Roelof Koops: “We wilden geen hoogdrempelig instituut zijn”

Roelof Koops (1947) was rijksarchivaris in Zeeland van 1980 tot 2000. Daarna werd hij directeur van het nieuwe Zeeuws Archief, tot 2010. Voor het 25-jarig jubileum krijg ik een rondleiding van hem door het gebouw en vertelt hij over de nieuwbouw en de fusie. Met veel plezier en veel verhalen loopt hij door de gangen. Na een beleefd klopje op de deur loopt hij alle kamers binnen voor ‘aanschouwelijk onderricht’, over de kleinste details en de grootste ingrepen.

Roelof Koops: “Ik had het geluk dat ik bij het Rijksarchief terecht kwam via een stageplek vanuit de Rijksarchiefschool, in 1974. Mijn voorganger, dr. Pieter Scherft, ging in 1980 met pensioen en die mocht ik opvolgen. Het Rijksarchief in Middelburg was veel te klein behuisd en dat werd in de loop van de jaren tachtig steeds duidelijker. We kregen er wel enkele vergaderzalen bij als archiefruimte, maar het Abdijcomplex was geen geschikte plek meer. De verhuizing van archieven staat echter zelden bovenaan de agenda van de Rijksgebouwendienst.”

Nieuwe locatie gezocht

“Begin jaren ‘80 werd de Zeeuwse Bibliotheek gebouwd, dat was ook de periode dat in Den Haag de combinatie Koninklijke Bibliotheek en Algemeen Rijksarchief naast elkaar werd gezet. Ik vond dat een geweldig aansprekend voorbeeld en heb me toen ingespannen om dit ook in Middelburg te doen.
De oude gevangenis op de Blauwe Dijk, zou vrijkomen. Zowat naast de Zeeuwse Bibliotheek, waar nu de rechtbank staat. Toen heb ik mijn vinger opgestoken. Kon daar niet het rijksarchief komen, in combinatie met de Zeeuwse Bibliotheek? Dat plan werd echter ingehaald door de tijdgeest: er was niet alleen veel geld voor een nieuwe gevangenis, er kwam ook budget voor nieuwe rechtbanken. En zoals dat nu eenmaal gaat in Nederland; wie geld heeft gaat voor, dus zou er op die locatie een nieuwe rechtbank worden gebouwd.”

Van Naturalis naar Zeeland

“Dat bleek uiteindelijk een blessing in disguise, want de Rijksgebouwendienst had toen een probleem. Het Van de Perrehuis, waar de rechtbank in zat, kwam leeg te staan. Daar moest iets nieuws in komen, maar niemand wilde: het was of te groot, of te klein, te dit of te dat. De hele strijd om bovenaan de agenda van het ministerie te komen was ineens niet meer nodig: de Rijksgebouwendienst had een probleem en wij konden dat probleem oplossen. Vanuit allerlei vertraagde bouwprojecten van de Rijksgebouwendienst is toen geld bij elkaar geharkt dat naar Zeeland ging. Bijvoorbeeld vanuit nieuwbouwplannen van Naturalis in Leiden. Vertraging en niet kunnen bouwen daar leverde ons in Zeeland geld op.”

Twee architecten

“Aanvankelijk was ik niet blij met de keuze voor het Van de Perrehuis: zie je wel, archieven worden wéér in een monument weggestopt. We waren lang bezig geweest met een nieuw en efficiënt gebouw, met goede aanvoerlijnen. We droomden van een leeg canvas om het logistiek proces precies zo te maken als we wilden. Maar het stadspaleis bleek een mooie kans, vooral toen er twee architecten werden aangewezen – één voor de nieuwbouw en één voor de restauratie van het monument. Dat werden de bureaus Benthem Crouwel en Verlaan en Bouwstra.
Allebei vaardigden ze een partner af: Jan Benthem en Cor Bouwstra. Ik maakte me zorgen over de efficiëntie van het gebouw, maar Benthem Crouwel heeft de logistiek van Schiphol helpen ontwikkelen, dan kon een eenvoudig archief in de provincie geen enkel probleem zijn.”

Lijntekening in zwart van de gevel van het Zeeuws Archief.
Het Zeeuws Archief aan het Hofplein in Middelburg, met rechts het Van de Perrehuis en links de Brouwerijpoort.

Onder de grond

Het bureau Benthem Crouwel zorgde voor de nieuwbouw. “Toen we de eerste keer samen gingen kijken in het Van de Perrehuis was Jan Benthem helemaal onder de indruk van enkele ruïnes die nog op het terrein stonden. Want Nederland lijkt wel allergisch voor ruïnes, die worden altijd gesloopt of verbouwd.
Het bleek het meest logisch te zijn om de kantoren in het Van de Perrehuis te plaatsen: vanwege de monumentale status mochten we daar niet breken en je wil ook geen bezoekersstromen door je kwetsbare historische pand. We wilden ook geen hoogdrempelig eerbiedwaardig instituut zijn, waar mensen schroom konden hebben om naar binnen te gaan. Laagdrempelig wilden we zijn, publieksvriendelijk. Dus we waren blij dat we de ingang konden opschuiven zodat die meteen op het nieuwe gedeelte aansloot.
Het was ook direct duidelijk dat de depots onder de grond moesten komen, want de lucht in, middenin de historische binnenstad, dat kon gewoon niet. De zittingzaal van de rechtbank in de Lussanetvleugel stond nog even op de nominatie om afgebroken te worden, maar deze was wel heel degelijk gebouwd. Hier kwam de techniek, het restauratieatelier en een opvangdepot. Wat je absoluut nooit wil is dat archieven onder water komen te staan. En wat doen we dan in Zeeland? We stoppen onze archieven onder de grond. Wel achter een soort duikbootdeuren, absoluut waterdicht.”

