Activiteiten ® Exposities ® Expositiearchief ® Typisch Zeeuws???

Typisch Zeeuws??? Zeeland Migratieland
Catalogus

[Aankondiging]   [Toelichting]   [Catalogus]

Expositie Zeeuws Archief, 31 juli 2003 tot en met 10 januari 2004, maandag tot en met zaterdag 9.00-17.00 uur (in augustus op zaterdag gesloten), toegang gratis

Typisch Zeeuws??? Zeeland MigratielandVITRINE 1

Emigreren en immigreren

Tegenwoordig gaat emigreren niet zomaar. Als emigrant moet je aan een hoop voorwaarden voldoen. Dat was vroeger ook zo. In de tweede helft van de negentiende eeuw werd de stroom emigranten naar Amerika zo groot dat het land strengere eisen aan immigranten ging stellen. Landverhuizers die naar Amerika vertrokken, werden vanaf 1892 op Ellis Island ontscheept. Ze werden onderworpen aan een medische keuring. Degenen die de keuring niet doorkwamen werden teruggestuurd. Gezonde immigranten kregen een stempel op hun medische inspectiekaart en mochten Amerika in. Meer dan 12 miljoen immigranten werden op Ellis Island gekeurd. In 1954 werd het eiland gesloten.

In de twintigste eeuw nam de bureaucratie rondom emigratie sterk toe. Iedereen die wilde emigreren moest van onbesproken gedrag zijn en mocht geen strafblad hebben. In de archieven van de gemeentelijke politiekorpsen zijn de antecedentenformulieren nog te vinden.

1. Vier foto’s van immigranten op Ellis Island in de Verenigde Staten van Amerika, eerste helft 20ste eeuw.
Bruikleen: Roosevelt Study Center Middelburg.

2. Drie documenten betreffende verzoeken om inlichtingen over personen die willen emigreren, 1950-1951.
Zeeuws Archief, archief Gemeentepolitie Middelburg, inv.nr 10.11.

VITRINE 2

Holland Amerika Lijn

Schoorsteenkleuren van de Holland Amerika Lijn tussen 1898 en1971.De Holland Amerika Lijn bestaat dit jaar 130 jaar. In 1873 werd de N.V. Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij ‘Holland Amerika Lijn’ opgericht, die in 1896 werd voortgezet als de Holland Amerika Lijn (HAL). Aanvankelijk was het kantoor van de HAL gevestigd aan de Prins Hendrikkade in Rotterdam. In 1891 verhuisde de HAL naar de Wilhelminakade. Om een eind te maken aan de hoge pensionprijzen, de slechte sanitaire omstandigheden in de logementen elders in de stad, bouwde de HAL daar een eigen landverhuizershotel. Het was immers ook in het belang van de HAL dat de emigranten gezond op Ellis Island bij New York zouden aankomen, want zieke mensen werden op kosten van de maatschappij teruggestuurd. In 1901 betrok de HAL een nieuw hoofdkantoor aan de Wilhelminakade: het huidige Hotel New York.
De meeste Zeeuwse emigranten reisden met een schip van de HAL naar Amerika. Zeeuws-Vlamingen vertrokken vaker uit Antwerpen, vooral met de Red Star Line die tussen 1872 en 1934 een dienst op New York onderhield. De Red Star Line werd in 1935 voortgezet door een Duitse maatschappij. In 1939 werden de laatste twee schepen en de naam ‘Red Star Line’ overgenomen door de HAL, die de dienst tot aan de Duitse inval in mei 1940 onder Nederlandse vlag voortzette.
De passagiersschepen van de HAL waren drijvende kastelen, voorzien van de modernste snufjes. Daarnaast had de HAL een groot aantal vrachtschepen, die heel wat emigranten naar de nieuwe wereld hebben vervoerd. Door concurrentie van de luchtvaart moest de HAL in 1967 stoppen met de geregelde passagiersdienst. In 1973 werd de vrachtvloot verkocht en vijf jaar later vertrok de HAL uit Rotterdam.

1. Passagebiljet Holland Amerika Lijn, dertiger jaren 20ste eeuw.
Eigendom: HAL Investments BV Rotterdam; bruikleen: Gemeentearchief Rotterdam, archief Holland Amerika Lijn, inv.nr Pass A 762 nr. 5.

