Teksten tentoonstelling WO II

De verwoeste stad, de tijdelijke stad en de nieuwe stad. In deze drie gedaanten is Middelburg het onderwerp van de expositie over de Tweede Wereldoorlog in het Zeeuws Archief. De expositie is te zien van 17 mei 2010 t/m 7 januari 2011 en maakt deel uit van het herdenkingsprogramma Het Vergeten Bombardement van Middelburg.

1. DE VERWOESTE STAD

Het bombardement op Middelburg 17 mei 1940

Brand
Op 10 mei 1940 vallen Duitse legers Nederland binnen. Burgemeester mr. J. van Walré de Bordes van Middelburg adviseert een groot deel van de Middelburgse bevolking de stad te verlaten en elders onderdak te zoeken. Velen geven gehoor aan die oproep. Op 14 mei wordt Rotterdam gebombardeerd. Nederland capituleert, maar Zeeland vecht door omdat Franse troepen te hulp zijn gekomen. De strijd verplaatst zich naar Zeeland. Op vrijdag 17 mei vinden hevige beschietingen plaats vanaf de Sloedam. Rondvliegende granaatscherven en enkele bommen veroorzaken op diverse plaatsen in de stad branden. De harde wind wakkert het vuur aan waardoor het zich snel verspreidt. De brandweer en veel vrijwilligers doen hun uiterste best de branden te blussen, maar kunnen helaas niet voorkomen dat een groot gedeelte van de Middelburgse binnenstad afbrandt.

Verbijstering
Gemeentesecretaris mr. M.W.G. Van der Veur is in de stad tijdens het bombardement. De gemeenteraad vergadert nog als de stad al in brandt staat. Snel moeten de raadsleden een ander heenkomen zoeken. De gemeentesecretaris loopt de volgende dag door zijn geliefde Middelburg. Later schrijft hij in zijn dagboek: “De ramp overtreft onze meest sinistere verwachtingen. Het centrum van de stad is één puinhoop. Ons eigen huis met den geheelen inhoud, waaraan wij vele jaren onze beste liefde hebben gegeven, is mede in het verslindende vuur verdwenen. Mijn vrouw en ik zijn armer dan bij onze geboorte. Doch alle andere verwoestingen roepen ons weer tot de werkelijkheid terug. Wij hebben nog elkander en het leven gered. Wij gaan verder. De Lange Delft is onherkenbaar verminkt. Stadhuis en Abdij-complex zijn tot rookende ruïnes vergaan.”

Gevaarlijk
Het is gevaarlijk in de stad. Onder de puinhopen blijft het vuur smeulen en tot in de tweede helft van juni laaien af en toe vuurhaarden op, in het Entrepôt (Oostindisch Huis) aan de Rotterdamsekaai en het lompenpakhuis aan de Loskade zelfs nog tot eind september 1940. Vooral daar waar graan (OostIndisch Huis) en papier (stadhuis en de drukkerij in de Sint Pieterstraat) ligt, moet de brandweer regelmatig oplaaiend vuur blussen.

Puinruimen

Ontreddering
De eerste dagen na de verwoesting van een groot deel van de binnenstad van Middelburg lopen de inwoners verdwaasd en gedesoriënteerd rond. “De vernieling is zo geweldig, zo grondig, dat je geen woord kunt uitbrengen en de tranen in je ogen springen. Onherkenbaar verwoest is alles wat je ziet. Puinhopen en nog eens puinhopen rondom. Je moet zoeken naar de ingang van de verschillende straten die op de markt uitkomen, je vindt ze niet, je kunt je ternauwernood oriënteren. Bergen stenen, zwartgeblakerde muren, rokende verkoolde balken, kromgetrokken verwrongen stangen, buizen en ijzeren balken, ’t is vreselijk! Alleen de voorgevel met een paar stukken van de zijgevels en de romp van de toren staan van het stadhuis nog zwaar beschadigd overeind”, schrijft een inwoner van Middelburg twee dagen na het bombardement.

