Nu zou hij wereldwijd miljoenen volgers hebben, Dr. Johann Georg Mezger (1838-1909). De Amsterdamse slagerszoon van eenvoudige komaf was één van de eerste fysiotherapeuten. Zijn ‘gouden duimen’ genoten internationale beroemdheid en dat werd ook opgemerkt in Domburg, waar hij de zomers doorbracht. Zijn borstbeeld siert nog altijd de badplaats, maar welke sporen heeft hij achtergelaten in archiefbronnen?

In de periode dat Mezger met zijn gezin de zomers aan de kust doorbracht – namelijk van 1885 tot aan zijn overlijden in 1909 – was hij alom aanwezig op Walcheren. Hij lijkt overal een mening over te hebben gehad. Hij sprak zich uit vóór en tégen talloze zaken.
Zeehospitium
Het zeehospitium, nu bekend als Zonneveld, opende zijn deuren ná Mezgers overlijden. Toch speelde de dokter er een rol in, zoals het archief van Zeehospitium Zonneveld laat zien. Hij was namelijk een warm tegenstander van de komst van deze instelling voor de behandeling van tuberculose bij kinderen. Er waren plannen om het hospitium te huisvesten op een perceel naast zijn eigen paleisvilla in Oostkapelle. Dat was voor de geneesheer veel te dichtbij! Stel je voor! Hij moest denken aan het welzijn van zijn eigen patiënten, en zijn eigen portemonnee…
Portretten van patiënten
Die patiënten van Mezger waren leden van Europese vorstenhuizen en adellijke families. Ze adoreerden hun arts; Mezger was Europa’s eerste fysiotherapeut en zijn massages bracht menig vorstelijk persoon weer op de been én in vervoering. De fysieke, professionele aandacht voor zijn patiënten resulteerde vaak in een persoonlijke band. Zij stelden alle vertrouwen in hun arts. Zij werden ook letterlijk zijn volgers, en reisden met hem van Amsterdam naar Bonn, Wiesbaden en Parijs én naar Domburg, om de behandelingen voort te zetten.
We vinden de patiënten met hun portret terug in de verzameling foto’s die hij zelf aanlegde. Daarin liet hij zich zien als voorstander van het relatief nieuwe medium. Het Zeeuws Archief beheert zijn grote fotocollectie met zo’n zevenhonderd foto’s voor het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen. Het is een bijzondere verzameling die veel meer dan alleen de geportretteerden laat zien…

Verzamelen
Fotografie is een negentiende-eeuwse uitvinding. Het fotografische portret verdrong al snel het geschilderde portret. Na 1860 werd het medium steeds populairder. Dat had alles te maken met de komst van de ‘carte-de-visite’, een portretfoto op een stevig kartonnetje dat in meervoud werd geleverd. Al snel begon een verzamelwoede; het verzamelen van fotoportretten werd een echte rage. Van beroemdheden, tot familieleden, tot patiënten-portretten… Ook Mezger was een fervent verzamelaar.
Fotoateliers

De patiënten van dokter Mezger behoorden dus tot de rijksten van Europa; zij gingen niet naar de eerste de beste fotograaf voor hun portret! Nee, zij bezochten Europa’s hoffotografen. Deze fotografen maakten zich er niet met een Jantje van Leiden van af. Zij fotografeerden hun cliënten in luxere decors, zij besteedden meer aandacht aan de poses. En de kartonnetjes waarop de foto’s werden bevestigd, waren modieuzer. En over mode gesproken; de patiënten van dokter Mezger droegen de meest kostbare creaties; in ieder geval gold dat voor de dames en hun kroost. De heren gingen niet zelden op de foto in militair kostuum.
Toch zijn er twee Zeeuwse fotografen, waarvoor enkele patiënten poseerden. Hun werk is ook in de collectie van Mezger te vinden. Het gaat om de van oorsprong Duitse fotograaf, Carl Wilhelm Bauer, en fotograaf Sytze Reinder Elzinga, van oorsprong Fries.

