De garnizoensbakkerij in de kazematten

Adri Meerman

De garnizoensbakkerij, onderdeel van de kazematten in het Keizersbolwerk, in Vlissingen was lange tijd niet toegankelijk voor het publiek. Open Monumentendag 2005 bracht daar verandering in, ruim 2500 belangstellenden bezochten het Vlissingse monument.

Het Keizersbolwerk dankt zijn naam aan Keizer Karel V. De noordelijke en zuidelijke Nederlanden waren in die periode onderdeel van het Spaanse rijk. Halverwege de 16e eeuw dreigde er weer een oorlog tussen Spanje en Frankrijk/Engeland.

Keizersbolwerk uit 1548

Om de Westerschelde beter te beschermen tegen eventuele aanvallen gaf Maria van Hongarije, landvoogdes namens Keizer Karel, opdracht tot het bouw van Fort Rammekens (1547) en het versterken van de haveningang van Vlissingen. Zo ontstond in 1548 het Keizersbolwerk dat toen slechts bestond als een soort rondeel met geschut en een waterpoort, die toegang verschafte tot de stad.

Keizer Karel V verliet de Nederlanden in 1556 door de waterpoort om zich definitief in Spanje te vestigen. Ook zijn zoon en opvolger Philips II vertrekt (in 1559) door deze poort naar Spanje. Er liggen dus beroemde voetstappen op die plaats.

Kazematten

In 1795 werd bij het Haagse Verdrag onder meer toestemming verleend aan Frankrijk om een garnizoen in Vlissingen te legeren en de haven van Vlissingen te gebruiken voor de Franse vloot. De Fransen, onder leiding van Napoleon, beperkten zich echter niet tot naleving van het verdrag en deden alsof zij eigenaar van Vlissingen waren.

Napoleon had het plan opgevat om Engeland te veroveren. Dit moest geschieden door middel van een invasievloot. Deze vloot werd voornamelijk gebouwd in Antwerpen. Ook de haven van Vlissingen werd gebruikt om de oorlogs- en transportschepen af te meren. De Engelsen vonden dit niet zo’n goed idee (het pistool op de borst van Engeland) en besloten in 1809 een aanval uit te voeren op Zeeland, waarbij Walcheren (haven van Vlissingen) en uiteindelijk Antwerpen de doelwitten waren.

Na de landing bij Fort den Haak (bij Vrouwenpolder) verkregen de Engelsen al spoedig de controle over het eiland. De vesting Vlissingen bleef echter strijd leveren. Na een enorme beschieting in augustus 1809, waarbij ondermeer gebruik gemaakt werd van brandraketten, raakte Vlissingen zwaar beschadigd en moest generaal Monnet zich overgeven.

De Engelse expeditie liep toch op een mislukking uit omdat een fors deel van de Engelse manschappen te lijden kregen van de Zeeuwse koorts. Tegen het einde van 1809 trokken de Engelsen zich terug en verkregen de Fransen hun heerschappij weer terug.

Om een herhaling te voorkomen gaf Napoleon opdracht om Vlissingen te versterken tot een vesting van eerste orde. Grote delen van de stad moesten wijken voor verdedigingswerken. Ook het Keizersbolwerk moest eraan geloven. Dit bolwerk werd verhoogd en aan de binnenzijde van kazematten voorzien (dit gebeurde trouwens ook in Fort Rammekens).

Garnizoensbakkerij

Het Keizersbolwerk kreeg 13 kazematten. In één van die kazematten werd een garnizoensbakkerij gevestigd. De enorme schoorstenen van die bakkerij – op de boulevard bij het standbeeld van Michiel de Ruyter – zijn in het begin van de Tweede Wereldoorlog vanwege hun bouwvallige staat gesloopt.

Boulevard de Ruyter gezien vanaf het Keizersbolwerk, op de voorgrond de schoorstenen van de voormalige garnizoensbakkerij onder het Keizersbolwerk, ca 1920-1930. Zeeuws Archief, Beeldbank Vlissingen nr 37433.

De twee enorme ovens konden elk 300 broden bevatten. Per 24 uur konden er 4800 broden gebakken worden voor de garnizoenen (4/5 tarwe en 1/5 rogge). De overige kazematten werden gebruikt als schuilgelegenheid, opslag en wachtlokaal voor officieren en manschappen.

Bij de bouw van de kazematten werd voor het eerst volgens het metrieke stelsel gewerkt. In Frankrijk was het reeds in 1796 ingevoerd. Nederland stelde het metrieke stelsel pas in 1820 vast.

Ovens van de garnizoensbakkerij onder het Keizersbolwerk in Vlissingen, 22 september 2005. Foto: A. Tanghe. Zeeuws Archief, Beeldbank Vlissingen nr 40996.

Bij de renovatie van de oprit naar het Keizersbolwerk in 1988 werd een deel van het bolwerk gesloopt waarbij de binnenzijde van één der ovens verloren is gegaan. Tijdens de Open Monumentendag 2005 bezochten meer dan 2500 belangstellenden de garnizoensbakkerij.