In de rubriek Zeeland in beeld lichten we wekelijks tot de verbeelding sprekende, actuele of ronduit spectaculaire beelden uit de Beeldbank van het Zeeuws Archief uit. Deze week: ophef over groot wild is niks nieuws. Dat laat de geschiedenis van de jacht op Schouwen-Duiveland goed zien.
‘Zierikzee. Verrenieuwstraat. V.l.n.r: politieagent Chr. C. Bruggemans, jager Ten Haaf en politieagent W.A. Beeke.’ Dat is de formele beschrijving van deze foto in de Beeldbank van het Zeeuws Archief.

De herfst is officieel begonnen. Naast dat in Zeeuwse natuurgebieden burlende herten te zien zijn, is ook het jachtseizoen weer aanstaande. En dat is altijd voer voor gevoelige maatschappelijke discussies.
Recent is het vooral de komst van de wolf die tot grote ophef leidt. Hoewel er ook in Zeeland behoorlijk wat onrust over bestaat, heeft dit roofdier zich hier nog niet permanent gevestigd.

Gedekte tafel
Een ander verhaal is het met de vos. Die kwam van oorsprong meer in beboste delen van het oosten van Nederland voor en was op de eilanden geen gebruikelijke gast.
Maar het meer open Zeeuwse landschap levert nou eenmaal een gedekte tafel op voor de vos. Vanaf begin deze eeuw kwamen vossen eerst vooral Zeeuws-Vlaanderen binnen. Daarna hebben ze zich onder andere via de Westerscheldetunnel(!) over de rest van Zeeland verspreid.
Op Schouwen-Duiveland ontmoette de vos veel weerstand. Zowel in de westelijke duingebieden als het zuiden van het eiland komen veel kwetsbare en bedreigde vogelsoorten voor. Daarom was het formele beleid van de provincie dat de vos op Schouwen geweerd zou worden.
In de praktijk werden afdoende maatregelen niet genomen en is de vos toch Schouwen opgekomen. Dat leidt tot felle discussies tussen fervente vossenliefhebbers, dierenactivisten, boeren, natuurbeschermers en jagers.

Doodgeschoten
Ook in 1947 waren bepaalde wildsoorten in Zeeland al controversieel. Voor Schouwen nog een stuk exotischer dan vossen, waren wilde zwijnen. Die hadden er najaar 1947 op raadselachtige wijze poot aan wal gezet.
Van een delicate maatschappelijke en politieke discussie was geen sprake. De zwijnen hoorden niet thuis op het eiland, vond men algemeen. En dus werden ze op niet al te zachtzinnige wijze vervolgd en beschoten.
Diervriendelijkheid was daarbij geen criterium. Over jachtaktes, vergunningen en professionaliteit leek ook al weinig drukte gemaakt te worden.
Een uitgebreid verslag van het einde van een zwijn is te vinden in de Krantenbank Zeeland, in een artikel uit de Zierikzeesche Nieuwsbode van 30 oktober 1947.
'Een evenement in de geschiedenis van ons eiland, want het zal wel eeuwen geleden zijn, dat hier wilde zwijnen voorkwamen'
— Zierikzeesche Nieuwsbode, 30 oktober 1947
Achter ‘de ever’ aan
Nadat de dieren steeds in het nieuws kwamen en regelmatig tot grote ophef en vergeefse jachtpartijen hadden geleid, werd één exemplaar ten slotte doodgeschoten.
‘Een evenement in de geschiedenis van ons eiland, want het zal wel eeuwen geleden zijn, dat hier wilde zwijnen voorkwamen.’ Zo schreef de krant erover.
Het leek wel of de halve plaatselijke bevolking van ‘midden-Schouwen’ achter ‘de ever’ aanzat. En ten slotte was het letterlijk ‘raak’…
Politie-agent W. Beeke snapte het slachtoffer toen deze het meertje ‘Kaaskenswater’ overstak. Over een politiewagen, een wapen of communicatieapparatuur beschikte hij niet. Dus rende hij zijn benen uit zijn lijf richting een nabijgelegen tramstation. Daar belde hij het bureau op en verzocht om terstond een stengun beschikbaar te stellen.
Intussen was ook hotelhouder Ten Haaf gewaarschuwd: die beschikte over zowel een auto als een geweer.
Romeinse strijdwagen
Algauw zat men ‘de ever’ op de hielen, vergezeld van de Belgische herdershond van de agent. Hoewel de verkregen stengun aanvankelijk haperde, wisten de heren toch flink wat schoten te lossen. Die misten in eerste instantie doel, of waren niet voldoende effectief…
Toch eindigde het bloederige tafereel fataal voor het zwijn. Na flink wat vergeefs verschoten lood, eindigde het uiteindelijk vastgebonden op de motorkap van de wagen.
Als een soort overwonnen barbaar aan een Romeinse strijdwagen (of als een jachttrofee op de rug van Obelix) werd ‘de ever’ Zierikzee binnengereden. De scholen waren net uit, dus de belangstelling was overweldigend.
Voor het politiebureau werden de jagers en hun trofee gefotografeerd en dat leverde de foto bij dit verhaal op.