Verwoesting
Tijdens de branden op 17 mei 1940 en de dagen erna zijn in Middelburg 20 openbare en semi-openbare gebouwen (zoals overheidsgebouwen en –bedrijven, kerken en scholen) en 575 andere panden geheel verwoest of onbruikbaar geworden. Daaronder zijn ook veel woonhuizen en winkels. Voor 500 gezinnen moet onderdak worden gezocht. Tevens zijn veel andere gebouwen en percelen licht of zwaar beschadigd. De totale schade wordt geschat op 10 à 20 miljoen gulden.

Werklozen helpen bij puinruimen
Direct na de ramp wordt alles in het werk gesteld om de gas-, water- en elektriciteitsvoorzieningen te herstellen. Het college van Burgemeester en Wethouders van Middelburg besluit zo snel mogelijk de verwoeste panden en het puin te onteigenen en te laten ruimen. Vanwege de toenemende werkloosheid worden bij het sorteren en schoonmaken van puin werklozen ingezet. In juni zijn praktisch alle werklozen in de gemeente Middelburg aan de slag. Daarvan werken er zo’n 300 aan het puinruimen en sorteren. Allereerst worden de straten puinvrij gemaakt. Gevels van panden die nog overeind staan en waard om te behouden, zoals de gevels van het stadhuis aan de Markt en de Provinciale Bibliotheek in de Lange Delft, worden gestut. In totaal wordt 85.000 m3 puin geruimd en Middelburg moet daarvoor 350.000 gulden zelf betalen.

Slachtoffers

Aantal overledenen
Eind mei geeft de Middelburgse burgemeester Van Walré de Bordes informatie over de getroffenen van het bombardement op 17 mei 1940. Er zijn 19 dodelijke slachtoffers te betreuren van wie 8 tijdens het bombardement zijn omgekomen, meldt hij. Het aantal gewonden bedraagt 30. Vanaf 1945 figureert een vast aantal slachtoffers van 17 mei: 22 doden en een onbekend aantal gewonden. De vraag is nu: op welke documenten zijn deze verschillende aantallen gebaseerd?
Het Zeeuws Archief maakte op basis van beschikbare archiefstukken een reconstructie. Hieronder staat een overzicht van dodelijke slachtoffers die op enigerlei wijze in de overlijdensregisters van de Burgerlijke Stand of op lijsten van slachtoffers voorkomen.

Middelburgers overleden (aangetroffen) in of buiten Middelburg op 17 en 18 mei 1940:
Adriaan Melse – Middelburg
Lodewijk Polvliet – Middelburg
Cornelia Frederica Wiessner-van der Bliek – Middelburg
Tannetje Janse – Middelburg
Johanna Frijke Ludikhuize – Middelburg
Johanna Catharina Harthoorn – Middelburg
Leintje de Graaf-Davidse – Serooskerke (W)
Jan Pieter Hendrik de Graaf – Serooskerke (W)
Johannes Schot – Domburg
Antonie Petrus Woerkens – Oostkapelle

Niet Middelburgers overleden (aangetroffen) op het grondgebied van Middelburg op 17 en 18 mei 1940 (inclusief militairen):
Catharina Provoost – Domburg
Franciscus Karel Heijnen – Eindhoven
Johannis Frenks – Vlissingen
Wilhelmina Catharina Jonckman – Vlissingen
Willem Zonneveld, matroos/marineschrijver – Schiedam
C.D.T. Toublanc, Franse soldaat – Frankrijk
Vier niet te identificeren Franse soldaten – Frankrijk

NB. Na 18 mei overleden ook nog mensen aan hun verwondingen, waaronder J. Missaar, opperkonstabel bij de marine.