2. Ansichtkaarten van de Holland Amerika Lijn.
Schenking Gemeentearchief Rotterdam.
Van boven naar beneden:
- De Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaartmaatschapij (NASM) ‘Holland-Amerika Lijn’ aan de Wilhelminakade, 1891.
- De Holland Amerika Lijn (HAL) aan de Wilhelminakade waar de schepen Volendam, Statendam en Nieuw Amsterdam liggen afgemeerd, 1938.
- Het vracht-passagiersschip Diemerdijk (1950-1968) van de HAL. Links het hoofdkantoor van de HAL, nu Hotel New York, midden jaren zestig van de 20ste eeuw.
- Het passagiersschip Statendam (IV, 1957-1983) in zijn latere gedaante van cruiseschip, met op de achtergrond het HAL-hoofdkantoor, nu Hotel New York, 1973.
- Het passagiersschip Rotterdam (V, 1959-1997) met rechts het kantoorgebouw van de HAL, nu Hotel New York, ca. 1965.

3. Menukaart die gebruikt is aan boord van een van de schepen van de HAL, midden 20ste eeuw.
Eigendom: HAL Investments BV Rotterdam; bruikleen: Gemeentearchief Rotterdam, archief Holland Amerika Lijn, inv.nr 62.

schoorsteen-rsl.jpg (1257 bytes)4. Vier foto’s van de inscheping op een van de schepen van de Red Star Line, die vanuit Antwerpen via Southampton naar New York vertrokken.
Eigendom: HAL Investments BV Rotterdam; bruikleen: Gemeentearchief Rotterdam, archief Holland Amerika Lijn, inv.nr 31/130.

Van boven naar beneden:
- Het passagiersschip Westernland (1929-1940) van de Red Star Line in de haven van New York. Op de achtergrond links de aanlegplaats voor de schepen van de Cunard White Star Line, die vanuit Southampton op New York voer, jaren dertig 20ste eeuw.
- Paspoortcontrole voor de inscheping aan boord van de Red Star Line in Antwerpen, 1937.
- Inscheping aan boord van een van de schepen van de Red Star Line in Antwerpen, 1938.
- Een schip van de Red Star Line vertrekt met emigranten naar de Nieuwe Wereld, jaren dertig 20ste eeuw.

5. Ansichtkaarten van posters van de HAL.
Schenking Gemeentearchief Rotterdam.

6. Twee menukaarten van de Willem Ruys, 1959.
Bruikleen: Zeeuws Maritiem MuZEEum te Vlissingen.

GELUID

Zeeuws in Amerika

Mevrouw Lena Boer-Bardolf vertelt dat zij eerst tien jaar met haar ouders en daarna vijf jaar met haar man in Chicago woonde, waar veel Nederlanders woonden en waar tot 1919 kerkdiensten in het Nederlands werden gehouden. Mevrouw Boer-Bardolf’s moeder kende helemaal geen Engels, haar vader leerde een beetje Engels in de fabriek. De man van mevrouw Boer-Bardolf sprak ook geen Engels. Hun kinderen leerden het thuis dus ook niet. Het eerste kind ging in 1925 naar school en bleef zitten, omdat het de lessen, die in het Engels werden gegeven, niet kon volgen. Zelf is mevrouw Boer-Bardolf in 1930 begonnen de Engelse bijbel te lezen, maar haar man hield zich aan de Nederlandse bijbel: ze lazen beurtelings uit de ene en de andere bijbel. Toen haar man in 1949 overleed, vertrok mevrouw Boer-Bardolf naar Holland Michigan en kreeg ze haar moeder in huis. De moeder overleed in 1955. Mevrouw Boer-Bardolf sprak in 1966 nog uitstekend Zeeuws.

Anders was dat met mevrouw Van Koevering. Zij behoort tot de vierde generatie emigranten. Mevrouw Van Koevering vertelt dat haar overgrootouders in 1847 met de Borsselse boer Jannes van de Luijster naar Amerika zijn vertrokken. Met haar grootmoeder sprak mevrouw Van Koevering nog wel Zeeuws. Toen die overleed heeft ze alleen maar Engels gesproken, maar ze moest ook Hollands spreken omdat ze bij een krant werkte waar Hollandse boeren advertenties in het Nederlands aanleverden, die zij moest vertalen in het Engels. Mevrouw Van Koevering spreekt nog wel Nederlands. Ze moet vaak zoeken naar woorden, haar woordenschat is klein, maar ze kan zich wel verstaanbaar maken.

