerealiseerde wandelpier. Zeeuws Archief (GA Vlissingen 7533.1741).

William Hamilton Martin was niet uit het veld geslagen en ging gewoon door met doen van uitvindingen. Zo bedacht hij een ventilatiesysteem voor stookplaatsen. Op deze gewoonlijk toch warme plaatsen wordt het nu zelfs als koud ervaren!

Zesvoudige stoommachine

Als hoofdingenieur van De Schelde wilde William Hamilton Martin de ultieme, zuinige, laagtoerige motor bouwen. Het werd een zesvoudige 150pk-200rpm stoommachine – uniek in de wereld – waarbij de stoom tot zes keer toe door een ander expansievat wordt gedreven. De motor met ketel werd op 7 september 1887 besteld door Arie Smit, de oprichter van De Kon. Mij. De Schelde. Zij was bestemd voor het rivierstoomschip Thor VI en zou uiteindelijk tot 1949 worden gebruikt. Voor de fabriek betekende de order trouwens een verlies van ƒ 6.873,12!

In december 2014 namen twee docenten van de MBO-opleiding Scalda en scheepswerktuigkundigen het initiatief de unieke zesvoudige stoommachine te restaureren. De motor stond jarenlang in de hal van het hoofdkantoor van Damen Schelde Naval Shipbuilding te Vlissingen en was overgedragen aan de Zeevaartschool. Om restauratie mogelijk te maken, waren de originele bouwtekeningen vereist. Met medewerking van het gemeentearchief Vlissingen [nu Zeeuws Archief, red.] is dat gelukt.

Door de leerlingen werd vervolgens de motor ontmanteld, schoongemaakt en gerepareerd daar waar nodig en weer opgebouwd. De hoofdafmetingen van de motor bedragen 1,6 x 1,3 x 2,2 (hoogte) meter. Een stoomketel was niet meer aanwezig, de motor werd via een generator op stroom aangedreven. De video is gemaakt door scheepsweerktuigkundige i.o. Alexander Mari van Maanen in het voorjaar van 2016. Het was de eerste keer in enkele tientallen jaren dat de motor weer draaide.

Doortastend bij spoorwegongeluk

Bang aangelegd is de uitvinder bepaald niet. In 1899 vindt een spoorwegongeluk te Vlissingen plaats. William Hamilton Martin zit in de volgende trein en grijpt onmiddellijk in als hij ziet dat de stoomketeldruk in de locomotief oploopt. Om een ramp te voorkomen, sluit hij de kraan waardoor de stoom kan ontsnappen.

Grafmonument van W.H. Martin op de gemeentewerf, Vredenhoflaan te Vlissingen. Foto: Ron van Maanen, 2014.

In latere jaren wordt zijn technische kennis ook gebruikt om offertes uit te brengen voor de bouw van schepen. Zo maakt hij een reis naar Griekenland voor de eventuele bouw van oorlogsschepen door De Schelde.

William Hamilton Martin overleed toen hij in 1917 ernstig ziek naar Rotterdam ging, alwaar hij plots overleed. Hij werd echter begraven in Vlissingen.

Na zijn dood ging de bouw van schepen, machines, ketels en later zelfs vliegtuigen in de Vlissingse binnenstad door. In 1975 liep het laatste schip van stapel. Vandaag de dag resteren nog ‘tastbare’ herinneringen als de machinefabriek, timmerfabriek en de scheepshellingen.