Beiden hadden gedurende de zomer een tijdelijke studio in Domburg. Hier konden badgasten zich in Zeeuws kostuum laten fotograferen. Een bekende foto is die van de prinsjes en prinsesjes Von Wied uit 1889. Siegfried Freudenberg uit Berlijn liet zich in 1894 uiterst modieus fotograferen op een fiets.
Domburgsch Badnieuws
Niet alle patiënten volgden Mezger naar de Zeeuwse kust. Maar degenen die dat deden, kunnen we terugvinden in een bijzondere bron: het Domburgsch Badnieuws. Voluit luidde de titel ‘het Domburgsch Badnieuws en Vreemdelingenlijst’. Het krantje verscheen wekelijks in het zomerseizoen – en dat liep toen van 1 juni tot 1 september.
Mezger was ongetwijfeld een voorstander van dit krantje dat nieuws en advertenties bevatte. De ‘vreemdelingenlijst’ was een belangrijk onderdeel. Het was een overzicht van de aankomst van badgasten. Behalve de naam, eventuele gezinsleden en huishoudelijk personeel, en plaats van herkomst, werd ook de locatie van hun verblijf vermeld. Bijvoorbeeld het Badhotel, of ‘in het dorp’ (bij particulieren).
Patiënten in Domburg
Het Zeeuws Archief heeft de namen van de badgasten nader toegankelijk gemaakt in de personenzoekmachine Zeeuwen Gezocht. Hierin zijn de namen van bijna 30.000 badgasten doorzoekbaar. Deze badgasten hebben allemaal één of meerdere keren, tussen 1883 en 1921, verbleven in Domburg.

Wanneer we de twee bronnen – de fotoverzameling van Mezger en het Domburgs Badnieuws – combineren, vinden we de portretten van leden van Europese adel en vorsten die Mezger in Domburg bezochten.
Overigens vinden we Mezger zelf ook in het krantje. (In 1885 bracht hij voor het eerst met zijn gezin tijd door in Domburg.) In 1886 verbleef hij in Domburg met zijn gezin en personeel, in totaal 9 personen, in het Badhotel.
Onder de patiënten die in Domburg verbleven, was bijvoorbeeld het hoog adellijke echtpaar Khevenhüller uit Oostenrijk. Het stel verbleef in 1894 in Hotel de l’Europe in Domburg.
Tot de trouwste volgers van Mezger behoorde de familie Zu Wied. Dit is een Duits vorstengeslacht dat nauw verwant was aan het Nederlandse koningshuis. Na de dood van de zoons van koning Willem III maakten leden van de familie Wied een kleine kans op de Nederlandse troon. Pas na de grondwetswijziging in 1922 vervloog deze kans.

De vorst Wilhelm Adolph Maximilian Carl zu Wied was gehuwd met Marie van Oranje-Nassau. Het echtpaar had vier kinderen, twee prinsjes en twee prinsesjes.
Wilhems zus trouwde met de vorst Carol I van Roemenië, eerder bekend als Karl von Hohenzollern Sigmaringen. Zij werd Elisabeth genoemd, maar heette voluit Pauline Elisabeth Luise Ottilie zu Wied.
Elisbeth zu Wied werd in 1866 eerst vorstin van Roemenië en in 1881 koningin. Als schrijfster is zij bekend onder de naam Carmen Sylva. Zij was bevriend met Sisi, keizerin van Oostenrijk, die zelf ook gedichten schreef, en ook patiënt van dokter Mezger was.
Een patiënt van Mezger die voor veel opschudding zorgde, was graaf Grégoire Stroganoff. Mezger behandelde hem in 1894. Graaf Stroganoff verbleef in Hôtel de l’Europe, voorheen Villa Marina in Domburg, maar veroorzaakte een rel in het Badhotel.

Toen het diner in het Badhotel tegenviel, ging hij met zijn wandelstok de kok te lijf. Deze sloeg op de vlucht, waarna de graaf achter hem aanrende en riep “die man kan niet koken, hij moet dood”. De directeur van het Badhotel, Hugo Johannes Vreeburg, bleef rustig en verzekerde de graaf dat hij er zelf voor zou zorgen.
Later op de avond was Stroganoff gekalmeerd en liet hij de kok honderd gulden brengen voor de stokslagen. Dit verhaal is dan weer afkomstig uit de ongepubliceerde mémoires van Mezger’s jongste dochter Vera.
Brieven van patiënten
Sommige patiënten onderhielden jarenlang een briefwisseling met hun dokter. Brieven van patiënten van dokter Mezger waren al in 2009 opgenomen in de verzameling Familie Mezger in het Zeeuws Archief. Daaraan kunnen we dit jaar nieuwe brieven toevoegen. Je leest er meer over in het nieuwsbericht Verwerving archief bij boek over Dr. Johan Mezger.
Borstbeeld

Gedurende zijn hele loopbaan ontving Mezger medailles en andere beloningen. Ook na zijn dood in 1909 hield de verering van de dokter niet op. Een comité werd in het leven geroepen om Domburg een blijvende herinnering te geven, – in de vorm van een borstbeeld. Het kreeg een plek op ‘het Groentje’.
Hoe een en ander in zijn werk ging, is na te gaan in het archief Stad en Gemeente Domburg. Daarin zijn ingekomen stukken te vinden over het plan voor de oprichting van een monument voor dokter Mezger. En ook is een lijst bewaard gebleven met intekenaren en de bedragen waarmee zij het borstbeeld mogelijk maakten. Overigens was mevrouw Mezger, Pieternella Borsius, geen voorstander van een monument.
Villa Irma
Het monument kwam er, maar veel inwoners van Domburg zullen Mezger associëren met een andere plek in een ander dorp; namelijk met Villa Irma in Oostkapelle.