Interview van Jo Daan van het P.J. Meertens Instituut te Amsterdam, gehouden in Holland (Michigan), augustus 1966, met mevrouw Lena Boer-Bardolf uit Holland (Michigan), woonde eerst in Chicago, eerste generatie van emigranten, afkomstig uit Geersdijk op Noord-Beveland. Zij is in 1905 op 11-jarige leeftijd met haar ouders naar de Verenigde Staten geëmigreerd, en mevrouw Van Koevering uit Zeeland (Michigan), derde generatie van emigranten afkomstig uit Kapelle op Zuid-Beveland. Haar grootouders zijn eind negentiende eeuw naar de Verenigde Staten geëmigreerd.

Duur: 30 minuten.
Bruikleen van het Roosevelt Study Center te Middelburg. Origineel in bezit van het Meertens Instituut te Amsterdam.

VITRINE 3

Willem Ruys

De Willem Ruys was in de jaren vijftig van de twintigste eeuw het vlaggenschip van de Koninklijke Rotterdamse Lloyd. De kiel van de Willem Ruys werd gelegd in januari 1939 bij de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ te Vlissingen. In de oorlog lag de bouw stil. In 1946 liep het schip van stapel. Van alle passagiersschepen die ooit in Nederland zijn gebouwd, was de Willem Ruys de meest luxueuze. Het schip was een drijvend paleis. Het had roltrappen, automatische deuren en vele andere moderne snufjes. Er konden 840 passagiers mee in drie verschillende klassen, die streng gescheiden waren. Aan boord was er voor de eerste klasreizigers veel luxe en viel er van alles te beleven. De reizigers in de tweede klas moesten met minder luxe en activiteiten genoegen nemen en de passagiers in de derde klas zaten dicht op elkaar gepakt in de lager gelegen, bedompte tussendekken. Tot 1958 voer de Willem Ruys in lijndienst op Indonesië. Van Rotterdam voer het schip naar Lissabon en Gibraltar, door het Suezkanaal, via Colombo en Penang naar het Indonesische eilandenrijk. De reis duurde ongeveer drie tot vier weken. Het schip sloeg enorme voorraden in voor zijn ongeveer 900 passagiers en bemanningsleden: 38.500 kilo vlees; 12.000 kilo wild en gevogelte; 15.500 kilo vis; 75.000 kilo aardappelen en 19.000 kilo verse groenten. In 1958 maakte de Willem Ruys nog twee emigrantenreizen in charter van de Europa-Canada Linie vanuit Rotterdam en Vlissingen naar Montreal. In 1959 werd de Willem Ruys verbouwd tot cruiseschip. Zes jaar later werd het verkocht aan een Italiaanse rederij en kreeg het de nieuwe naam Achille Lauro. In 1994 zonk het schip in de Indische Oceaan.

Maquette Willem Ruys.
Bruikleen Zeeuws Maritiem MuZEEum te Vlissingen.

VITRINE 4

Schotten in Veere

Al in de Middeleeuwen dreven de Schotten handel met het vaste land. In 1541 werd Veere aangewezen als enige Schotse stapelplaats voor de Lage Landen. Dit betekende dat alle goederen die uit Schotland naar Europa werden vervoerd, eerst een tijd moesten worden opgeslagen (‘gestapeld’) in Veere. Van daaruit werden ze verkocht en verder Europa ingevoerd. De stapelgoederen bestonden voornamelijk uit ongesponnen wol, wollen en linnen stoffen, zalm, boter, leer, huiden en vellen.

In ruil voor de stapelcontracten kregen de Schotten die in Veere kwamen wonen belangrijke voorrechten. Ze kregen een eigen rechtspraak en mochten hun eigen godsdienst uitoefenen. Schotse handelaren en herbergiers hoefden geen belasting op wijn en bier te betalen en er werd speciaal voor Schotse kooplieden een waterput gegraven.

Aan het hoofd van alle Schotten in de Nederlanden stond een conservator. Hij moest erop toezien dat alle voorrechten werden nageleefd, hij moest rechtspreken over Schotten, Schotse erfenissen beheren en mensen in belangrijke functies in de Schotse gemeenschap benoemen.

1. Schots stapelcontract, 1698.
Zeeuws Archief, verzameling Handschriften RAZ, inv.nr 978.

2. Stapelcontract tussen Schotland en Veere, 1541.
Zeeuws Archief, verzameling Handschriften RAZ, inv.nr 977.

3. Portret van Sir William Davidson of Curriehill, conservator van de Schotse Natie in de Nederlanden, ca. 1668.
Scottish National Portrait Gallery Edinburgh; bruikleen P. Blom.