Zorg voor gewonden

Gasthuis en Rode Kruis
Het Middelburgse Gasthuis aan het Noordpoortplein is de eerste meidagen van de oorlog volop in bedrijf. Daar worden de zwaargewonden verpleegd; de lichtgewonden gaan naar het hulpziekenhuis aan de Herengracht. Janke Terwal, directrice in het Middelburgse Gasthuis, schrijft in haar dagboek dat op zondag 12 mei de eerste gewonden worden binnengebracht. Op Westhove te Oostkapelle en Zonneveld te Domburg zijn militaire noodhospitalen ingericht. Het Rode Kruis heeft drie hulpposten in Middelburg: aan de Nieuwe Haven, aan de Herengracht en in de Griffioen. Op 11 mei arriveren de eerste gewonde militairen in de hulpposten van het Rode Kruis en in de dagen erna volgen meer patiënten.

Bombardement 15 mei 1940
Op 15 mei vindt een bombardement plaats in de omgeving van het station. Met name de Eigenhaardstraat wordt zwaar getroffen. Gasthuisdirectrice Janke Terwal noteert op 15 mei in haar dagboek: “Om 8 uur ’s ochtends luchtalarm, wij hooren, niet heel ver weg, bommen vallen, groepen weer bijeen bij de patiënten in de schuilgangen. […] Het station is gebombardeerd, tegelijkertijd zijn vele huizen in die omgeving getroffen waarbij burgers gewond zijn, een paar zeer ernstig, o.a. een spoorlijnwerker.” Matroos C.L. La Lau schrijft: “Op 15 mei een luchtaanval op Middelburg. Er vallen bommen bij het station. Men zegt, dat er 7 doden zijn.” Zeven inwoners van Middelburg en tenminste drie niet-Middelburgers komen bij het bombardement om het leven.

Bombardement 17 mei 1940
Op 15 mei evacueert een groot deel van het gasthuispersoneel naar Oostburg. Een paar zieken blijven in het gasthuis onder de zorg van twee artsen. Ook het militaire Rode Kruis vertrekt uit Middelburg naar Oostburg en naar Domburg. Het burgerlijke Rode Kruis is dag en nacht bezig met het verzorgen en transporteren van gewonden. Op 17 mei worden, voor zover mogelijk, gewonden naar de hulpposten gebracht. Er is één Rode Kruisauto aanwezig; de meeste vervoermiddelen staan in Domburg. Gelukkig zijn een vrachtwagen en enkele bussen en personenauto’s beschikbaar. In de avond van 17 mei kunnen Rode Kruisauto’s worden ingezet voor het vervoer van zieke en gewonde burgers en militairen vanuit de Middelburgse Rode Kruishulpposten naar Domburg en Oostkapelle.

2. DE TIJDELIJKE STAD

Noodvoorzieningen

Distributie
Voor de oorlog is de schaarste van levensmiddelen en andere dagelijkse levensbehoeften al dusdanig groot dat per 1 juli de Distributiewet 1939 in werking wordt gesteld. Om de distributie in Middelburg te regelen wordt dat jaar het Distributiebedrijf Middelburg of Distributiedienst Middelburg ingesteld. Afhankelijk van de grootte van het gezin krijgt iedereen op vertoon van een distributiestamkaart bij het distributiekantoor een aantal bonnen toegewezen. De bonnen kunnen in winkels worden ingewisseld tegen producten, die overigens wel betaald moeten worden. Tijdens de oorlogsjaren komen steeds meer producten op de bon en soms zijn goederen helemaal niet meer verkrijgbaar. Het is ook mogelijk om producten op de zwarte markt te kopen zonder bon. Dat is niet ongevaarlijk. Op zwarthandel staan zware straffen.

Goederenhulp
Voor de eerste benodigdheden aan huisraad, kleding en linnengoed wordt op 21 mei 1940 het Middelburgsch Hulpcomité ingesteld. Eerst vanuit Dam 6 en later vanuit de Concert- en Gehoorzaal in de Singelstraat delen vrijwilligers goederen en kleding uit aan mensen die door het bombardement dakloos zijn geworden. Hoezeer men ook zijn best doet, de behoefte aan hulp is groter dan de voorraad. Dat levert naast vele dankbare getroffenen ook heel wat klachten op, vooral van getroffenen met grote gezinnen. In januari 1941 worden de werkzaamheden van het Middelburgsch Hulpcomité beëindigd.

