A. den Doolaard: Geen reden tot klagen!

Schrijver A. den Doolaard in dienst van de droogmaking van Walcheren

Voor Radio Oranje deed verslaggever en schrijver A. den Doolaard Walcheren verslag van de droogmaking van Walcheren. In het archief van de Dienst Droogmaking Walcheren zijn radioverslagen voor Radio Oranje bewaard gebleven. Hieronder volgt het relaas van de radio-uitzending van 14 februari 1945 met de boodschap: We zijn vrij. Het water worden we de baas. Geen reden tot klagen!

Vanuit Middelburg reisde de verslaggever per auto naar het dorp Veere, waar hij in een amfibisch voertuig stapte, in een zogenaamde dukw of in de woorden van Den Doolaard “een kruising tussen een motorboot en een vrachtauto”.

Dijkgat tussen Veere en Vrouwenpolder

De dukw voer het Kanaal van Walcheren en het Veerse Gat uit. Een kwartier later bereikte de verslaggever het grote gat in de dijk, dat uit drie hoofdgeulen bestond. Per etmaal stroomde hier 8 à 10 kubiek meter water door.

“Twee eilandjes van afgescheurde stukken dijk steken uit de wateren omhoog. Een paar bomen staan er kaal en naargeestig bovenop. Maar op het gat toe vaart een sleepboot; en achter deze sleepboot de eerste zinkstukken, die denzelfden dag omlaag zullen dalen naar de bodem van het gat.”

Dijkdoorbraak 700 meter breed

“De hele 700 meter breuk zullen met zinkstukken worden geplaveid, om verdere uitschuring door vloed en eb te voorkomen. De Waterstaat is aan de slag gegaan met het weinige materiaal en de schaarse werkkrachten, die er waren. Zo zal Walcheren weer droog worden.”

Via Oranjezon naar Oostkapelle

Na opnieuw een halfuur varen, koerste de dukw op het strand aan. “En tussen de mijnenvelden door rijden we naar de binnenkant van de duinen. In Oranjezon, waar benzine uitgeladen wordt, krijg ik een jeep ter beschikking, een van die Amerikaanse autootjes met vierwielaandrijving, die overal doorheen komen.

Behalve als het water te diep is: want op weg naar Oostkapelle blijven we steken in een diepe plas. Na een eind waden bereik ik een stuk droge straatweg. De veerboot naar Oostkapelle is net op komst. Het is een doodgewone pieremachochel, die door twee bootslui wordt voortgeboomd.”

Rommelasperges

“Dwars door de ondergelopen weiden varen we op Oostkapelle toe, in de ruwe golfslag door laverend tussen dozijnen palen, die de Moffen hier geslagen hebben om landingen van zweefvliegtuigen tegen te werken. Op plekken waar het water niet te diep is, worden deze nutteloze Rommelasperges afgezaagd en verdwijnen in de kachel.”

Water tot aan de deur van de oven

Na twintig minuten bomen, schuurde de boot over het omhooglopende deel van de dorpsstraat van Oostkapelle. Den Doolaard bracht in het dorp, waar ongeveer 1.000 van de 4.000 inwoners waren geëvacueerd, een bezoek aan het huis van de commandant van de verzetsbeweging. Zijn echtgenote is aan de schoonmaak; enige dagen ervoor was bij springvloed het water tot aan de ovendeur gekomen.

Geen paradijs

Den Doolaard: “’t Is geen paradijs hier; ’s avonds zitten we zonder licht, want de kaarsen zijn op; we hebben een emmer water per dag per persoon; er zijn heel wat varkens verdronken en de meeste suikerbieten zijn verrot; toen de overstroming kwam, zijn de koeien in paniek naar de duinen gehold, en een heleboel zijn gecrepeerd van het zand, dat ze in hun maag gekregen hebben. Met de kleren is het maar dunnetjes gesteld; en de mensen d’r huid wordt uitgebeten door het zoute water.”

Geen reden tot klagen

Den Doolaard besloot zijn radioreportage van 14 februari 1945 met de vreugde over de bevrijding en met bemoedigende woorden over de droogmaking. “Maar we zijn vrij. Sinds de Engelsman hier is, hebben we geen gebrek aan boter gehad. Bij oostenwind vallen de dorsvloeren droog; en dan dorsen we met de hand het koren, dat, op de onderste laag na, behouden gebleven is. Nee hoor het water is een minder gevaar dan de Moffen. En dat water worden we de baas; daar kunnen we tenminste eerlijk tegen vechten. En als we denken aan de toestand van de mensen boven de rivieren, dan hebben we heus geen reden tot klagen!”

Bookmark and Share

A. den Doolaard op Walcheren

beschrijving

A. den Doolaard is het pseudoniem van Cornelis Johannes George (Bob) Spoelstra jr. (1901-1994).
Hij zegde zijn baan van boekhouder op om te gaan zwerven door de Balkan en Frankrijk. Zijn ervaringen verwerkte hij in romans en krantenartikelen.

Al vroeg waarschuwde Den Doolaard tegen het opkomende fascisme. In mei 1940 vluchtte hij met zijn vrouw per fiets naar het zuiden. Uiteindelijk slaagden ze er in om Engeland te bereiken. In Londen werkte Den Doolaard als verslaggever bij de radiozenders De Brandaris en Radio Oranje. Na de Tweede Wereldoorlog deed Den Doolaard verslag van de droogmaking van Walcheren, waarna hij er een roman over schreef: Het verjaagde water.

Radio Oranje

Radio Oranje – 'De stem van strijdend Nederland’ – was een radioprogramma van de Nederlandse regering, die zich tijdens de Tweede Wereldoorlog in ballingschap in Londen bevond. Het programma werd aanvankelijk uitgezonden door de BBC. De uitzendingen bevatten beschouwingen op het nieuws, maar ook gecodeerde boodschappen voor het verzet in Nederland. Daarnaast wilde Radio Oranje de Nederlanders in bezet (en bevrijd) gebied een hart onder de riem steken. Zo ook reporter Den Doolaard.

Foto: “A. den Doolaard“ door Polygoon Hollands Nieuws – Cut from File:WEEKNUMMER461-HRE00013A19.ogv / Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid / NOS Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid / NOS. Licentie CC BY-SA 3.0 via Wikimedia Commons.

Uit het archief