4. Opgave van redenen waarom de Schotse stapel in Veere geprolongeerd moet worden, 1718.
Zeeuws Archief, verzameling Handschriften RAZ, inv.nr 979.

5. Actaboek van de Schotse Gemeente Veere, 1635-1644.
Zeeuws Archief, archief Schotse Gemeente Veere, inv.nr 2.

VITRINE 5

Kooplieden en calvinisten uit het Zuiden

Van oudsher trokken regelmatig kooplieden uit Vlaanderen en Antwerpen naar Zeeland. Vanaf 1572 nam hun aantal sterk toe. Velen vluchtten voor het oorlogsgeweld na de Opstand tegen het Rooms-katholieke Spanje. In de Hollandse en Zeeuwse steden vonden zij de mogelijkheid hun eigen godsdienst uit te oefenen en hun handelsactiviteiten voort te zetten. De val van Antwerpen in 1585 had wederom een enorme stroom gevluchte protestanten tot gevolg.

Een tweede golf immigranten uit het zuiden waren de Hugenoten (Franse protestanten). Vanaf 1617 streken Hugenoten uit Rijssel (Lille) neer in Groede. Daar werd in 1622 een Waalse kerk gesticht. Hugenoten uit Calais en omgeving vestigden zich tussen 1635 en 1640 in Sint Anna ter Muiden. Een veel grotere stroom Franse Calvinisten week vanaf 1685 uit naar de Noordelijke Nederlanden als gevolg van de opheffing van het Edict van Nantes. Daarin was hen onder meer een zekere godsdienstvrijheid verleend. Door de opheffing van het edict werd de positie van de Hugenoten in de maatschappij onmogelijk en ze vluchtten weg. Rond 1770 stopte de Franse en Waalse immigratie.

1. Portret van Jan Coutereels, geboren te Antwerpen in de 16de eeuw. Vestigde zich in 1594 in Middelburg als school- en rekenmeester. Hij schreef een rekenboekje Arithmetica (Middelburg 1599), dat vele malen herdrukt werd, onder meer onder de titel ’t Konstigh Cyffer-boeck. Dit boekje is op bijna alle Zeeuwse scholen, en daarbuiten, ruim honderd jaar in gebruik geweest. Een ander werk van zijn hand, Constighe Interest-rekeninghe, was al even populair. In 1614 liet hij zich inschrijven in het poortersboek van Arnemuiden en was daar schepen in 1616. Coutereels overleed te Middelburg na 1631.
Zeeuws Archief, KZGW, Zelandia Illustrata IV-553.

2. Inschrijving van Jan Coutereels in het poortersboek van Arnemuiden, 1614.
Zeeuws Archief, archief Stad Arnemuiden, inv.nr 881.

3. Lijst van Franse protestanten van wie de goederen vanwege hun religie verbeurd zijn verklaard, 1689.
Zeeuws Archief, verzameling Verheije van Citters, inv.nr 80.

4. Brief uit Lille (Rijssel) aan de heer Le Duc te Middelburg, 1711.
Zeeuws Archief, verzameling Verheije van Citters, inv.nr 80.

5. Brief uit Lille (Rijssel) aan de heer Fremau te Middelburg, 1711.
Zeeuws Archief, verzameling Verheije van Citters, inv.nr 80.

6. Portret (1563) van de familie De Moucheron. Pierre de Moucheron werd geboren te Roussy le Farque (Normandië). Hij is de stamvader van de Nederlandse familie De Moucheron. In 1530 vestigde hij zich als koopman in Middelburg. Vijftien jaar later verplaatste hij zijn toen reeds beroemde handelshuis naar Antwerpen, waar hij in 1567 overleed. In Antwerpen werd zijn zoon Balthasar geboren (1552). Deze Balthasar (op de afbeelding het vijfde kind van links) ontwikkelde zich tot een van de meest ondernemende en ontwikkelde Zeeuwse kooplieden van zijn tijd. Ten tijde van de Opstand tegen het Rooms-katholieke Spanje kozen Balthasar en zijn broers de zijde van de Prins van Oranje en het protestantisme. Na de val van Antwerpen (1585) vestigden zij hun hoofdkantoor in Middelburg. Balthasar organiseerde en financierde vele expedities om nieuwe handelsroutes en –gebieden te ontdekken. In 1598 verplaatste Balthasar het handelshuis naar Veere, waar hij zich ook vestigde. Daar richtte hij de Veerse Compagnie van Verre op, één van de voorlopers van de Verenigde Oostindisch Compagnie. Helaas liep het slecht af met Balthasar. Zijn handelshuis ging failliet en hij vluchtte in 1603 heimelijk naar Frankrijk, waar hij vermoedelijk na 1609 is overleden.
Zeeuws Archief, KZGW, Zelandia Illustrata, deel IV, cat.nr 673.

