Kwaadaardige geruchten rond de droogmaking

Kwaadaardige geruchten maakten zich medio 1945 meester van de publieke opinie op Walcheren. De onrust onder de bevolking neemt toe, noteerde een verontruste Commissaris der Koningin. Meer communicatie moest de gemoederen tot bedaren brengen. Daarbij hoort ook het werk van A. den Doolaard.

Verslaggever Den Doolaard zei in zijn radioverslag van 14 februari onder de indruk te zijn van de achtergebleven inwoners van Walcheren. “De geest der Walcherenaren is krachtig, berustend, vertrouwend, wilskrachtig. Het water, dat Walcheren doorspoelt en dat door aller krachtsinspanning weer verjaagd zal worden, wordt beschouwd als een noodzakelijk kwaad. De overstroming is erg, maar de Duitse bezetting was veel erger.” De Commissaris der Koningin in Zeeland was het medio 1945 niet met hem eens.

Onrust onder de bewoners van Walcheren

Onder de bevolking was onrust, die door een geruchtenstroom toenam. “De bezadigde en rustige elementen, waaraan het Zeeuwse volkleven zo rijk is, missen de mogelijkheid om op voldoende wijze hun invloed te goede doen werken”, schreef de CdK op 9 juli 1945 aan de dienst Droogmaking Walcheren. “Onder de bevolking viert de mededeling bij gerucht hoogtij; het gerucht verbreidt en vervormt zich op onnaspeurlijke wijze; de onrust onder de bevolking neemt daardoor toe.”

nieuwsbericht in Vrije stemmen uit de Ganzestad, 20 juni 1945

Wat de geruchten inhielden, hield de CdK voor zich. Wellicht vloeiden ze voort uit het langdurige wachten op het beschikbaar komen van materieel en materiaal voor dichten van de dijkgaten.
Ook dreigde er medio juni een staking van baggeraars op Walcheren en verder deed het gerucht de ronde dat de geallieerden bij het verlaten van Walcheren hun voor de bevolking onmisbare dukw’s mee zouden nemen.

Krantenbericht dat het gerucht weerspreekt dat de Geallieerden hun amfibievaartuigen (dukw’s) uit Walcheren zouden terugtrekken.

Bevolking informeren

De CdK wilde de bevolking vaker en regelmatig gaan inlichten over de droogmaking. Daartoe verzocht hij de Dienst Droogmaking Walcheren elke maand een kort rapport, waarin “kort, zakelijk en zoveel mogelijk voor leken begrijpelijk” de laatste stand van zaken werd medegedeeld. Deze rapporten zouden vervolgens aan de regionale media worden toegezonden, alsmede aan de gemeentebesturen, de landbouw-, middenstands-, werkgevers- en werknemersorganisaties en de Kamers van Koophandel.

Den Doolaard tegen 'de blatende bende der kankeraars’

Iemand die zich krachtig tegen de roddel verzette, was de medewerker van Radio Oranje, A. den Doolaard. Zijn werk moet een welkome steun in de rug van de regering zijn geweest. Den Doolaard hield gloedvolle betogen voor de radio, waarin de bewoners een hart onder de riem werd gestoken. Hij ergerde zich echter mateloos aan de kwaadsprekers die verantwoordelijk waren voor de stroom van kwaadaardige geruchten op het eiland. “De blatende bende der kankeraars”, noemde hij ze.

Roman over de droogmaking

Den Doolaard werd zelf zo gegrepen door de gebeurtenissen op Walcheren dat hij besloot zijn diensttijd uit te dienen op Walcheren. De naam A. den Doolaard was een pseudoniem voor Cornelis (Bob) Spoelstra. Bob werkte eerst voor een illegale verzetszender voordat hij vaste medewerker en verslaggever bij Radio Oranje werd.

De auteur had grootse plannen voor een roman over Walcheren – deze zou verschijnen onder de titel 'Het verjaagde water’. Een maand na de bevrijding van Nederland werd het boek alvast aangekondigd in een nieuwsbericht in de krant ‘De Waarheid’, van 26 juni 1945, en een paar dagen later ontving de hoofdingenieur van Rijkswaterstaat in Middelburg, P.Ph. Jansen, een brief van Den Doolaard. Hierin verzocht de schrijver om diens hulp bij het maken van het boek.

Den Doolaard en de DDW

Den Doolaard schreef dat hij het plan voor het boek al in de winter van 1945 bij zijn eerste bezoek kreeg. “De aanblik daarna, van Walcheren vanuit de lucht, heeft mij nog in dit voornemen versterkt. Ik heb er de radio voor vaarwel gezegd, en ook enige andere aanbiedingen op journalistiek gebied afgewezen.”

Hij liet weten dat hij over een dag of tien op Walcheren zou aankomen om er te worden gedetacheerd in dienst van het leger. “Ik blijf echter voorlopig in dienst van de regerings-voorlichtingsdienst, en zolang deze nog bestaan blijft, van de Sectie Voorlichting M.G.”

Hoofdingenieur Jansen antwoordde “vanzelfsprekend alle steun” te willen geven. “Het verheugt mij zeer dat Ge spoedig naar Walcheren komt om in een boek vast te leggen wat leeft in de harten van de Walcherse bevolking.”

Den Doolaard zou als verbindingsofficier van het Militair Gezag (Sectie XI; voorlichting) worden gedetacheerd bij de Dienst Droogmaking Walcheren (DDW). Hoofd van DDW was hoofdingenieur van Rijkswaterstaat, P.Ph. Jansen.

Het boekje 'Walcheren komt droog’ schreef Den Doolaard terwijl hij gedetacheerd was bij de Dienst Droogmaking Walcheren. In het nawoord, gedateerd 15 november 1945, schreef hij waarom het boekje verscheen: “In een tijd van weifelen en zoeken, een tijd, waarin de voorbije oorlog nog maar al te dikwijls veler gedachten te zeer beheerst, wil het de Nederlanders tonen, dat met wilskracht en doorzettingsvermogen ook de moeilijkste vraagstukken kunnen worden opgelost [...]”.

Voorlichtingsboekje voor de RVD

Den Doolaard had opdracht van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) een klein boekje samen te stellen in het Nederlands en het Engels om bekendheid te geven aan ‘het grote Waterstaatswerk, dat thans wordt uitgevoerd’.
“De copy voor dit boekje moet zo snel mogelijke gereed zijn. I.v.m de Engelse uitgave zal ik zeker een keer nog naar Londen moeten; vandaar, dat ik nog enige weken gemilitariseerd blijf.”
“Daarna echter begin ik met het verzamelen van alle stof voor de documentaire roman, waarvan ook de Engelse vertaling reeds gearrangeerd is. Ik hoop ten zeerste, dat ik in de gelegenheid zal zijn, alle aspecten van het werk te zien, terwijl ik ook, wat vanzelf spreekt, de handen uit de mouw wil steken om te ondervinden, wat dit werk betekent. Ik hoop een groot werk zo goed mogelijk weer te geven, om zoveel mogelijk mensen in binnen en ook buitenland ervan te overtuigen, dat er in Nederland ook wel eens iets groots geschiedt.”

Jansen zegde zijn steun toe en schreef 7 juli 1945 terug: “Het verheugt mij zeer dat ge spoedig naar Walcheren komt om in een boek vast te leggen wat leeft in de harten van de Walcherse bevolking.”

Bronnen
Zeeuws Archief, Archief Rijkswaterstaat, Dienst Droogmaking Walcheren, inv.nr 275

Den Doolaard, A., 'Walcheren komt boven water’ (Amsterdam 1946) – studiezaal Zeeuws Archief

Bookmark and Share

Uit het archief