Mezger bracht de zomer van 1886 in Domburg door in het Badhotel; – dat was meteen de laatste keer. Nog dezelfde zomer kocht hij een perceel ten oosten van het Badhotel aan, op het grondgebied van de toenmalige gemeente Oostkapelle. Daar liet hij zijn eigen zomerverblijf bouwen. En niet zo maar een villa. Villa Irma had een paleisachtige uitstraling en dito omvang.
Hulde

De villa was in zijn eigen tijd de plek, waar de inwoners van Domburg (en Oostkapelle) hem hulde kwamen brengen. Bijvoorbeeld voor zijn zeventigste verjaardag, die hij overigens vierde in het bijzijn van de groothertog van Mecklenburg-Schwerin en prins Hendrik van Oranje.
Een ander moment, waarbij een grote groep badgasten naar villa Irma trok, was zondag 14 augustus 1887. Eerder die maand was Mezger teruggekomen op een besluit dat in alle Nederlandse kranten nieuws was. Wat was er aan de hand? Mezger had een praktijk in het Amstelhotel in Amsterdam, maar was gevraagd om leiding te gaan geven aan een nieuw te bouwen sanatorium in Wiesbaden. Aanvankelijk had hij ingestemd, maar daar kwam hij nu op terug. Dat leidde tot gejuich. Niet alleen in Amsterdam, ook in Domburg!
Een menigte badgasten verzamelde zich die zondagavond 14 augustus 1887 bij het raadhuis in Domburg om daarna met brandende fakkels naar de villa te gaan. Jhr. Mr. J.J. Pompe van Meerdervoort, oud-lid der Tweede Kamer, sprak Mezger toe. Hij verkondigde dat het Nederlandse volk zich trots voelde dat zo’n beroemde man voor het land behouden bleef.
Daarna sprak de heer Nagtglas namens de badcommissie en namens de inwoners van Domburg. Hij wees erop dat in Domburg dokter Mezger wel wilde uitrusten van de hoge eisen die zijn functie aan hem stelde. Nagtglas wenste hem dat de lasten van het leven nog vele jaren door de lusten mochten worden overtroffen. Daarna riepen de badgasten luidkeels: ‘leve Mezger!’.

Fürstin Marie zu Wied, geb. prinses van Nassau-Weilburg (1825-1902), de moeder van Wilhelm zu Wied en schoonmoeder van Marie der Nederlanden en haar arts en vriend van de familie, Dr. J.G. Mezger, in Neuwied, 1887. Zeeuws Archief, Zeeuws Genootschap, Zelandia Illustrata, Aanwinsten, nr 352-199
Mezger bedankte voor de hulde en vertelde over het moeilijke besluit en de innerlijke, ‘zware strijd’ die hij daarvoor had gestreden. Zijn nationaliteitsgevoel en vaderlandsliefde hadden echter gezegevierd. Dat was gebeurd in Neuwied, in Duitsland. Hij was daar te gast geweest bij vorstin Marie zu Wied. (Zij werd geboren als prinses van Nassau-Weilburg en ze werd de moeder van Wilhelm zu Wied en schoonmoeder van Marie der Nederlanden.) Aan dat moment herinnert een archiefstuk; opnieuw een foto: Mezger schudt de hand van vorstin Marie zu Wied. In het opschrift verwijst hij naar de innerlijke ‘strijd’.
Uit Wiesbaden reisde prompt een commissie af naar Domburg, om nogmaals bij Mezger te pleiten voor het nieuw op te richten sanatorium. Met succes: een jaar later verhuisde Mezger alsnog naar Wiesbaden. Voor de Zeeuwse kust maakte dat niets uit. De Europese elite bleef komen.
Bevordering toerisme
En Mezger was een groot voorstander van de badcultuur in Domburg. Hij prees de badplaats en uitte tegelijkertijd kritiek als het ging om wat we nu toeristische accommodaties en horeca zouden noemen. Toch zette hij zich in om de komst van toeristen te bevorderen!
Dat deed hij bijvoorbeeld via de VVV Middelburg. Het archief ervan is bewaard gebleven. Deze Vereniging Voor Vreemdelingenverkeer werd in 1892 opgericht – het is één van de eersten in Nederland. Nog datzelfde jaar verscheen hun toeristische Gids door Walcheren. Natuurlijk ontbraken Oostkapelle en Domburg niet. Mezger zorgde ervoor dat de gids ook in het Frans verscheen; na Wiesbaden was hij namelijk met zijn gezin verhuisd naar Parijs. De toeristische gids verspreidde hij daar zelf!
Burgerlijke Stand
Maar in welke historische bronnen leer je nu iemand snel beter kennen? Daarvoor moet je gebruik maken van wat wij in het archief de akten van lief en leed noemen. De akten van de burgerlijke stand: akten van geboorte, huwelijk en overlijden, je vindt ze in Zeeuwen Gezocht. En aansluitend de memories van successie, waarin de bezittingen worden opgesomd en waarin wordt verwezen naar notariële akten.
Je leest daarin dat Mezger als vader van een jong dochtertje weduwnaar is geworden. Hij hertrouwt met een veel jongere vrouw uit Middelburg. Haar vader is jurist en zorgt ervoor dat de huwelijkse voorwaarden zijn dochter behoedt voor eventuele nieuwe schulden van zijn toekomstige schoonzoon. Mezger had ten tijde van het huwelijk een substantiële schuld van twaalfduizend gulden.
Memorie van successie
Maar de successen van Mezger zien we terug in zijn financiële positie ten tijde van zijn overlijden. Onder de bezittingen zijn Villa Irma en kostbare inboedel in Domburg. Maar ook de inboedels van de gehuurde huizen in Parijs; hij had zijn praktijk aan de Rue d’Antin nr 8, dichtbij de Opéra. Het gezin bewoonde Rue Berri nr 1, op de hoek met de Champs Elyssées, waar nu Louis Vuitton is gehuisvest.
Na aftrek van de erfbelasting kunnen zijn erfgenamen meer dan zes miljoen gulden verdelen. Die erfgenamen zijn: zijn vrouw, zijn dochter uit zijn eerste huwelijk, en zonen en dochters uit zijn tweede huwelijk.
Notariële akten
Wanneer we de testamenten van verschillende gezinsleden bekijken, valt de band met Zeeland op: met Domburg en Oostkapelle. Mevrouw Mezger, Pieternella Borsius, wenst in haar testament uitdrukkelijk dat na haar dood Villa Irma in het bezit van de familie en hun rechtstreekse nazaten moet blijven. De kinderen, Kuno en Vera, grotendeels opgevoed in Amsterdam, Wiesbaden en Parijs, legateren vorstelijke bedragen aan een Zeeuwse, dienstbode Aartje Malgo, wellicht ook hun kindermeisje.
Nieuwe aanwinsten?

