Fregat Den Rhijn in beeld: als zeil- en als stoomschip

Ron van Maanen, senior informatiebeheerder

Het fregat Den Rhijn is in de beeldcollectie tweemaal te vinden; terwijl zij wordt omgebouwd tot stoomschip, en nadat zij opnieuw was omgebouwd tot zeilschip!

Beelden zeggen vaak meer dan woorden. De populariteit van onze fotocollectie bij het grote publiek neemt dan ook steeds verder toe. Je hoopt altijd op interactie tussen bezoekers en foto’s. Dat kan van een ‘O ja’ en Ken je hem nog’-gehalte zijn, maar stiekem hoop je op meer. Het mooiste is wanneer een foto in de tijd wordt geplaatst en men relaties onderkent en dwarsverbanden legt met andere foto’s en/of gebeurtenissen’, een breder perspectief dus.

Historisch Topografische Atlas Vlissingen

Naast onze omvangrijke fotocollectie beschikt het gemeentearchief Vlissingen [Zeeuws Archief] ook nog over een Historisch Topografische Atlas [Vlissingen], misschien oneerbiedig aan te duiden als een prentenkabinet. Inderdaad er bevinden zich prenten in maar bijvoorbeeld ook kaarten.

Jammer genoeg is deze atlas veel minder bekend bij het grote publiek ondanks de rijkdom die deze schatkamer bevat. Elke prent etc. wordt door ons zo nauwkeurig mogelijk beschreven inclusief datering. Alleen het achterliggende verhaal is vaak een stiefkindje. Soms omdat het onbekend is, soms omdat de tijd ontbreekt.

Verhaal achter twee prenten

Als voorbeeld dienen de volgende twee prenten die ogenschijnlijk niet aan elkaar gerelateerd zijn, uitgezonderd dat het gaat om een en dezelfde schip.

De 19e eeuw wordt gekenmerkt door grote maatschappelijke en technologische veranderingen en ontwikkelingen. Voor de marine betekende dat bijvoorbeeld de overschakeling van zeil op stoomvermogen en het bepantseren van haar schepen. Ook onze marine ontkwam hier niet aan.

Toch waren vele officieren minder gecharmeerd van de invoering van stoomvermogen. De herrie, het neerslaan van roet uit de schoorstenen en het vrijkomende kolengruis bij het bunkeren zullen daar debet aan zijn geweest, – plus een antipathie tegen nieuwigheden. De marinewerf te Vlissingen speelde een grote rol in dit veranderingsproces.

Van zeil- tot stoomschip

Het fregat Den Rhijn was in maart 1813 als de La Vestale op stapel gezet door scheepsbouwer P. Glavimans met de afmetingen 145 x 36,8 x 19 Franse voet of 55,25 x 12,3 x 5,75 meters en een waterverplaatsing van 2.485 tons.

Schegbeeld van het fregat Den Rhijn van de Rijkswerf te Vlissingen, ca 1825-1830. Collectie: Rijksmuseum NG-MC-427.

In 1814 werd zij toegewezen aan Nederland als deel van de herstelbetalingen en wederopbouw van onze marine en herdoopt. Als het fregat Den Rhijn werd zij 5 oktober 1816 bewapend met 44 kanonnen te water gelaten op de Rotterdamse marinewerf.

In 1825 werd besloten haar te verlengen en te verbouwen tot een stoomschip. Zij werd in tweeën gezaagd en een stuk met een lengte van 23 meter werd er tussen geplaatst. De verbouwing liep op een mislukking uit. Dit was te wijten aan problemen met de door Cockerill (Seraing, België) geleverde stoommachines en schepraderen.

Het hierbij afgebeelde model van het schegbeeld van Den Rhijn is gemaakt van hout en rode door een modelmaker werkzaam bij de Vlissingse marine. Het stelt een mannelijk torso voor gekleed in een klassieke klederdracht en symboliseert de rivier de Rijn.

Het fregat De Rhijn op de werf te Vlissingen doorgezaagd om tot een stoomvaartuig te worden gemaakt, 2 april 1826. Tekening door H. Speeleveldt, 41×29,4 cm., 1826. Zeeuws Archief, Historisch Topografische Atlas Vlissingen, inv.nr 3337.

Op de tekening zijn duidelijk de twee helften te zien. Op de achtergrond zijn de zogenaamde grote kappen zichtbaar met, in de voor ons, rechterkap de romp van een schip. Vermoedelijk was dit de romp van het linieschip Neptunus. Gelet op de situering liggen beide helften van Den Rhijn op wat later bekend stond als de Noord- en Zuidhellingen, waarvan de laatste resten tot op vandaag toe nog zichtbaar zijn.

Van stoom- tot zeilschip

In 1830 werd het schip opnieuw doorgezaagd en een stuk verwijderd met een lengte van 16,7 meter verwijderd. Op de Amsterdamse marinewerf is zij uiteindelijk verbouwd tot een zeilfregat bewapend met 54 kanonnen. [1]

Nadat Den Rhijn weer was omgebouwd in een puur zeilfregat deed zij onder meer dienst in de Oost. Van haar laatste reis is een scheepsjournaal (toegang 112 inv.nr. 5624) bewaard gebleven. Het werd op 19 maart 1940 door T.C. Dommisse geschonken aan Van Grol.

Het bewaard gebleven journaal beslaat de periode 1 mei 1847 tot 1 April 1851 en werd bijgehouden door luitenant Kindt. Deze meldde zich op 1 mei 1847 aan boord van Den Rhijn die op dat moment in het dok te Vlissingen lag. Haar commandant was kapitein ter zee E.A. Jöhr. Op de 13e om 8 uur ’s morgens vertrok het schip via demarinesluis naar de voorhaven waar men om 11.45 uur aankwam. De volgende dag verhaalde men naar de rede, waar geankerd werd naast de Cerberus “met heerlijk mooi zomerweder en gingen toen op ons gemak aan de Kaffij”. Wil je weten hoe de reis en het verblijf in de Oost verliep, kom dan maar het journaal inzien!

Tekening van Den Rhijn, afkomstig uit het scheepsjournaal, 1847-1851. Zeeuws Archief, Historisch Topografische Atlas Vlissingen, inv.nr 4174.

Op 13 maart 1851 keerde men te Vlissingen terug, de 17e ging men in het dok (vermoedelijk de Dokhaven). Na afgetuigd te zijn en alle etenswaren en dergelijke van boord te zijn gehaald werd op 1 april de vlag en wimpel neergehaald en met een drietal hoera’s van de officieren en het detachement mariniers het schip buiten dienst gesteld. Vanaf 1852 deed zij dienst als wachtschip te Hellevoetsluis, later te Willemsoord.

In 1875 tenslotte werd zij gesloopt op de marinewerf te Hellevoetsluis in het zogenaamde Jan Blankendok. Dit droogdok is vergelijkbaar met het Vlissingse Dok van Perry, zij het van jongere datum.