7. Uittreksel uit de notulen van de Synode van de Eglises Walonnes (Waalse kerken) in de Nederlandse provincies, 1696.
Zeeuws Archief, verzameling Verheije van Citters, inv.nr 80.

VITRINE 6

Lutheranen en Salzburgse vluchtelingen

Lutheranen (protestanten uit de Duitstalige gebieden) werden door de heersende Rooms-katholieke kerk vervolgd en moesten vluchten. Na de val van Antwerpen in 1585 trokken vele Lutheranen naar de Noordelijke Nederlanden, met name naar Amsterdam. Een klein deel vestigde zich in Zeeland, vooral in Middelburg. In hun nieuwe woonplaatsen stichtten de lutheranen hun eigen gemeenten.

Een aparte groep vluchtende lutheranen kwam uit het bisdom Salzburg in Oostenrijk. Zij werden in 1732 door de Salzburgse bisschop gedwongen te emigreren. Met steun van Nederlandse lutheranen trokken grote groepen Salzburgers naar de Nederlanden. Een groep vluchtelingen uit de plaats Ulm vond onderdak in Middelburg, Veere en Vlissingen. Deze lutheranen sloten zich aan bij de reeds bestaande Lutherse gemeenten. Een andere groep, uit Dürnberg, kwam na een barre winterse tocht in Zeeuws-Vlaanderen aan. Daar werden ze onvoldoende opgevangen en moesten in slechte omstandigheden wonen. Sommigen keerden terug. De blijvers richtten de Lutherse kerk in Groede op.

1. Kopergravure van de verdrijving van de lutheranen uit Salzburg, 1732.
Zeeuws Archief, archief Evangelisch Lutherse Gemeente Groede, inv.nr 193.

2. Lijst van Salzburgse vluchtelingen die zijn ondergebracht in Middelburg en Vlissingen, 1732.
Zeeuws Archief, archief Familie Schorer, inv.nr 974.

3. Notulenboek van de Evangelisch Lutherse Gemeente te Groede, 1776.
Zeeuws Archief, archief Evangelisch Lutherse Gemeente Groede, inv.nr 1.

4. Voorwaarden waarop de Nederlanden 300 Salzburgse families zullen opnemen, 1732.
Zeeuws Archief, archief Vrije van Sluis, inv.nr 323.

5. Inventaris van de goederen van Salzburgse emigranten, 1734.
Zeeuws Archief, archief Vrije van Sluis, inv.nr 323.

6. Visitatierapport van Salzburgse vluchtelingen, 1733.
Zeeuws Archief, archief Vrije van Sluis, inv.nr 333.

VITRINE 7

Immigratie uit Indonesië

De contacten tussen de Nederlanden en Indonesië dateren uit 1596. In dat jaar bereikten de eerste Nederlandse koopvaardijschepen de Indonesische archipel. Gaandeweg kreeg Nederland steeds meer invloed in Indonesië en in de negentiende eeuw werd het eilandenrijk een kolonie van Nederland. Nederlands-Indië werd in 1942 bezet door Japan. Alle Europeanen werden naar krijgsgevangen- of interneringskampen overgebracht. Het Japanse leger capituleerde op 15 augustus 1945. Twee dagen later riepen Soekarno en Hatta de onafhankelijke Republiek Indonesië uit. Nederland wilde Indonesië echter nog niet loslaten vanwege de koloniale producten. In 1947 en 1948 vonden vanuit Nederland zogenaamde politionele acties plaats. Indonesische soldaten van het Koninklijk Nederlands-Indische Leger (KNIL) vochten aan de zijde van de Nederlandse militairen. Uiteindelijk tekende Nederland onder internationale druk op 27 december 1949 de onafhankelijkheid van de Republiek Indonesië.