Noodkeukens
In het begin van de oorlog zijn er twee noodkeukens: de keuken van de Commissie tot Spijsuitdeling aan de Simpelhuisstraat en de keuken van de Vereniging Kindervoeding. Aan het Molenwater wordt een centrale noodkeuken gebouwd, die op 5 juni 1941 open gaat. Burgers kunnen warme maaltijden afnemen tegen inlevering van distributiebonnen, want ook het eten uit de noodkeukens is, evenals levensmiddelen en andere dagelijkse levensbehoeften, ‘op de bon’. Over het algemeen verzorgt de Centrale Keuken voornamelijk maaltijden voor het gemeentepersoneel en het personeel van fabrieken in Middelburg.

Noodwoningen en noodwinkels

Noodwoningen
Voor 500 dakloze gezinnen is een tijdelijk onderkomen geregeld. Om de directe woningnood van enkele door het Leger des Heils ondersteunde gezinnen te lenigen plaatst de Dienst Gemeentewerken begin juni vijf militaire barakken aan de Dampoortsingel. Vanwege de slechte houtpositie van Nederland worden geen tijdelijke houten woningen gebouwd maar definitieve huizen. Er verrijzen 33 woningen in de Karelsgang en omgeving, waarvan 8 voor grote gezinnen, en 25 middenstandswoningen aan de Veersesingel, die in 1941 in gebruik worden genomen. De bouw van de meeste nieuwe huizen (700) vindt plaats buiten de veste, op voormalig grondgebied van de gemeente Koudekerke dat door de grenswijziging op 1 november 1941 aan Middelburg is overgedragen: ’t Zand. Architect Paul Briët neemt de architectuur van de oude stad als uitgangspunt voor de nieuwe woonwijk. Voor drie inkomensgroepen ontwerpt hij stedelijke woningen met een ‘Zeeuws’ karakter. Briët: “Getracht is het voor Walcheren zo typische topgeveltje met hoge slanke schoorsteen te handhaven.” Nagenoeg alle nieuwe woningen buiten de vesten komen tijdens de inundatie in oktober 1944 in het water te staan.

Noodwinkels
Doordat er veel winkels in de verwoeste binnenstad waren, zijn veel middenstanders alles kwijtgeraakt. Niet alleen hun huis, dat vaak bij de winkel hoorde, maar tevens hun bron van inkomsten. De Boterbeurs op de hoek van de Bogardstraat is volledig verwoest. De botermarkt wordt verplaatst naar de Graanbeurs, waar al snel weer boerinnen hun zuivelproducten en eieren te koop aanbieden. De donderdagse weekmarkt, die normaliter altijd op de Markt werd gehouden, wordt verplaatst naar de Dam, bij het monument voor Koningin Emma. Aangezien de ruim 200 getroffen middenstanders snel weer aan de slag moeten om in de behoefte aan levensmiddelen en andere goederen te kunnen voorzien, besluit de gemeente zo spoedig mogelijk noodwinkels te plaatsen. Langs de Dam en de kaaien worden houten noodwinkels gebouwd. Op 22 augustus 1940 vindt de officiële opening van alle noodwinkels plaats: 52 gemeentelijke winkels en 12 die voor particuliere rekening zijn gebouwd, waarvan één in steen. Later dat jaar worden nog meer noodwinkels gebouwd. De noodwinkels zijn in de jaren vijftig afgebroken.