Niet veel later werd een tweede zwijn in de duinen op het westen van het eiland aangetroffen. Het dier werd omsingeld en eveneens verslagen. De foto bij deze alinea is bij die gelegenheid gemaakt.
Dat het om een foto van kort na de oorlog gaat, is wel te zien aan de Jeep: hoogstwaarschijnlijk afkomstig van het Amerikaanse leger.
Hoe de zwijnen op Schouwen terechtkwamen, is tot op heden een raadsel.
Tirannie
De jacht en verschillende perspectieven erop maken sinds mensenheugenis onderdeel uit van de geschiedenis. Dat blijkt wel uit een ‘ordonnantie en reglement op de jacht‘ (ca. 1750) uit de Schouwse ambachtsheerlijkheden Oosterland, Sirjansland en Oosterstein.
De ondertitel is meteen een historische en zelfs religieuze legitimatie voor het jagen: ‘als traditie ingesteld naar een oorsprong door Sint Hubertus en bevestigd door ‘Nimroth”.
De figuur Nimrod is afkomstig uit de Hebreeuwse Bijbel. Volgens de joodse traditie was hij de eerste en enige persoon die over de hele mensheid heerste. Naast traditionele associaties met kwaadaardigheid, tirannie en destructieve machtshonger, wordt hij in de Bijbel een groot jager genoemd.
Geen fijn rolmodel voor jagers zou je denken. Maar blijkbaar werd ‘Nimroth’ op achttiende-eeuws Schouwen toch als een goede legitimatie voor het jagen gezien.

Kruis
De andere figuur die er in het jachtreglement bij werd gehaald, is dus Sint Hubertus: patroonheilige van de jacht.
Volgens een legende besloot Hubertus op Goede Vrijdag van het jaar 683 te gaan jagen. Dat werd op die christelijke feestdag als een zeer oneerbiedige bezigheid beschouwd.
Hubertus zag een groot hert en zette met zijn honden de achtervolging in. Toen hij het dier bijna bereikt had en het zich naar hem omdraaide, wilde hij zijn wapen gebruiken om het neer te schieten. Precies op dat moment verscheen er een stralend kruis tussen het gewei.
Ontzag
Deze legende was ook al niet echt een aanmoediging om maar eens op dieren te gaan schieten, zou je denken.
Maar dat ligt genuanceerder. Sint Hubertus werd ook geassocieerd met bescherming tegen hondsdolheid; voor jagers erg belangrijk.
Daarnaast kon de legende van het hert met het kruis geen kwaad: het was een goed middel om jagers een beetje ontzag en ‘weidelijkheid’ (duurzame benutting van natuurlijke overschotten, met respect voor het wild) bij te brengen.
Zo kon het gebeuren dat jaarlijks in het najaar hier en daar in Zeeland zogenaamde Hubertusvieringen worden gehouden.

Jachtboek
Naast het jachtreglement is in hetzelfde archief het ‘Jagtboek van Oosterland, Sir Jansland en Bruinisse’ te vinden. Dat is een soort jachtdagboek van rond 1900, met tabellen van soorten wild, plaats, datum en jagers.
Naast harde data is het geheel flink versierd. Er staan bijvoorbeeld kleine gedichtjes in. Ook werd het voorzien van afbeeldingen door de kunstenaar Willy Sluiter.
Er zijn kleine, soms humoristische jachttaferelen te zien. Maar ook het tafereel na afloop van de jacht in een café is afgebeeld.
Niet iedereen heeft een zo romantische en positieve blik op de jacht. In ieder geval is het -net als de foto bij dit verhaal- een document dat goed laat zien hoe er in het verleden naar wildbeheer gekeken werd.
Ontdek het in onze Beeldbank!
De Beeldbank van het Zeeuws Archief herbergt de meest fascinerende beelden over vele uiteenlopende onderwerpen, plaatsen en tijdperken.
/onderzoek-het-zelf/archief/