De dekolonisatie van Indonesië leidde tot een uittocht van verschillende bevolkingsgroepen. In de periode 1945-1949 keerden veel Nederlanders terug naar Nederland. Ook veel Indo-europeanen vertrokken naar Nederland. Zij brachten een stukje Indonesië mee naar Nederland: Indisch eten en invloeden in de muziek (‘Indo-rock’) maken sindsdien deel uit van de Nederlandse cultuur. Na 1950 kwam een groep van circa 12.000 Molukkers naar Nederland, waarvan de mannen actief waren geweest in het KNIL. In totaal kwamen in de periode 1945-1957 zo’n 300.000 repatrianten en migranten naar Nederland, een immigratiegolf van enorme omvang.

1. Stukken afkomstig van Raden Harsono uit Salatiga op het eiland Java in Indonesië. Hij emigreerde in 1954 naar Nederland en trouwde met Marina van Westen uit Goes, waarmee hij jarenlang had gecorrespondeerd.
Bruikleen: Familie Harsono-van Westen.

2. Stukken afkomstig van de families Gramberg en Laan die in Jakarta op Java, en de familie Laan later in Pakan Baru op Sumatra, woonden en werkten. Zij emigreerden in respectievelijk in 1949 en 1959 naar Nederland.
Bruikleen: Familie Gramberg-Laan.

VITRINE 8

Varen naar de Kaap

Vanaf eind zestiende eeuw voeren de schepen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) langs Kaap de Goede Hoop richting de Oost. Op de Kaap richtte de VOC in 1651 een verversingspost en ziekenboeg in, waar graan, groente en fruit werden verbouwd, vee gehouden en de zieken werden verpleegd. Boerengezinnen uit de Nederlanden vestigden zich op Kaap de Goede Hoop om daar plantages op te zetten. Regelmatig bleven ook opvarenden van VOC-schepen achter en vestigden zich op de Kaap.

Dat deed ook de stamvader van de voormalige Zuid-Afrikaanse president Frederik Willem de Klerk. De 16-jarige Abraham de Clerck, zoon van smid Pieter de Clerck (overleden 1687) uit Serooskerke (Walcheren), monsterde, samen met zijn 14-jarige broertje Berent, in 1688 als matrozen aan bij het VOC-schip Oosterland. Zijn moeder, Sara Couchet, zijn zusje Jannetje (11 jaar) en broertje Joos (9 jaar) gingen mee op dit schip als passagiers. Abraham en zijn familie vestigden zich op de Kaap. Abraham was de verre voorvader van oud-president Frederik Willem de Klerk. In 1989 werd Frederik Willem president van Zuid-Afrika. Na zijn benoeming raakte het hervormingsproces in een stroomversnelling. Hij besloot in 1990 tot de vrijlating van Nelson Mandela en schafte de meeste apartheidswetten af. Samen met Mandela kreeg hij in 1993 de Nobelprijs voor de Vrede.

1. Monsterboek van het VOC-schip Oosterland van de Kamer Zeeland van de VOC, met de inschrijving van Abraham Pietersen de Clercq uit Serooskerke (W), de stamvader van de Zuid-Afrikaanse familie De Klerk, waarvan voormalig president Frederik Willem de Klerk afstamt, 1688.
Bruikleen: Nationaal Archief, VOC 1602-1811, inv.nr 12234.

2. Gezicht op Kaap de Goede Hoop aan de kust van Zuid-Afrika, 1775.
Zeeuws Archief, Historisch-topografische atlas Middelburg, inv.nr 357.

3. Lidmatenboek van de Hervormde kerk te Serooskerke (W), met de uitschrijving van Sara Couchet die met haar kinderen "nae de Kaep" vertrok, 1688.
Zeeuws Archief, archief Hervormde Gemeente te Serooskerke, inv.nr 30.