Schuilen en evacueren

Schuilen
In de jaren voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog had de gemeente Middelburg schuilruimtes laten maken en de Luchtbeschermingsdienst ondergebracht in een kelder onder het politiebureau in de Lange Giststraat 38. In 1939 zijn er schuilplaatsen (vanwege hun vorm ‘molshopen’ genoemd) aan het Noordpoortplein en het Seisplein, op de Dam tegenover de Molstraat, op de Dwarskaai bij de Prinses Beatrixbrug, aan de Loskade bij de Kanaalbrug, op de Vlissingsesingel, in de Lange Delft naast hotel Verseput, op de Houtkaai tegenover de Segeerstraat, op de Bierkaai bij de Bellinkbrug, op de Vismarkt, op de Haringplaats, op het Molenwater bij de Koepoort en de Verwerijstraat, in de Molenstraat bij de Dampoort, op de Groenmarkt, bij de Langevielebinnenbrug voor het Militair Hospitaal (Kloveniersdoelen), in de tuin achter de Arbeidsbeurs en op de Balans in het gazon. In 1940 worden nog twee openbare schuilplaatsen op de Markt gebouwd.

Evacueren
Tijdens de oorlog hangt een constante evacuatiedreiging boven het hoofd van de Middelburgers. In september 1939 is voor elke provincie een Commissaris Afvoer Burgerbevolking benoemd. Deze is bij de voorbereidingen van evacuaties betrokken en verzoeken tot repatriëring lopen via zijn Bureau Afvoer Burgerbevolking. In maart 1942 moeten 43 Joodse gezinnen op last van de bezetter naar het getto in Amsterdam vertrekken. Slechts weinigen van hen keren na de bevrijding terug. Vijf maanden later verordonneert de bezetter de evacuatie van 15.000 bewoners van Walcheren vanwege de te verwachten zware strijd. Rond de 4.000 Middelburgers evacueren naar Noord-Brabant. Gemeentesecretaris Van der Veur vraagt zich in zijn dagboek bezorgd af of dat wel goed zal gaan: “… bijna alle Protestanten naar een overwegend Katholieke omgeving!” Velen zien kans om in de loop van de oorlogsjaren naar huis terug te keren. In 1944 worden Middelburgers regelmatig opgeroepen om te evacueren vanwege verschillende redenen. In oktober 1944 zetten de geallieerden Walcheren onder water. De stad stroomt vol met evacués uit de Walcherse dorpen. In allerijl worden noodvoorzieningen voor mensen en dieren getroffen. Na de bevrijding komen geëvacueerde Middelburgers weer terug naar hun stad en na de droogmaking van Walcheren in 1946 repatriëren de meeste plattelandsbewoners naar hun woonplaatsen.

3. DE NIEUWE STAD

Wederopbouw

Het nieuwe Middelburg
Middelburg staat in 1940 voor de volstrekt nieuwe opgave om een groot deel van de historische stadskern die door bombardementen, beschietingen en verzengende branden in de as is gelegd te herbouwen. Onder leiding van architect Pieter Verhagen wordt de plattegrond van de binnenstad ingrijpend gewijzigd voor een betere doorstroming van het verkeer en verfraaiing van het stadsbeeld. Tegelijkertijd maakt men een sterkere scheiding tussen wonen, werken, ondernemen en vermaak, en verhuist het merendeel van de niet-ondernemende bevolking uit de binnenstad. Bij de wederopbouw van de stad staat het concept van de ‘Middelburgse sfeer’ centraal. De nieuwe binnenstad van Middelburg is geen kopie van het vroegere Middelburg, maar het streven naar een atmosfeer met eigentijdse architectonische middelen. De wederopbouwstijl is niet, zoals nog steeds velen denken, te karakteriseren als ‘Delftse School’ of kopieën van het vooroorlogse Middelburg, maar als een eigentijdse regionalistische architectuur.