Dankzij Mezger heeft Domburg als badplaats aan bekendheid gewonnen. Mezgers bemoeiingen werden zelfs in overzees Nederland opgemerkt. De krant in Batavia schreef: “Ja ’t schijnt dat men er [in Domburg][…] zoo stilletjes en zonder ophef de kunst geleerd heeft om de goudvinken te lokken”. Ook het Zeeuws Archief wil graag ‘goudvinken lokken’, maar dan in de vorm van papieren documenten.
Met dank aan Peter Jan Margry, auteur van het boek ‘Wrijving’, heeft het Zeeuws Archief van nazaten van dokter Mezger archiefstukken verworven. Het gaat om uiteenlopende documenten, waaronder een mooi correspondentie-album of brievenboek. Toch blijft er nog veel onderbelicht over de oorsprong van Zeelands toerisme, en over de familie Mezger.
Oproep
Hebt u documenten over het toerisme aan de kust, op Walcheren? De opkomst van het toerisme aan het einde van de negentiende eeuw kennen wij vooral in de vorm van ansichtkaarten. Maar hoe zit het met de eerste strand-ondernemers? De eerste strandtent? De verhuur van badkoetsen? Inwoners die zomers werkten als badmannen en badvrouwen? De eerste winkels met souvenirs (die vroeger overigens in de categorie ‘galanterieën’ vielen)?
En als we dichterbij met Mezger willen blijven; het Zeeuws Archief beheert zijn fotoverzameling met (deels) patiënten en ook zijn eigen portret ontbreekt niet. Maar wie was zijn vrouw? Van haar, de Middelburgse Pieternella Borsius, ontbreekt – behalve in akten van de burgerlijke stand en notariële akten – elk spoor. Hoe zag zij eruit? Wie was zij? Hoe was het leven voor haar, aan de zijde van een Europese beroemdheid? En hoe was het leven van de Zeeuwse dienstbode Aartje Malgo?
Stuur een beschrijving van uw potentiële aanwinst voor het Zeeuws Archief naar acquisitie@zeeuwsarchief.nl
Wrijving
Lees meer over de presentatie van het boek 'Wrijving' van Peter Jan Margry over Dr. J.G. Mezger, en de overdracht van archiefstukken van zijn nazaten.
/verwerving-archief-mezger/
Mezger kritisch over Domburg
Dr. J.G. Mezger hield van Domburg, maar schuwde kritiek niet...
/zeeuwse-verhalen/toerisme-op-walcheren/dr-mezger-held-van-de-elite-en-van-domburg/