VITRINE 9

Voor de handel naar Suriname

Al rond 1600 waren Zeeuwen te vinden in Suriname. Ze hadden lange tochten gemaakt om handel te drijven aan de kust van Zuid-Amerika. Ook de veelbesproken goud- en zilvermijnen hadden de Zeeuwen zover gekregen de reis over de grote plas te wagen. Maar in de praktijk waren de Zeeuwen vooral als handelaren actief. De kolonisatie van Suriname was aanvankelijk een puur Zeeuwse aangelegenheid. Maar Suriname bleek een dure kolonie in onderhoud (kosten van onder meer bestuur en militaire bezetting) en de Zeeuwen verkochten in 1682 de rechten op dit gebied aan de West-Indische Compagnie (WIC). De WIC wilde dat Nederlandse kolonisten zich in Suriname zouden vestigen en zodoende de handel zouden vergroten. In 1683 werd een gouverneur aangesteld die ervoor moest zorgen dat de zaken gladjes zouden verlopen. Deze kwam uit een Zeeuws geslacht: Cornelis van Aerssen van Sommelsdijkck. In de loop der tijden hebben zich steeds Zeeuwen in Suriname gevestigd. Dat deden ook de twee broers Arthur en Piet Dumoleijn uit Kloosterzande. Zij hadden daar een bierbrouwerij, maar na de Tweede Wereldoorlog gingen de zaken steeds slechter. De broers besloten een bierbrouwerij in Suriname op te zetten. Financieel gesteund door de Amstelbrouwerij gingen de broers in 1954 in Paramaribo aan de slag. Korte tijd later had hun brouwerij Parbo al 75% (momenteel zo’n 90%) van de Surinaamse biermarkt in zijn bezit. De broers hebben nooit spijt gehad van hun emigratie naar Suriname.

1. Uittreksels over de geschiedenis van Suriname als Zeeuwse kolonie, 18de eeuw.
Zeeuws Archief, verzameling Verheije van Citters, inv.nr 51d.

2. Balans van de lasten en baten van de kolonie Suriname, 1682.
Zeeuws Archief, verzameling Handschriften I, inv.nr 1626.

3. Reglement van de Sociëteit ter navigatie op Essequebo en annexe rivieren, opgericht te Middelburg, 1771.
Zeeuws Archief, verzameling Verheije van Citters, inv.nr 51d.

4. C.A.O. tussen de Surinaamse Brouwerij N.V. en de Surinaamse Brouwerij werknemers organisatie, 1990-1991; jubileumglas Parbo bier, 1964; viltje ‘A.D. Quelle’, vóór 1935, Brouwerij Kloosterzande; viltje ‘Cheerio met Parbo’, Suriname, circa 1950.
Bruikleen: E. Hageman te Middelburg.

TELEVISIE

Op zoek naar een beter bestaan in Brazilië

Tijdens de grote emigratiegolf in het midden van de negentiende eeuw was ook Brazilië één van de landen waar Zeeuwen heen trokken op zoek naar een nieuw en vooral beter bestaan. Brazilië was, na de afschaffing van de slavenhandel, naarstig op zoek naar nieuwe arbeidskrachten. Met beloftes zoals ‘gratis stukken land’ lokte de Braziliaanse regering tussen 1858 en 1862 504 West-Zeeuws-Vlamingen over de grote oceaan. Het waren vooral ‘minvermogenden’ en ‘armlastigen’ die de stap waagden, want ze hadden toch niets te verliezen. Ze werden op het Zeeuws platteland benaderd door zogenaamde ronselaars van onder andere een Antwerpse scheepvaartmaatschappij. Onder erbarmelijke omstandigheden kwamen ze via de haven van Antwerpen in het oerwoud van Brazilië terecht.

Een deel van de West-Zeeuws-Vlamingen vestigde zich in het district Holanda. Zij werkten eerst bij grootgrondbezitters waar ze van slaven de landbouwtechnieken leerden. Later verbouwden ze op hun eigen stuk grond maniok, bonen, koffie en bananen. De productie was nauwelijks voldoende om in hun onderhoud te kunnen voorzien. De Zeeuwen waren niet in staat zich te ontworstelen aan hun armoede. Ook hun nakomelingen kunnen zich slechts moeizaam staande houden. Hun kinderen trekken tegenwoordig weg om hun geluk elders te beproeven.

Video: Holanda, Zeeuwen in Brazilië. Schoondijke, Stichting Zeebra, 1989. 23 minuten, kleur.
Bruikleen: Zeeuwse Bibliotheek/Zeeuws Documentatiecentrum te Middelburg.

VITRINE 10

Landverhuizers naar Amerika

Rond 1845 waren de economische, sociale en religieuze omstandigheden in Nederland voor vooral landbouwers alles behalve rooskleurig: aardappelziektes, dalende prijzen voor landbouwproducten en daarnaast hoge kindersterfte, slechte hygiënische omstandigheden, hoge belastingen en weinig hoop op een betere levensstandaard. Zij wilden ergens anders heen om een beter bestaan op te bouwen. Ook de godsdienstige achterstelling van de Afgescheidenen (deze hadden zich in 1834 afgescheiden van de Hervormde Kerk) was een belangrijke reden voor emigratie. In die tijd was Amerika hèt emigratieland bij uitstek. Het aandeel Zeeuwen dat naar het beloofde land Amerika vertrok, was groot. 21% (13.000) van alle Nederlanders die tussen 1831 en 1877 naar Amerika gingen, kwamen voornamelijk uit Duiveland, West-Zeeuws-Vlaanderen en Zuid-Beveland.

