Rondom de Grote Markt, het vergeten centrum van Vlissingen

Rondom de Grote Markt wordt er anno 2010 druk gesaneerd. Een halve wijk moet het veld ruimen voor nieuwbouw. Tot 1809 was hier het centrum van Vlissingen.

Een stukje Vlissingen dat er vroeger in ieder geval heel anders uitzag. Een paar impressies.

Grote Markt

Op de Grote Markt stond het ruim bemeten stadhuis van Vlissingen, een bouwwerk uit de laatste jaren van de zestiende eeuw. Dit naar Antwerps voorbeeld opgerichte stedehuis werd ‘gehouden voor het mooiste van Zeeland’. Hier kwamen de heren bestuurders bijeen, sprak men recht, werden vorsten ontvangen en voltrok de scherprechter de vonnissen op het plein voor het stadhuis.

Het stadhuis van Vlissingen. Opticaprent uit 1743. Zeeuws Archief, Zelandia Illustrata II-1240.

In de Middeleeuwen stond op deze plaats een carmelietenklooster, een bedelordeklooster met nogal wat gebouwen. Wie hier bijvoorbeeld op ‘vrijdag den 20ste dag van de bloeimaand, St. Bernardiusdag van het jaar onzes Heeren 1485’ langs het klooster liep, kon hier talloze kramen aantreffen van landlieden van buiten de stad, die komend door de Westpoort (Gevangentoren) hun waren uitgestald hadden langs de muren van het klooster.

Hier was ook de Korenmarkt gevestigd en zochten boeren contact met kooplieden, in de hoop de zaken in de Korenbeurs te kunnen beklinken. In de Breestraat stonden de Vleeshouwers met hun kramen en de verkopers van fruit. Met de omwenteling van 1572 verdween het klooster en door het Engelse bombardement van augustus 1809 het stadhuis.

Sli(j)kstraat

Noordelijk van de Grote Markt loopt de Slijkstraat, een straat die in 1584 nog Dijckstrate genoemd wordt. Deze straat volgt het oude tracé van de oostelijke havendijk van de oude haveningang van Vlissingen. Die oude haveningang liep via de Paardemarkt richting de oude Alhambrabioscoop, op de hoek van de Spuistraat en de Coosje Buskenstraat.

Voor een deel parallel aan de Slijkstraat loopt de Koestraat, waar het in de zestiende eeuw gebouwde gasthuiscomplex aan gelegen was. Armen, wezen, zieken, passanten, ouden van dagen vonden hier een onderkomen.

De Slijkstraat van voor de Tweede Wereldoorlog was lange tijd nog een voorname straat. Schrijver en uitgever Geert van Oorschot dacht daar anders over. In het verhaal De Kolenboer (gepubliceerd in Twee vorstinnen en een vorst) beschrijft hij de straat als volgt: “De straat waarin wij woonden heette de Slijkstraat. Je begrijpt dat het voor een kind niet plezierig is in de Slijkstraat te wonen. Als mij in de klas gevraagd werd: waar woon je, en ik zei in de Slijkstraat, kreeg ik het gevoel of er een modderlucht in de klas kwam hangen. In ons dialect zeiden we bovendien niet slijk, maar slik, en slik was nog veel stinkender en verachtelijker dan slijk”.

Dan volgt een beschrijving van het straatbeeld: “Aan weerszijden een aaneenschakeling van krotten. Verzakte vensters, gebroken of met krantenpapier dichtgeplakte ruiten, uit de scharnieren hangende voordeuren, uit de gevels gevallen brokken steen…Troepen ongewassen kinderen met rachitisbenen, zwangere vrouwen, schreeuwende dronkaards, verpieterde katten, van honger blaffende honden, verstopte stinkende riolen…kortom: troep, stront, verval, smurrie, ontbinding, kortom nogmaals onze Slikstraat.”

Volksstraten

Een andere Vlissingse verhalenverteller noemde de Pluimstraat, de Breewaterstraat, de Grote Markt, de Slijkstraat, de Koestraat en de Schoolstraat van voor de oorlog ‘volksstraten’. “Daar woonden in doorsnee de lagere werklieden uit de gemeente. Tussen de afgeleefde woningen stonden particuliere eigendommen, die weer goed onderhouden waren. Dit waren woningen van gezinnen, waar men een erfenisje of een lot uit de loterij getrokken had.”

Een doorsnee huis, aan de Breewaterstraat, beschrijft hij als: “De hele straat was bouwvallig. Vroeger waren er herenhuizen aan gebouwd. Deze grote huizen werden in partijen bewoond. Met in het midden een brede gang met aan weerszijden van deze gang gezinnen. Met een versleten trap moest men boven komen. Langs de traptreden hing gewoonlijk een oud dik scheepstouw, vet en glad van alle handen die er langs kwamen. De trappen werden niet verlicht, zodat invaliden en zieken of zwangere vrouwen moeite hadden hun woonkamer te bereiken. Riolering was er helemaal niet in de Breewaterstraat”.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd deze wijk voor een groot deel weggevaagd. In de jaren vijftig volgde in sneltempo wederopbouw. Het is juist deze bouw die nu in 2010 het veld alweer moet ruimen.