Herbouw, restauratie en nieuwbouw
Direct na het bombardement begint men met de wederopbouw. In de binnenstad verrijzen al snel de eerste woonwinkelpanden. Het eerste herbouwde pand is Sint Janstraat 9. De gevels van veel wederopbouwpanden in de binnenstad bevatten een gedenksteen met de beeltenis van de adelaar uit het Middelburgse stadswapen. Onder zijn poten brandt vuur: Middelburg als een feniks uit zijn as herrezen. Tijdens een algehele bouwstop in de zomer van 1942 mogen alleen de gebouwen waaraan voor die tijd is begonnen worden afgemaakt. De panden aan de Markt en de Nieuwe Burg worden tijdens de oorlogsjaren voltooid, evenals veel panden aan het nieuwe Plein 1940. Belangrijke monumentale panden, zoals het stadhuis en de abdij, worden gerestaureerd en uitgebreid. Sommige panden verdwijnen voorgoed uit het stadsbeeld. Ook de schuttersdoelen Sint Joris aan de Balans wordt afgebroken. Daarvoor in de plaats verrijst eind jaren zestig een getrouwe reconstructie. Op de voormalige Wal verrijst het bejaardenhofje Onder den Toren en aan de Groenmarkt een nieuw Polderhuis. De verwoeste Rooms-katholieke kerk en de Waalse kerk worden niet herbouwd. Op de hoek van de Lombardstraat en de nieuwe straat Bachtensteene komt een nieuwe katholieke kerk en in de Lange Noordstraat een katholiek bejaardentehuis. Op de plaats van het Oostindisch Huis aan de Rotterdamsekaai en aan de Rouaanse- en Dwarskaai worden eigentijdse woonhuizen gebouwd.

Nieuwbouw

Noodwoningen
In 1945 wordt het Noodvolkshuisvestingsbesluit van kracht. Gezien de vele verwoestingen en de ‘overbewoning’ van gespaard gebleven woonruimte is ook voor Middelburg noodwoningbouw noodzakelijk. Tussen 1946 en 1950 worden er ongeveer 175 geplaatst. Bij gebrek aan bouwmaterialen besluit men deze noodwoningen te importeren. Zo bestelt de gemeente Middelburg in juni 1945 90 noodwoningen bij de firma’s Bruynzeel en Panagro. In 1946 wordt een flink aantal nieuwe noodwoningen binnen de vesten in gebruik genomen: 30 houten Finse woningen aan de Achtersingel, Klein Vlaanderen en in de Sint Jorisstraat, 40 stenen noodwoningen aan het Molenwater en de Zuidsingel en 20 stenen noodwoningen aan de Achtersingel, op het Noordbolwerk, aan de Zuidsingel en in de Sint Jorisstraat. Later worden nog vier noodwoningen geplaatst aan Bachtensteene, een in de Zusterstraat en twee aan de Kleverskerkseweg. Alle noodwoningen in de binnenstad zijn in de loop der tijd weer afgebroken. Buiten de vesten verrijzen 14 Oostenrijkse woningen en vier houten geprefabriceerde Bruynzeel woningen. Aan de Breeweg komt een apart noodwoningenwijkje van 70 Engelse Maycretewoningen, Zanddorp. De Maycrete- en Bruynzeelnoodwoningen worden in de jaren zestig en zeventig gesloopt.

Nieuwe wijken
De bouw van nieuwe woningen begint een jaar na het droogvallen van Walcheren. In 1946 komen met uiterste krachtsinspanning 100 woningen tot stand. Een deel daarvan is een gestandaardiseerde streekeigen woning naar ontwerp van architectenbureau Rothuizen en ’t Hooft. Middelburg krijgt in 1947 220 woningen toegewezen. Bouwplan ’t Zand II (1946-1948; architect Briët) is een voortzetting van het streekeigen streven. Hetzelfde geldt voor de eerste plannen van architecten Rothuizen en ‘t Hooft voor de wijk De Griffioen. Maar hun herziene plan telt 112 woningen met lessenaardaken, geordend in noordwest-zuidoost georiënteerde stroken. De gerationaliseerde woning krijgt daarmee een eigen gezicht. De middenstandswoningen in dit nieuwe bouwplan zijn in eerste instantie bedoeld voor gedupeerden van de geïnundeerde en onherstelbaar beschadigde lintbebouwing langs de Vlissingseweg. De nieuwe wijk Griffioen I wordt ook wel de ‘margarinebuurt’ genoemd omdat de bewoners, voor het merendeel afkomstig uit de sociale middenklasse, ‘toch ook maar gewoon margarine op hun brood smeren’.

Bookmark and Share