1. Stukken afkomstig van de familie Reijerse uit Zuid-Beveland, die begin 20ste eeuw naar Grand Rapids Michigan en Kalamaroo in Noord-Amerika emigreerde.
Bruikleen: Familie Nuijten.

2. Stukken betreffende de familie Aerts-Boddaert uit Zeeuws-Vlaanderen, die begin 20ste eeuw naar Michigan en later Mishawaka Indiana in Noord-Amerika emigreerde.
Bruikleen: Familie Van Immerseel.

VITRINE BIJ DE RECEPTIE

Van Zeeland naar Zeeland

Onder leiding van een dominee en een rijke boer uit Borssele op Zuid-Beveland emigreerden drie groepen Zeeuwse gereformeerden in 1847 naar Noord-Amerika. Twee groepen vertrokken vanuit Antwerpen; één groep vanuit Rotterdam. De landverhuizers trokken naar Michigan, waar ze een dorp stichtten dat de naam Zeeland kreeg. Dankzij het enorme vermogen van de Borsselse boer Jannes van de Luijster waren de kolonisten in staat een begin te maken met de opbouw van een nieuw bestaan. In het begin werd in Zeeland volop Zeeuws gesproken en ook de Zeeuwse klederdracht werd gedragen. Het dorp en de bevolking groeide gestaag. Tussen 1850 en 1880 steeg de bevolking van 885 naar 2.715 personen. Zeeland ontwikkelde zich in de loop der tijd tot een bloeiende gemeente.

1. De pioniers (foto 1887) die het dorp Zeeland (Michigan) in 1847 stichtten: 1. Bernend J. Veneklaasen, 2. Frank Hornstra, 3. Cornelius van Loo, 4. Albert Riddering, 5. John W. Goozen, 6. Jan den Herder, 7. Jan van Eenennaam, 8. John P. de Pree, 9. Joseph Weststrate, 10. Peter Huyser, 11. Jan Huizenga, 12. Govert Keppel, 13. Jacob den Herder, 14. Ds. Johannes van der Meulen, 15. Albert Huizenga, 16. Hubregt van Noorden, 17. Huibert Keppel, 18. Melle van den Bosch, 19. Jacob de Feyter, 20. Hendrik de Kruif, 21. Otto Yntema, 22. Hendrik Pyl, 23. Albert Lansing.

2. Kaartje van Michigan (V.S.), met onder meer het dorp Zeeland.

3. De stichters van Zeeland (Michigan) waren zeer religieus. Hun bagage bevatte ongetwijfeld een bijbel.

Colofon

In opdracht van: Zeeuws Archief
Onderzoek, samenstelling en tentoonstellingsbouw: Ingrid Leeftink-Meijer en Anneke van Waarden-Koets
Rekwisieten: A.W.P. Rekwisieten, Ad Petiet te Middelburg
Teksten: Zeeuws Archief en Marco Evenhuis te Oost-Souburg
Verlichting: Lichtland Verlichting te Middelburg
Vormgeving: Decreet, Ramon de Nennie te Middelburg

De tentoonstelling kwam mede tot stand door medewerking van:
Antiquair In de Bolle Baaf te Middelburg
Conversion te Vlissingen
Drukkerij Verhage en Zn. te Middelburg
F. van de Water te Kapelle
H. Doets te Middelburg
Indigo Kunstschilder en Lijstmakerij te Middelburg
Prografici te Goes
Videoproducties Kobro te Vlissingen

Bruikleengevers:
De families Gramberg-Laan, Hageman, Harsono-Van Westen, Van Immerseel en Nuyten
Gemeentearchief te Rotterdam
HAL Investments BV te Rottterdam
Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen te Middelburg
Meertens Instituut te Amsterdam
Nationaal Archief te Den Haag
Roosevelt Study Center te Middelburg
Stichting Genealogisch Centrum Zeeland te Middelburg
Zeeuws Maritiem MuZEEum te Vlissingen

Met dank aan:
De medewerkers van het Zeeuws Archief

[Naar boven]