Mooie techniek is niet lelijk

“Voordat de bouw begon zijn we ook bij andere archieven gaan kijken, voor inspiratie. Bij het Rijksarchief in Noord-Brabant en bij het NIOD, het Nationaal Instituut voor Oorlogsdocumentatie aan de Herengracht in Amsterdam. Omdat daar ook een goed depot zat in combinatie met een monumentenpand, in de historische binnenstad van Amsterdam. De bezoekersruimte van het NIOD zat in een ovalen paviljoen in de binnentuin, daar hebben we hier ook nog even mee gespeeld.”
De nieuwbouw kwam uiteindelijk links van het Van de Perrehuis. “Via een aantal doorbraken in de kelders creëerden we gangen door de hele breedte van het Van de Perrehuis en werden oud en nieuw verbonden. Het motto van Jan Benthem was ‘mooie techniek is niet lelijk’. De nieuwbouw kreeg een offshore-achtige sfeer en techniek in het trappenhuis. Symbolisch voor het robuuste en stoere van Zeeland en het degelijke karakter van het archiefwezen.
We kregen op de drie niveaus van het Van de Perrehuis horizontaal transport, met aan de linker- en rechterzijde twee stijgpunten. Externe archiefstukken kwamen voortaan aan in het opvangdepot. Je kon met een karretje onderlangs door de kelderverdieping naar restauratie, conservering en ontsmetten. Daarna konden de stukken ondergronds naar de depots reizen. Vanwege de benodigde stijgpunten hebben we het dak opgetild van het nieuwe paviljoen, daardoor is een driehoeksvorm ontstaan. Het werd een schuin dak, om het zicht op het monument zo min mogelijk te belemmeren. Dat dak bleek later ideaal voor grote aantallen zonnepanelen.”

Slakkenhuis en ramen

“Niet alles is helemaal goed gegaan. We hadden in het Rijksarchief veel te weinig studieruimte, dus in die val wilden we niet trappen. We maakten daarom een ruime studiezaal waar veel mensen onderzoek konden doen. Maar de digitale revolutie was inmiddels ook begonnen en die ging heel snel. De grote doelgroep, genealogen, kon steeds vaker hun werk vanuit huis doen. Het is een paradox: door intensief te digitaliseren ondergraaf je in zekere zin je bezoekersaantal, maar je krijgt er wel veel meer gebruikers bij. De studiezaal had ooit een slakkenhuismodel, dat steeds stiller en specialistischer werd hoe verder je kwam. Nu is een deel daarvan kantoorruimte, ook vanwege de grote groei aan vrijwilligers. Ik heb nog gestreden voor ramen in de studiezaal, omdat we mensen van buiten een blik wilden geven op wat er hier allemaal mogelijk was. De architect vond het een slecht plan en had een blinde muur gepland. Er kwam toch één raam, als compromis, de mensen in het parkje kunnen nog steeds zien dat er hier een historische werkplaats is.”

Opening van het Zeeuws Archief in 2000.

Regionaal Historisch Centrum

“We werden het derde Regionaal Historisch Centrum van Nederland, na Groningen en Utrecht. En het eerste centrum met meer dan twee partners: omdat we heel veel archiefruimte hadden was het logisch dat het gemeentearchief van Middelburg, dat ook ruimtegebrek had, erbij zou komen. Want anders had je weer een extra studiezaal nodig en andere extra voorzieningen. Ook Veere sloot zich door ruimtenood aan en toen was het logisch om er één organisatie van te maken, geïnspireerd door de filosofie achter de historische centra. En het is alleen maar handig als je maar naar eén plek hoeft voor onderzoek.”

150 meter ingedikt slavernijverleden

“Ik ben er ook trots op hoe we als archief al vroeg aandacht hebben gevraagd voor het Zeeuwse slavernijverleden. Ik liet de stukken van de MCC, de Middelburgse Commercie Compagnie, altijd al graag aan schoolklassen zien. Toen er landelijk aandacht ontstond voor ons Nederlandse slavernijverleden wist ik dat wij als Zeeuws Archief daarbij moesten zijn, want we hebben 150 meter ingedikt slavernijverleden in onze depots staan. Ik ben daarna twaalf jaar bestuurslid geweest van het NINSee, het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en erfgoed. Gelukkig is mijn opvolger Hannie Kool-Blokland er net zo fanatiek me doorgegaan. Het MCC archief werd UNESCO erfgoed en we kregen fondsen om het integraal te digitaliseren.”

Zo min mogelijk drempels

“Toen ik in 2010 wegging was de cirkel rond voor mij. Ik ben trots op mijn tijd, op de organisatie en op deze plek, dat durf ik wel te zeggen. Er zijn archivarissen die een intellectueel nalatenschap hebben: inventarissen of wetenschappelijke publicaties. Ik heb mezelf nooit gerekend tot de wetenschappelijke archivarissen, ik ben meer een generalist. Ik wilde een helpende organisatie creëren, een basisvoorwaarde, een solide archiefdienst. En ik geloof dat dat wel aardig is gelukt. In een prachtig gebouw, met letterlijk en figuurlijk zo min mogelijk drempels. Dat er niet overal balies zijn en belletjes waar je op moet drukken. Je moet zonder pasje een expositieruimte kunnen binnenlopen. We wilden zoveel mogelijk barrières wegnemen tussen de bezoeker en de archiefstukken; alle kennis die hij of zij wil opdoen, zo efficiënt mogelijk laten inzien.”

25 jaar Zeeuws Archief jubileum

25 jaar Zeeuws Archief

Het Zeeuws Archief bestaat in 2025 vijfentwintig jaar. We blikken terug met verschillende betrokkenen.

/over-ons/25-jaar-zeeuws-archief/